180-dagenfictie
ProSchenkingen binnen 180 dagen vóór overlijden worden voor de erfbelasting geacht krachtens erfrecht te zijn verkregen. Voorkomt belastingontwijking via deathbed-schenkingen.
Compleet naslagwerk voor consumenten én hypotheekprofessionals: advies, notariaat, fiscaal, compliance, treasury en funding. Van aflossing tot RMBS.
Schenkingen binnen 180 dagen vóór overlijden worden voor de erfbelasting geacht krachtens erfrecht te zijn verkregen. Voorkomt belastingontwijking via deathbed-schenkingen.
De fiscale termijn van twee jaar waarin de woning na scheiding nog als hoofdverblijf van de vertrokken partner kwalificeert, met behoud van renteaftrek.
Clausule bij nieuwbouw waarbij de koper 5% van de aanneemsom bij de notaris in depot kan houden tot drie maanden na oplevering, als drukmiddel voor herstel van gebreken.
De GHF-regel dat bij nieuwe hypotheken het aflossingsvrije deel maximaal 50% van de marktwaarde van de woning mag bedragen. Geldt voor totale hypothecaire schuld na verhoging.
Een BKR-registratie die aangeeft dat er sprake is (geweest) van een betalingsachterstand. Kan het afsluiten van een nieuwe hypotheek bemoeilijken.
Overzicht bij huwelijkse voorwaarden waarin de voorhuwelijkse bezittingen van ieder van de partners zijn vastgelegd. Heeft geen derdenwerking.
Het kostenoverzicht dat de notaris bij aankoop van een woning maakt: koopsom, overdrachtsbelasting, kadasterkosten en honorarium. Basis voor financiële afwikkeling.
Het bezit van 5% of meer van de aandelen in een vennootschap. Inkomen uit aanmerkelijk belang valt in box 2 met een progressief tarief.
Het contract met de aannemer voor de bouw van een nieuwbouwwoning of grote verbouwing. Bevat termijnen, prijs, kwaliteitseisen en garantieregelingen.
Verbouwing of voorziening om de woning beter geschikt te maken voor bijzondere behoeften, zoals invaliditeit, vergrijzing of mantelzorg. Soms financierbaar via WMO of hypotheekverhoging.
De rechtshandeling waarbij een erfgenaam aangeeft de erfenis te willen aanvaarden, met aanvaarding van de schulden. Kan zuiver, beneficiair of door verwerping zijn.
De datum waarop de hypotheek ingaat en de rente begint te lopen. Meestal gelijk aan de passeerdatum bij de notaris.
De startpuur die geldt bij aanvang van een huurovereenkomst. Relevant voor verhuurde woningen waarop een hypotheek rust.
Een tweede hypotheek op dezelfde woning die binnen de bestaande hoge inschrijving wordt verstrekt, zonder dat een nieuwe inschrijving nodig is.
Compensatie voor pensioendeelnemers tijdens de overgang naar de Wet toekomst pensioenen, ter compensatie van gemiste pensioenopbouw onder de nieuwe vlakke premie.
De formele aankondiging dat de geldverstrekker tot executoriale verkoop zal overgaan als niet binnen een bepaalde termijn wordt betaald.
Woning waarbij de gasaansluiting fysiek is verwijderd en alle energie elektrisch of via warmtenet komt. Maatregel valt onder verduurzaming en kan via de hypotheek worden gefinancierd.
Heffing over inkomsten uit aanmerkelijk belang (minimaal 5% aandelen in een vennootschap). In 2026: 24,5% over eerste schijf, 31% daarboven.
Het proces waarin de geldverstrekker beoordeelt of een hypotheekaanvraag voldoet aan de eigen acceptatiecriteria en de wettelijke normen, voorafgaand aan een bindend aanbod.
Definitief besluit van de geldverstrekker om de hypotheekaanvraag te accepteren. Leidt tot een bindende offerte.
De voorwaarden die een geldverstrekker hanteert om te bepalen of een hypotheekaanvraag wordt goedgekeurd, zoals inkomen, arbeidssituatie, BKR-registratie en waarde van de woning.
Een afhankelijk recht dat niet zelfstandig kan bestaan, maar is gekoppeld aan een hoofdrecht. Hypotheek is een accessoir recht: het bestaat alleen zolang de onderliggende vordering bestaat.
Een lening waarbij de kredietgever bij een faillissement pas wordt terugbetaald nadat andere schuldeisers zijn voldaan. Wordt soms gebruikt als aanvulling op een hypotheek.
Een betalingsachterstand op de hypotheek. Leidt na twee tot drie maanden tot een melding bij het BKR en kan uiteindelijk tot gedwongen verkoop leiden.
Deel van de hypotheek dat actief wordt afgelost, hetzij annuïtair, lineair of via kapitaalopbouw.
Gespreksvaardigheid waarbij de adviseur met volle aandacht luistert, aannames vermijdt, non-verbale signalen opmerkt en de klant ruimte geeft.
Een berekening die rekening houdt met rente, overlevingskansen en tijd. Basis voor pensioen- en levensverzekeringsopbouw in oudere hypotheekvormen.
De rente die op dit moment door een geldverstrekker wordt aangeboden voor een bepaalde rentevasteperiode. Wijzigt dagelijks afhankelijk van de markt.
Hypotheekrente-overzichtKosten die de geldverstrekker rekent voor het beheer van de hypotheek, zoals wijzigingen of extra aflossingen. Niet alle geldverstrekkers brengen deze in rekening.
Het onderscheid in de Wft tussen het geven van advies (artikel 4:23) en het daadwerkelijk afsluiten van de hypotheek (artikel 4:34). Apart vergunningplichtig en apart te factureren.
De vierde fase van het adviestraject waarin de adviseur op basis van de analyse een concreet, gemotiveerd hypotheekadvies geeft, inclusief de risico's en alternatieven.
De vergoeding voor het werk van de hypotheekadviseur. Sinds het provisieverbod van 2013 betaalt de klant deze rechtstreeks, niet meer via de geldverstrekker.
Specifiek contactmoment waarop een daadwerkelijk advies wordt gegeven, met bijbehorende documentatieplicht en reproduceerbaarheidsvereiste.
De factuur of nota voor het hypotheekadvies en eventueel bemiddeling, die de klant rechtstreeks aan de adviseur betaalt. Is btw-vrij bij combinatie advies en bemiddeling.
Een schriftelijk rapport waarin de hypotheekadviseur zijn advies, onderbouwing en berekeningen vastlegt. Verplicht sinds de introductie van de Wft.
De opeenvolgende stappen die een adviseur doorloopt: oriëntatie, inventarisatie, analyse, advies, bemiddeling en nazorg.
De schriftelijke vastlegging van het advies, inclusief onderbouwing en eventuele afwijking van standaardnormen. Verplicht onderdeel van de adviesdossiervorming volgens de Wft.
Verplichte interne procedure binnen elke financiële dienstverlener voor het behandelen van klantklachten. Klanten kunnen vervolgens naar Kifid voor onafhankelijke beoordeling.
Synoniem voor accessoir recht. Hypotheek en pand zijn voorbeelden: zonder de hoofdvordering vervalt het recht automatisch.
Het eenmalig afkopen van de jaarlijkse erfpachtcanon, waardoor je de volledige grondgebruikskosten in één keer betaalt. De kosten kunnen vaak worden meegefinancierd in de hypotheek.
De periodieke betaling waarmee je een deel van je hypotheekschuld terugbetaalt aan de geldverstrekker. Bij sommige hypotheekvormen los je maandelijks af, bij andere pas aan het einde van de looptijd.
De eis dat een nieuwe eigenwoningschuld vanaf 2013 in maximaal 360 maanden ten minste annuïtair moet worden afgelost om recht op renteaftrek te behouden.
De verplichting om je hypotheek ten minste annuïtair af te lossen, ingevoerd in 2013 als voorwaarde voor hypotheekrenteaftrek bij nieuwe hypotheken.
Deel van de eigenwoningschuld waarvoor sinds 2013 een annuïtaire aflossingsverplichting geldt als voorwaarde voor behoud van renteaftrek.
Een overzicht dat per periode (meestal maand) weergeeft hoeveel rente en hoeveel aflossing je betaalt en wat de resterende schuld is.
HypotheekcalculatorDe fiscale registratie van het reeds afgeloste bedrag op een eigenwoningschuld, relevant voor het bepalen van de resterende aflossingstermijn van maximaal 360 maanden.
Het deel van een hypotheek dat aflossingsvrij is. Sinds 2013 geldt een maximum van 50% van de woningwaarde voor nieuwe hypotheken.
Een hypotheekvorm waarbij je gedurende de looptijd alleen rente betaalt en niet aflost. De schuld blijft tot het einde van de looptijd staan en moet dan in één keer worden afgelost. Voor nieuwe hypotheken geldt dat het aflossingsvrije deel maximaal 50% van de woningwaarde mag zijn.
Aflossingsvrij risico-checkAutoriteit Financiële Markten, de toezichthouder op de financiële sector. Controleert of hypotheekadviseurs en geldverstrekkers zich aan de regels houden.
Openbaar register van de AFM waarin alle Wft-vergunninghouders staan ingeschreven. Te raadplegen voor verificatie van vergunningen.
Periodieke meting door de AFM van hoe financiële dienstverleners invulling geven aan hun zorgplicht jegens klanten. Resultaten beïnvloeden toezichts- en handhavingsbeleid.
Kopie van de hypotheekakte die geen executoriale werking heeft, in tegenstelling tot de grosse. Wel bewijsrechtelijk bruikbaar.
Verzamelnaam voor alle kosten die je bij het afsluiten van een hypotheek betaalt: advieskosten, bemiddelingskosten, taxatie, notaris en eventueel NHG-premie.
Historische vergoeding die geldverstrekkers aan tussenpersonen betaalden bij het afsluiten van een hypotheek. Sinds het provisieverbod in 2013 niet meer toegestaan voor complexe producten zoals hypotheken.
Het overboeken van lijfrentekapitaal naar een verzekeraar of bank. Niet direct hypotheek, maar wel relevant bij DGA-advisering.
Het maximaal pensioengevende salaris. In 2026 € 137.800. Boven deze grens kan alleen nettopensioen of nettolijfrente worden opgebouwd.
Voorheen Wet Hillen: aftrek voor wie geen of slechts een lage eigenwoningschuld had. Wordt geleidelijk afgebouwd, in 2024-2048 in 30 jaar.
Een bedrag dat je van je belastbaar inkomen mag aftrekken, zoals hypotheekrente of erfpachtcanon. Verlaagt de te betalen inkomstenbelasting.
Besluit van de geldverstrekker om de hypotheekaanvraag af te wijzen. Moet met redenen omkleed worden verstrekt.
De notariële akte waarmee de eigendom van de woning officieel wordt overgedragen van verkoper naar koper. Wordt ondertekend bij de notaris op de transportdatum.
Het (juridisch) ondertekenen van een notariële akte door partijen ten overstaan van de notaris. Onmisbaar voor geldigheid bij hypotheek- en leveringsakten.
Huwelijksvermogensregime waarbij alle bezittingen en schulden van beide partners gemeenschappelijk worden. Tot 2018 het standaardregime; sindsdien alleen via huwelijkse voorwaarden.
AFM-leidraad uit 2014 die het centraal stellen van het klantbelang als maatstaf hanteert voor de beoordeling van financiële dienstverlening en productontwikkeling.
Hypotheekadvies waarbij de adviseur producten van alle of vrijwel alle geldverstrekkers in de markt vergelijkt. Te onderscheiden van selectief en gebonden advies.
Een pensioenuitvoerder die verschillende pensioenregelingen van verschillende werkgevers kan uitvoeren binnen afgescheiden kringen. Alternatief voor verzekerde regelingen of eigen fonds.
Een inkomensafhankelijke korting op de verschuldigde belasting voor alle belastingplichtigen. Wordt afgebouwd bij hogere inkomens.
De wet die de algemene regels voor de heffing van rijksbelastingen vastlegt, waaronder begripsbepalingen en de regels voor de aanslag.
Verwarmingssysteem zonder gas, alleen op elektriciteit, vaak met warmtepomp. Vereist meestal goede isolatie en grotere afgiftesystemen zoals vloerverwarming.
Asset Liability Management-studie waarin financiële instellingen hun balans stressen tegen rentescenario's. Mede bepalend voor hypotheekacceptatiebeleid.
Het op verzoek doorhalen van een hypotheekinschrijving in het Kadaster nadat de schuld volledig is afgelost.
Synoniem voor het periodieke verrekenbeding: jaarlijkse verrekening van niet-verbruikte inkomsten tussen de echtgenoten.
De tweede fase van het adviesproces waarin de verzamelde gegevens worden geanalyseerd op haalbaarheid en passendheid.
Derde fase van het adviestraject waarin de verzamelde informatie wordt vertaald naar concrete hypotheekmogelijkheden. Cijfermatige uitwerking met klantspecifieke berekeningen.
Cognitieve bias waarbij een eerste aangeboden waarde (bijvoorbeeld de vraagprijs) de verdere oordeelsvorming onevenredig beïnvloedt.
Omrekenen van een periode van minder dan een jaar naar een jaartarief of jaarrendement. Nodig bij vergelijken van lasten over verschillende looptijden.
Kosten die een adviseur in rekening brengt als de klant het advies- of bemiddelingstraject voortijdig stopt. Vooraf overeen te komen in de opdrachtbevestiging.
Een vast periodiek bedrag dat bestaat uit rente en aflossing samen. Vormt de kern van de annuïteitenhypotheek.
Wiskundige factor die bij een bepaalde rente en looptijd het periodieke annuïteitenbedrag per eenheid hoofdsom weergeeft. Basis voor annuïteitenberekeningen.
Een hypotheekvorm met gelijkblijvende bruto maandlasten gedurende de hele looptijd. In het begin betaal je vooral rente en weinig aflossing; gaandeweg verschuift dit. Populair vanwege het hoge fiscale voordeel in de eerste jaren.
HypotheekcalculatorEen oudere contractvorm waarin leasing met annuïtaire afschrijving werd gecombineerd. Niet te verwarren met een annuïteitenhypotheek.
Onderzoek naar iemands verleden dat bij toetsingen van betrouwbaarheid en geschiktheid door AFM of DNB wordt uitgevoerd.
Het inkomensgat tussen het wegvallen van een (deel)inkomen en de eventuele uitkering volgens de Algemene nabestaandenwet. Kan met een aparte verzekering worden afgedekt.
Verzekering die het verschil tussen het wettelijke nabestaandenpensioen en de werkelijke financiële behoefte na overlijden afdekt. Vooral relevant bij beperkte Anw-uitkering.
Algemene Ouderdomswet. Het basispensioen dat vanaf de AOW-leeftijd wordt uitgekeerd en meetelt als inkomen bij hypotheekaanvragen voor senioren.
Het bedrag dat van het pensioengevend salaris wordt afgetrokken om dubbele opbouw te voorkomen, omdat over dat deel al AOW wordt opgebouwd. Wordt jaarlijks vastgesteld.
Het inkomensgat tussen einde dienstverband en ingang van de AOW-uitkering. Van belang voor senioren die hun hypotheek doorlopen.
Aparte Nibud-tabel met financieringslastpercentages voor klanten die al de AOW-leeftijd hebben bereikt. Anders dan de tabel voor niet-AOW-gerechtigden.
Het recht om een bepaald gedeelte van een gebouw exclusief te gebruiken, gecombineerd met een aandeel in het gezamenlijke eigendom. Komt voort uit de splitsingsakte.
Een heffingskorting voor mensen met inkomen uit arbeid. Hoogte hangt af van het arbeidsinkomen en kent een afbouw bij hogere inkomens.
Een verzekering die uitkeert wanneer je door ziekte of ongeval niet meer kunt werken. Kan de hypotheeklasten opvangen bij inkomensverlies.
Het contract tussen werkgever en werknemer. Geldverstrekkers beoordelen of er sprake is van een vast dienstverband of een flexibele arbeidsrelatie.
De wettelijke basis van de eigenwoningregeling. Beschrijft wanneer een woning fiscaal als 'eigen woning' kwalificeert: aard van de woning, hoofdverblijf en de juridische én economische band met de bezitter.
Bepaling die onder voorwaarden afwijking van de financieringslastnormen toestaat, zoals bij bestendige situatie of tijdelijke lastenverlichting.
Bepaling die eisen stelt aan informatieverstrekking door financieel dienstverleners: informatie moet correct, duidelijk en niet misleidend zijn.
Bepaling die verplicht tot het verstrekken van bepaalde voorgeschreven informatie aan de klant, zodat deze een weloverwogen beslissing kan nemen.
Bepaling over de wijze van informatieverstrekking, met onder meer taken-verdelingsmogelijkheden tussen adviseur en aanbieder.
Centrale bepaling voor de adviesnorm: een financieel dienstverlener moet bij zijn advies informatie inwinnen over kennis, ervaring, financiële positie en doelstellingen van de klant.
De wettelijke bepaling dat aanbieders bij vervroegde aflossing van hypothecair krediet geen vergoeding mogen rekenen die hoger is dan het werkelijke financiële nadeel.
Bepaling in het Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen die de maximale vergoeding voor vervroegde aflossing van een hypotheek begrenst tot het financieel nadeel van de geldverstrekker.
Algemene Verordening Gegevensbescherming. De Europese privacywetgeving die geldt voor de verwerking van klantgegevens door hypotheekadviseurs en geldverstrekkers.
Bij eindloonregelingen het inhalen van pensioenopbouw over voorgaande dienstjaren als het salaris stijgt. Onder middelloon en premieregelingen niet aan de orde.
Lijfrente in de vorm van een lijfrentespaarrekening of lijfrentebeleggingsrecht bij een bank. Vererft bij overlijden naar de erfgenamen, anders dan een verzekerde lijfrente.
Een schriftelijke verklaring van de bank dat zij garant staat voor een bepaald bedrag, meestal 10% van de koopsom. Vervangt de waarborgsom bij aankoop van een woning.
Een hypotheek die zekerheid biedt voor alle huidige en toekomstige vorderingen van de bank op de schuldenaar, niet alleen voor één specifieke lening. Standaard bij hypotheken van grote banken.
Inschrijving van een bankhypotheek in het Kadaster, die zekerheid biedt voor alle huidige en toekomstige vorderingen van de bank, niet slechts één specifieke lening.
Een hypotheekvorm waarbij je op een geblokkeerde spaarrekening kapitaal opbouwt tegen dezelfde rente als de hypotheekrente. Aan het einde van de looptijd wordt de schuld met het opgebouwde saldo afgelost. Sinds 2013 niet meer fiscaal gefaciliteerd voor nieuwe hypotheken.
Bruto en netto aanvangsrendement van een vastgoedbelegging. Wordt gebruikt om verhuurd vastgoed te waarderen.
Vanaf studiejaar 2023/2024 wordt de basisbeurs weer ingevoerd, met overgangsregeling. Heeft invloed op studieschulden en de wegingsfactor bij hypotheektoetsing.
Een eenheid waarin rentewijzigingen worden uitgedrukt. Eén basispunt is 0,01%. Veel gebruikt in treasury en hedging.
Het internationale raamwerk van kapitaal- en liquiditeitsregels voor banken. Bepaalt mede de funding- en kapitaalkosten voor hypotheken.
Verplichte zeven dagen reflectieperiode na ontvangst van een bindende offerte hypotheek (artikel 7:128b BW), waarin de klant zonder kosten kan herroepen.
De periode van drie dagen na ontvangst van de koopovereenkomst waarin de koper van een woning zonder opgaaf van redenen kan afzien van de koop.
Een clausule waardoor bepaalde rechten van derden, zoals huur, na een executoriale verkoop blijven bestaan.
Een clausule in de hypotheekakte die bij executie bepaalde rechten van derden laat vervallen, zoals het huurbeding.
Wettelijke mogelijkheid om bij pensionering eenmalig maximaal 10% van het ouderdomspensioen ineens op te nemen. Beoogde inwerkingtreding meermaals uitgesteld.
Fiscale regeling in de Successiewet waarbij onder voorwaarden (voortzettingsvereiste, bezitsvereiste) een groot deel van de waarde van een onderneming vrijgesteld is van schenk- en erfbelasting.
Fiscale regeling die bedrijfsoverdracht bij erfenis of schenking faciliteert. In 2026: 100% vrijstelling tot € 1.543.500 ondernemingsvermogen, 75% over het meerdere.
Pensioenfonds waarin werknemers van een hele bedrijfstak verplicht of vrijwillig zijn aangesloten. Voorbeelden: ABP (overheid), PFZW (zorg), bpfBOUW (bouw).
Degene die een schenking ontvangt. Is degene die de schenkbelasting verschuldigd is, niet de schenker.
Communicatievorm waarin technische en juridische informatie zo wordt gebracht dat een gemiddelde klant deze kan begrijpen. Kernvereiste van de AFM.
Advies over de inrichting van huishoudelijke inkomsten en uitgaven om gezonde financiën te behouden, vaak aanvullend op hypotheekadvies.
Een bepaling in de hypotheekakte die de geldverstrekker bij wanbetaling het recht geeft het onderpand onder beheer te nemen.
Wettelijk vereist beloningsbeleid binnen financiële ondernemingen dat voorkomt dat medewerkers prikkels krijgen die kunnen leiden tot onzorgvuldig klantgedrag of niet-passende adviezen.
De toets die NHG uitvoert bij verzoeken tot OHA, oversluiten of andere wijzigingen van een lopende NHG-hypotheek. Hanteert deels andere normen dan een nieuwe aanvraag.
Oudere variant van erfpacht, vooral voorkomend in Groningen. Kent eigen regels en wordt soms anders behandeld door geldverstrekkers.
De jaarlijkse aangifte inkomstenbelasting waarin onder meer het eigenwoningforfait en de hypotheekrenteaftrek worden verwerkt.
Het bedrag dat je terugkrijgt van de Belastingdienst op basis van betaalde hypotheekrente. Kan maandelijks via een voorlopige teruggave of jaarlijks via de aangifte.
Een hypotheek voor particuliere beleggers die een woning aankopen om te verhuren. De voorwaarden, rente en maximale lening wijken meestal af van een reguliere hypotheek.
Een beleggingsrekening die is gekoppeld aan een beleggingshypotheek. Het opgebouwde vermogen wordt aan het einde gebruikt om de hypotheek af te lossen.
Een hypotheekvorm waarbij je naast rente periodiek inlegt in een beleggingsdepot. Aan het einde van de looptijd wordt de waarde van het depot gebruikt om de hypotheek af te lossen. Sinds 2013 niet meer fiscaal gefaciliteerd voor nieuwe hypotheken.
Leer die sinds 1 januari 2012 geldt en waarbij vergoedingsrechten meedelen in de waardeontwikkeling van het gefinancierde goed, naar evenredigheid van de bijdrage.
Een onroerend goed dat is gekocht met het oog op verhuur of waardevermeerdering. Valt fiscaal in box 3, met aparte financieringsregels en hogere rente.
Onroerend goed dat niet als hoofdverblijf dient maar bedoeld is voor verhuur of belegging. Valt in box 3 met forfaitair rendement van 6,00% (2026).
Een fiscaal vehikel dat tot 2013 gekoppeld kon worden aan een beleggingshypotheek, met belastingvrije opbouw binnen voorwaarden. Bestaande rechten blijven onder overgangsrecht.
Verzekeringsproduct waarbij premies worden belegd in fondsen. Veel ingezet als KEW-product vóór 2008. Onderwerp van woekerpolis-discussies.
Een woning die niet als hoofdverblijf dient maar wordt verhuurd. Financiering valt in box 3 en volgt aparte acceptatiecriteria.
Een besluit van de staatssecretaris van Financiën dat het beleid van de Belastingdienst over fiscale wetgeving uitlegt. Niet rechterlijk bindend, maar wel praktijk-toepasbaar.
Het 12-maandsgemiddelde van de actuele dekkingsgraad. Wordt door pensioenfondsen gebruikt voor besluiten over indexatie en korting, om voor schommelingen te corrigeren.
Regelgeving op basis waarvan de toezichthouder de geschiktheid van dagelijks beleidsbepalers in financiële ondernemingen toetst. In 2023 geactualiseerd.
Het namens de klant aanvragen en afsluiten van de hypotheek bij de gekozen geldverstrekker. Aparte Wft-dienst naast advies.
Honorarium voor het afsluiten en administratief afwikkelen van een hypotheek, los van advies. Apart te factureren of inbegrepen in een vast totaalbedrag.
De vergoeding voor het bemiddelen bij een hypotheek door een tussenpersoon of adviseur, los van de advieskosten.
Clausule in hypotheekakten dat bij een rente onder 5% boetevrij mag worden afgelost in afwijking van de standaard regels. In de praktijk weinig voorkomend.
Aanvaarding van een nalatenschap met de beperking dat de erfgenaam niet met privévermogen aansprakelijk is voor schulden boven het saldo van de nalatenschap. Vereist een verklaring bij de griffie.
Bijna energieneutraal gebouw. De eisen voor nieuwbouw sinds 2021, met drie indicatoren voor energiebehoefte, primair fossiel verbruik en hernieuwbare energie.
Bijna Energie Neutraal Gebouw: drie eisen voor nieuwbouw sinds 2021 over energiebehoefte, primair fossiel verbruik en aandeel hernieuwbare energie.
Standaard huwelijksvermogensregime sinds 1 januari 2018. Alleen tijdens het huwelijk verkregen goederen vallen in de gemeenschap; voorhuwelijks vermogen, erfenissen en schenkingen blijven privé.
Een vergoeding die de geldverstrekker rekent als de hypotheek langer dan de reguliere geldigheidsduur van de offerte beschikbaar moet blijven. Vooral relevant bij nieuwbouw met langere bouwtijd.
Verzekering tegen aansprakelijkheid voor beroepsfouten. Verplicht voor bemiddeling in verzekeringen en dienstverlening onder het nationaal regime.
Verplichte pensioenregeling die op basis van een wettelijke verplichtstelling geldt voor een bepaald beroep, zoals huisartsen, advocaten of fysiotherapeuten.
Een formeel besluit, bijvoorbeeld van de Belastingdienst of de gemeente. De WOZ-beschikking bepaalt de jaarlijkse WOZ-waarde.
Een juridische maatregel waarmee een schuldeiser vermogensbestanddelen van de schuldenaar blokkeert als zekerheid voor een vordering.
Het besluit dat de gedragsregels uit de Wft uitwerkt, waaronder regels over informatieverstrekking, productontwikkeling en de boeterente-norm.
Een woning die al eerder bewoond of opgeleverd is. Bij aankoop betaal je over het algemeen kosten koper.
Hypotheekschuld bestaand op 31 december 2012, die onder overgangsrecht fiscaal gunstig blijft behandeld zonder aflossingsplicht.
Een eigenwoningschuld die uiterlijk op 31 december 2012 is aangegaan. Voor BEWS geldt geen aflossingseis voor renteaftrek; wel maximaal 30 jaar aftrek vanaf 1 januari 2001.
Inkomen waarvan redelijkerwijs verwacht mag worden dat het ook in de toekomst in stand blijft. Voorwaarde voor afwijking van standaardnormen onder artikel 4 lid 4 TRHK.
Hypotheeklasten die niet alleen nu, maar ook in toekomstige situaties (pensionering, scheiding, arbeidsongeschiktheid) draagbaar blijven. Onderwerp van de woonlastentoets.
De waarschijnlijkheid dat een inkomen ook in de toekomst beschikbaar blijft. Belangrijke factor bij hypotheekverstrekking, naast de absolute hoogte van het inkomen.
Alternatief voor verklaring bestendigheid: onderbouwde toelichting waarom de aangevraagde hypotheek ondanks afwijking van normen verantwoord is.
Persoon die het dagelijks bestuur van de VvE voert, eventueel professioneel beheerd door een VvE-beheerder.
Het recht om te beschikken over bepaalde goederen binnen het huwelijk. Elke echtgenoot bestuurt in beginsel zijn eigen goederen en ten dele het gemeenschappelijke vermogen.
De datum waarop de maandelijkse hypotheektermijn wordt afgeschreven. Meestal de 1e of rond het einde van de maand.
NHG-instrument waarbij geldverstrekkers een betaling van het verwachte verlies kunnen ontvangen vóór het daadwerkelijk verlies bij verkoop. Bestaat vanwege Europese kapitaalregels voor banken.
Een beschermingsmaatregel waarbij een bewindvoerder beslist over het vermogen van iemand die dat zelf niet kan. Relevant bij hypotheekonderhandelingen.
Een beschermingsmaatregel waarbij een door de rechter benoemde bewindvoerder het vermogen uit een nalatenschap beheert ten behoeve van een meerderjarige die dat zelf niet kan.
Een pandrecht waarbij de goederen bij de pandgever blijven, zoals inventaris of bedrijfsmiddelen. Niet van toepassing op onroerend goed.
Voorwaarde voor de BOR dat de onderneming ten minste drie jaar (bij schenking) of één jaar (bij overlijden) in bezit moet zijn geweest van de erflater/schenker.
Een prijsvoorstel doen op een te koop staande woning. Onder of boven de vraagprijs, al dan niet onder ontbindende voorwaarden.
Vaste lasten die horen bij woningbezit, zoals onderhoud (1,069% WOZ), OZB (0,0909%), waterschapslasten (0,0296%) en opstalverzekering (0,144%). Totaal 1,3335% van de WOZ-waarde.
Een fiscale regeling die voorkomt dat je hypotheekrenteaftrek krijgt over een bedrag dat je had kunnen financieren met de overwaarde van je vorige woning. De overwaarde moet je in de nieuwe woning inbrengen om volledig recht op renteaftrek te houden.
De regel dat de eigenwoningreserve bij gezamenlijke verkrijging naar verhouding van eigendom moet worden afgeboekt op de eigenwoningschuld van beide partners.
Eisenpakket voor nieuwbouw vanaf 1 januari 2021 met drie indicatoren: energiebehoefte, primair fossiel verbruik en aandeel hernieuwbare energie.
Toevoeging van een extra pand als onderpand aan een bestaande hypothecaire lening. Wordt vastgelegd in een notariële akte en ingeschreven in de openbare registers.
Een bedrag dat bij je inkomen wordt opgeteld voor belastingheffing, zoals het eigenwoningforfait.
De afdeling van een bank die hypotheken met betalingsproblemen overneemt om samen met de klant naar een oplossing te zoeken, om gedwongen verkoop te voorkomen.
Het deel van het partnerpensioen dat tijdens het huwelijk is opgebouwd. Komt bij scheiding toe aan de ex-partner, tenzij anders is overeengekomen.
De moderne vorm van hypotheek die slechts op één specifiek registergoed rust, in tegenstelling tot de afgeschafte generale hypotheek.
De verhoogde zorgplicht van banken en adviseurs bij complexe of risicovolle producten. Is in de rechtspraak in tal van zaken (o.a. effectenlease) uitgewerkt.
Door de Hoge Raad ontwikkelde verzwaarde zorgplicht van banken bij complexe of risicovolle producten, met onder meer de effectenlease-arresten als mijlpalen.
Aanvullende coderingen bij het BKR die specifieke informatie geven, zoals 'A' voor achterstand of '1' voor een regeling. Bepalen mede de impact op nieuwe kredietaanvragen.
Sinds 2013 is de hypotheekofferte een bindend aanbod van de geldverstrekker, met een wettelijke geldigheidsduur van minimaal twee weken.
Sinds 14 juli 2016 verplicht: een bindend aanbod van minimaal twee weken geldigheid waarbij de geldverstrekker en de klant elkaar nog niet kunnen verlaten. Vervangt de oude offerte.
Datum tot wanneer een bindend aanbod (hypotheekofferte) geldig is. Na deze datum kunnen voorwaarden wijzigen.
Een uitspraak waaraan partijen zich contractueel hebben verbonden, zoals een Kifid-uitspraak die beide partijen hebben geaccepteerd als bindend.
Een Kifid-uitspraak die voor beide partijen bindend is, mits zij zich vooraf aan het bindende karakter hebben gecommitteerd. Anders is het advies niet-bindend.
Het Bureau Krediet Registratie in Tiel registreert alle leningen en kredieten van particulieren in Nederland. Hypotheekverstrekkers raadplegen het BKR vóór elke hypotheekverstrekking.
Een aantekening bij het BKR die informatie geeft over het verloop van een krediet, zoals een achterstand (A) of een kwijtschelding (2 t/m 5).
De coderingen die bij betalingsachterstanden worden toegevoegd: A (achterstand), 1 (regeling), 2 (gedeeltelijk afgeboekt), 3 (vordering opgeëist), 4 (onvindbaar), 5 (langer geen contact).
Een melding bij het BKR van een lopend of afgelost krediet. Leningen boven €250 worden in principe gemeld.
De controle bij het Bureau Krediet Registratie, verplicht onderdeel van de hypotheekaanvraag.
Het minimumbedrag waarboven kredieten bij het BKR moeten worden geregistreerd. In 2026: € 250 voor consumptief krediet en specifieke regels voor andere kredietvormen.
Het juridische eigendom van een goed waarvan het gebruik en de vruchten toekomen aan een ander (de vruchtgebruiker). De blooteigenaar krijgt het volle eigendom bij einde van het vruchtgebruik.
Wilsrecht waarbij kinderen de blooteigendom van goederen opeisen van de hertrouwde langstlevende ouder, terwijl de ouder het vruchtgebruik behoudt.
Warmtepompsysteem dat warmte uit de bodem onttrekt via verticale of horizontale bodemlussen. Duurder maar efficiënter.
Een door een notaris opgemaakte lijst van alle bezittingen en schulden in een gemeenschap of nalatenschap. Vereist bij beneficiaire aanvaarding en gebruikelijk bij scheiding.
Het samensmelten van vermogens door huwelijk in gemeenschap van goederen, of door erfenis. Heeft fiscale en civielrechtelijke gevolgen voor eigendom en aansprakelijkheid.
Register waarin verklaringen over nalatenschappen worden ingeschreven, zoals ongedaanmaking van de wettelijke verdeling of aanvaarding/verwerping.
Een volmacht waarbij erfgenamen een derde machtigen om namens hen de nalatenschap af te wikkelen. Vaak verleend aan een van de erfgenamen of aan een notaris.
Een volmacht in het testament aan een specifieke persoon (vaak een notaris) om de afwikkeling van de nalatenschap te regelen, zonder formele executele.
De vergoeding die je aan de geldverstrekker betaalt als je je hypotheek (deels) aflost binnen de rentevasteperiode tegen een hogere rente dan de actuele marktrente. Ook wel 'vergoedingsrente' genoemd.
Boeterente calculatorJaarlijks een deel van de hypotheek aflossen zonder dat daar boeterente over verschuldigd is. Vaak is 10 tot 20% van de oorspronkelijke hoofdsom per jaar boetevrij.
Kosten over de looptijdHet jaarlijkse bedrag dat boetevrij mag worden afgelost, meestal 10% of 20% van de oorspronkelijke hoofdsom. Verschilt per geldverstrekker.
Een overeenkomst waarin iemand (de borg) zich garant stelt voor de schuld van een ander. Bij familiehypotheken of zakelijke hypotheken relevant.
De borgtochtovereenkomst tussen Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen en een geldverstrekker op basis van artikel 7:850 BW waarin NHG garant staat voor leningen aan consumenten.
De eenmalige premie die je bij het afsluiten van NHG aan het Waarborgfonds Eigen Woningen betaalt. Wordt ook wel NHG-premie genoemd.
Het recht van een projectontwikkelaar om op een stuk grond te mogen bouwen. Komt niet op de consumentenbalans, wel in nieuwbouwprojecten.
Een geblokkeerde rekening bij de geldverstrekker waaruit nieuwbouw- of verbouwingskosten worden betaald. Over het saldo ontvang je rente, vaak gelijk aan de hypotheekrente.
Een inspectie van de bouwkundige staat van een woning, uitgevoerd door een specialist. Geeft inzicht in achterstallig onderhoud en verborgen gebreken.
De rente die je bij nieuwbouw over de grondprijs en reeds vervallen termijnen van de aannemer verschuldigd bent, voordat de woning is opgeleverd.
Bouwrente die in rekening wordt gebracht tussen ondertekening van de koop-/aannemingsovereenkomst en oplevering. Kwalificeert als rente over een lening van de aannemer en is in beginsel aftrekbaar.
Bouwrente die de aannemer in rekening brengt over de periode tot ondertekening van de koop-/aannemingsovereenkomst. Vormt onderdeel van de koopsom en is niet aftrekbaar als rente.
Uitgebreide inspectie door een bouwkundig expert die de technische staat van de woning beoordeelt en noodzakelijk onderhoud in kaart brengt.
De gefaseerde betalingen aan de aannemer voor verschillende stadia van de bouw, zoals fundering, ruwbouw, dak, afbouw. Worden uit het bouwdepot betaald.
De toestemming van de gemeente om te bouwen of verbouwen. Sinds 2010 omgevingsvergunning.
Schenking die niet past binnen de normale gang van zaken. Vereist toestemming van de andere echtgenoot op grond van artikel 1:88 BW.
De belastingbox voor inkomen uit werk en woning. De hypotheekrenteaftrek en het eigenwoningforfait vallen in deze box.
De belastingbox voor aanmerkelijk belang in een vennootschap. Relevant voor directeur-grootaandeelhouders bij de hypotheektoets.
Het belastingtarief op inkomen uit aanmerkelijk belang. Sinds 2024 schijventarief: 24,5% over de eerste schijf, 31% over het meerdere.
Tarief voor inkomsten uit aanmerkelijk belang. In 2026: 24,5% over de eerste € 67.000, 31% daarboven.
De belastingbox voor sparen en beleggen. Een tweede woning of verhuurde woning zonder hoofdverblijffunctie valt hierin.
Box 3 optimizerHypotheek op een woning die niet in box 1 valt (geen hoofdverblijf). Rente is niet aftrekbaar maar de schuld wordt wel in box 3 meegenomen.
Aparte financieringslasttabel voor het deel van de hypotheeklasten dat niet aftrekbaar is, zoals een aflossingsvrij deel boven de fiscale grens of een box 3-hypotheek.
Periode waarin de kosten van bijvoorbeeld oversluiten of extra aflossen worden terugverdiend door de resulterende besparing.
Wijzigingen in de Wet IB 1964 per 1 januari 1992 die het fiscale regime voor kapitaalverzekeringen en lijfrenten ingrijpend veranderden.
Het gebruik van authentieke bronnen zoals Belastingdienst, UWV en werkgeversverklaring voor het automatisch verifiëren van inkomen en vermogen.
Identificatie aan de hand van een betrouwbaar overheidsdocument (paspoort, ID-kaart, rijbewijs), al dan niet digitaal via bronsystemen.
Verificatie van inkomen via authentieke bronnen zoals Belastingdienst, UWV of digitale werkgeversverklaring, in plaats van fysieke documenten.
Het verhogen van een netto-last met het belastingvoordeel om vergelijkbaar te maken met aftrekbare hypotheeklasten. Toegepast bij box 3-leningen, consumptief krediet en niet-aftrekbare leningdelen.
De rekenfactor om netto-lasten te bruteren. Berekend als verhouding tussen het financieringslastpercentage van de reguliere tabel en dat van de box 3-tabel.
Verhouding tussen jaarlijkse huurinkomsten en de aanschafwaarde van een vastgoedbelegging, vóór aftrek van kosten.
De bruto huuropbrengst per jaar gedeeld door de aankoopprijs van een beleggingsobject. Eenvoudige rendementsindicator, exclusief kosten en belastingen.
De maandelijkse hypotheeklasten vóór aftrek van het belastingvoordeel via de hypotheekrenteaftrek. Bestaat uit rente en eventueel aflossing.
HypotheekcalculatorHet pad waarmee een bruto inkomen via inhoudingen op het netto loon uitkomt. Van belang voor budgetanalyse en betaalbaarheidstoets.
Het btw-tarief van 21% dat bij nieuwbouwwoningen in de koop-aanneemsom is begrepen. Onder de regeling 'vrij op naam' inclusief alle bijkomende kosten.
Planning van terugkerende inkomsten en uitgaven op maand- of jaarbasis, met specifieke aandacht voor huisvestingskosten en ruimte voor sparen.
De reserves aan liquide middelen die een adviseur aanbeveelt om onverwachte kosten op te vangen. Vuistregel: 3 tot 6 maanden aan vaste lasten.
Zakelijke variant van de aflossingsvrije hypotheek waarbij gedurende de looptijd niet wordt afgelost en de volledige hoofdsom aan het einde in één keer wordt terugbetaald.
Een hypotheekvorm waarbij gedurende de looptijd niet wordt afgelost en de volledige hoofdsom aan het einde in één keer wordt terugbetaald. In de praktijk de zakelijke variant van de aflossingsvrije hypotheek.
Taxatie zonder fysieke woninginspectie, op basis van publiek beschikbare gegevens en modelmatige waardering. Toegestaan in beperkte LTV-segmenten en bij herfinanciering.
Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek bevat de algemene regels voor verzekeringsovereenkomsten, waaronder de levensverzekering die ten grondslag ligt aan de KEW.
Pad of weg die door meerdere buren gezamenlijk wordt gebruikt en onderhouden. Eigendoms- en gebruiksverhoudingen kunnen complex zijn.
Aanbieder van modelmatige woningwaarderingen die veel door geldverstrekkers worden geaccepteerd als alternatief voor volledige taxatie bij lagere LTV's.
Modelmatige woningwaardering door Calcasa, gebruikt voor desktoptaxaties bij bepaalde LTV's onder NHG. Gebaseerd op statistisch model met grote dataset.
Het jaarlijkse bedrag dat een erfpachter betaalt voor het gebruiksrecht van de grond.
Periodieke bijstelling van de erfpachtcanon, meestal naar de actuele marktwaarde van de grond. Kan tot grote stijgingen leiden bij gewilde locaties.
Nieuwbouwwoning die alleen casco wordt opgeleverd: kale ruwbouw met dak, ramen en deuren. De koper voltooit de afbouw zelf, vaak om kosten te besparen.
Het netto kasstroomrendement na aftrek van rente, aflossing en exploitatiekosten. Belangrijk bij beoordelen van de financierbaarheid van een verhuurinvestering.
Analyse van verwachte in- en uitgaande geldstromen over een bepaalde periode, om betaalbaarheid van verplichtingen te toetsen.
Het effect van financiële beslissingen op de in- en uitgaande geldstromen van een huishouden, op maand- of jaarbasis.
Centraal Bureau voor de Statistiek. Publiceert onder meer de huizenprijsindex en gegevens over de woningmarkt.
Register waarin is vastgelegd welke notarissen testamenten hebben opgesteld voor welke personen. De inhoud van testamenten is niet zichtbaar.
De overdracht van een vordering van de ene schuldeiser aan een andere. Wordt gebruikt bij het verhandelen van hypotheekportefeuilles.
De berekeningen die het hypotheekadvies onderbouwen op basis van klantspecifieke gegevens. Volgens de AFM moeten deze reproduceerbaar in het klantdossier worden vastgelegd.
Schriftelijke overeenkomst tussen financieel dienstverlener en klant waarin de dienstverlening, werkzaamheden, vergoeding en nazorgafspraken worden vastgelegd. Onder het nationaal regime verplicht.
Het door de geldverstrekker uit te voeren onderzoek naar de identiteit, achtergrond en financiële situatie van de klant. Verplicht onderdeel van de Wwft-procedure.
Registratie van klantgegevens conform Wwft en AVG. Onderdeel van Customer Due Diligence.
Een situatie waarbij meerdere personen hoofdelijk aansprakelijk zijn voor dezelfde hypotheekschuld. Vaak het geval bij partners.
Zelfregulering van de Nederlandse bankensector met principes voor goed bestuur, risicobeheer en cliëntbelang. Aanvulling op wettelijk toezicht door DNB en AFM.
Zelfregulering van de Nederlandse verzekeringssector met principes voor goed bestuur en cliëntbelang. Vergelijkbaar met de Code Banken voor de verzekeringssector.
Handgeschreven, gedateerd en ondertekend document waarin specifieke roerende zaken (kleding, sieraden, inboedel) aan personen worden vermaakt. Geen notariële akte nodig.
Systematische afwijking in menselijk denken en beslissen, zoals loss aversion, anchoring of availability bias. Relevant voor begrip van klantgedrag.
Het onderpand dat dient als zekerheid voor een lening. Bij hypotheken is dat de woning zelf.
Een hypotheek die bestaat uit een combinatie van verschillende hypotheekvormen binnen één lening, bijvoorbeeld deels annuïtair en deels aflossingsvrij.
Tweede instantie binnen Kifid voor hoger beroep tegen uitspraken van de Geschillencommissie. Uitspraken zijn bindend bij keuze.
Een taxatiemethode waarbij de waarde wordt afgeleid van vergelijkbare, recent verkochte referentieobjecten.
Het tegen elkaar wegstrepen van wederzijdse vorderingen. Een geldverstrekker kan een tegoed bijvoorbeeld verrekenen met een achterstand.
Onder de Wtp gefaciliteerde compensatie voor werknemers die door de overgang naar een vlakke premie minder pensioen zouden opbouwen. Tot en met 2036 mogelijk.
Regelingen die verzekeraars hebben getroffen voor klanten met beleggingsverzekeringen met te hoge kosten, zoals de Vereenvoudigde Compensatieregeling.
Het geheel van procedures en controles om te waarborgen dat een financiële organisatie zich houdt aan wet- en regelgeving. Elke geldverstrekker heeft een compliance-functie.
Het tenietgaan van een recht doordat schuldeiser en schuldenaar in één persoon samenvallen, bijvoorbeeld bij vererving.
Het in bewaring geven van geld of documenten bij de notaris totdat aan bepaalde voorwaarden is voldaan.
De Consumentenbond geeft onafhankelijke informatie en vergelijkingen over hypotheken voor consumenten. Speelt een rol in de publieke discussie over financiële producten.
De EU-richtlijn (CCD) die eisen stelt aan consumentenkredieten. Hypotheken vallen niet hieronder maar onder de MCD.
De maandelijks door het CBS gepubliceerde index van de prijzen van goederen en diensten voor consumenten. Belangrijkste maatstaf voor inflatie.
Een door het CBS berekende indicator van het vertrouwen van huishoudens in de economie. Correlatie met de woningmarkt.
Een lening die niet bedoeld is voor aankoop, verbouwing of verbetering van een woning. Telt mee bij het bepalen van de maximale hypotheek.
Krediet aanpassenHet terugrekenen van toekomstige kasstromen naar hun huidige waarde met behulp van een disconteringsvoet. Kern van de NCW-methode.
De huidige waarde van een toekomstige geldstroom, berekend op basis van een disconteringsvoet. Kern van boeterente- en swapberekeningen.
Een vraag waarmee de adviseur toetst of hij de klant correct heeft begrepen, vaak in de vorm van een samenvatting.
De afspraken over hypotheek, woning en eventuele uitkoop in het echtscheidingsconvenant. Vormen de basis voor de OHA-aanvraag bij de geldverstrekker.
De omzetting bij scheiding van het verevende pensioendeel in een eigen, zelfstandig pensioenrecht voor de ex-partner. Hierdoor ontstaat geen afhankelijkheid van de andere partner.
De periodieke rentebetaling op een obligatie of hypotheekgerelateerde uitgifte. Relevant bij hypotheek-gedekte obligaties.
De vergoeding voor een makelaar bij de aan- of verkoop van een woning, meestal een percentage van de koopsom.
Een door hypotheken gedekte obligatie op de balans van de uitgevende bank. Een belangrijke fundingbron voor Nederlandse hypotheken.
Uitgifteprogramma van door hypotheken gedekte obligaties door een bank. Belangrijke fundingbron voor Nederlandse hypotheekportefeuilles.
Capital Requirements Directive IV en V. De Europese uitwerking van Bazel III voor kredietinstellingen.
Vorm van particuliere kredietverstrekking via online platforms. Soms ingezet voor starterleningen of verduurzamingsleningen in combinatie met reguliere hypotheek.
Capital Requirements Regulation. De bijbehorende verordening die rechtstreeks geldt in alle EU-lidstaten.
Aandeel met voorrang op dividend dat zich opstapelt als geen dividend wordt uitgekeerd. Onderdeel van complexe vermogensstructuren bij DGA's.
Een verdergaande beschermingsmaatregel dan bewindvoering; de curator neemt alle beslissingen over zowel vermogen als persoon.
Het klantonderzoek dat financiële instellingen moeten uitvoeren op grond van de Wwft, inclusief identificatie en risico-inschatting.
De rente die op de dag van ondertekening van de offerte of passeren van de akte geldt. Sommige geldverstrekkers bieden een dagrenteclausule aan.
Isolatiemaatregel voor daken (hellend of plat), onder TRHK aangewezen als energiebesparende voorziening.
Een ORV waarbij de verzekerde som periodiek daalt, gelijk aan de afnemende hypotheekschuld bij annuïtaire of lineaire hypotheek.
Een inbreuk op de beveiliging van persoonsgegevens. Meldingsplichtig bij de Autoriteit Persoonsgegevens binnen 72 uur.
De rente die je betaalt over je schuld, zoals de hypotheekrente.
Degene die een schuld heeft, in dit geval de hypotheeknemer die de lening moet terugbetalen aan de geldverstrekker.
Verhouding tussen rente- en aflossingsverplichtingen enerzijds en beschikbaar inkomen anderzijds. Internationaal gebruikt als maat voor kredietwaardigheid.
De verhouding tussen totale schulden en bruto inkomen. In Nederland vooral vervangen door de LTI-systematiek met NIBUD-normen.
Standaardkeuze die actief bevestigd moet worden om van af te wijken. Mensen kiezen vaker voor de standaard, wat in productontwerp en advies bewust kan worden ingezet.
Een energielabel dat is afgegeven door een gecertificeerde adviseur na opname van de woning, in tegenstelling tot het voorlopige label. Verplicht bij verkoop en verhuur.
Fiscaal-juridisch mechanisme waardoor bij wettelijke verdeling de onderbedelingsvordering en overbedelingsschuld buiten de box 3-grondslag blijven (artikel 5.4 Wet IB 2001).
De verhouding tussen het vermogen van een pensioenfonds en de waarde van de toekomstige pensioenverplichtingen, uitgedrukt in een percentage. Bepaalt onder andere of indexatie of korting plaatsvindt.
Een schriftelijke of digitale bevestiging van de tijdelijke verzekeringsdekking in afwachting van de definitieve polis.
Rentevergoeding die de geldverstrekker betaalt over het saldo in een bouwdepot, vaak gelijk aan de hypotheekrente minus een kleine marge.
Het overmaken van een bedrag uit het bouwdepot op basis van facturen of stand van de bouw. Volgt meestal vaste stappen: grond, casco, wind- en waterdicht, oplevering.
Aanvullende oudedagsvoorziening die individueel wordt afgesloten, zoals lijfrente en lijfrentespaarrekening. Aanvulling op AOW en werknemerspensioen.
Een beding in een contract dat rechten toekent aan een derde. Kan voorkomen in samenwerkingsconstructies tussen geldverstrekker en tussenpersoon.
Het effect van een rechtshandeling of inschrijving jegens derden buiten de oorspronkelijke contractspartijen. Cruciaal bij het Kadaster-systeem.
Een fiscale faciliteit voor buitenlandse werknemers met specifieke expertise (de 30%-regeling), die 30% van het salaris onbelast laat uitbetalen. Heeft invloed op de maximale hypotheek en het toetsinkomen.
Een waardering zonder woningbezoek, op basis van bureaugegevens. Toegestaan bij herfinancieringen en bij bepaalde LTV's onder NHG.
Reeks uitspraken van de Hoge Raad over effectenleaseproducten waarin de bijzondere zorgplicht van aanbieders van complexe producten werd uitgewerkt.
Directeur-grootaandeelhouder. Een specifieke doelgroep met eigen inkomensbeoordeling: combinatie van salaris, dividend en ingehouden winst.
Maximale hypotheek berekenenHet samenstel van fiscale regels die specifiek gelden voor directeuren-grootaandeelhouders, zoals gebruikelijk loon, ab-heffing en pensioenregels.
Het toetsinkomen van een directeur-grootaandeelhouder, samengesteld uit salaris, dividend en (deels) ingehouden winst van de eigen BV. Speciale regels per geldverstrekker.
Het perceel waarop een erfdienstbaarheid rust ten gunste van een ander perceel (heersend erf). Eigenaar moet het gebruik door de andere partij dulden.
Document waarin een financieel dienstverlener informatie geeft over de onderneming, aard van de dienstverlening, beloning, onafhankelijkheid en klachtenregeling. Niet wettelijk verplicht maar gangbaar in de praktijk.
Visiedocument van de AFM dat aangeeft dat financieel dienstverleners hun proces efficiënt mogen inrichten met doelgroepaannames, zolang de dienstverlening passend blijft bij de individuele klantbehoefte.
Een wettelijk verplicht document waarin de hypotheekadviseur zijn diensten, beloning en aanbieders beschrijft. Helpt je adviseurs te vergelijken.
Standaarddocument dat aanbieders en adviseurs verplicht moeten verstrekken voorafgaand aan dienstverlening. Beschrijft diensten, beloning en aanbieders.
Variatie in de maximale leencapaciteit op basis van het energielabel van de woning, met extra ruimte voor zuinige labels (A+ en hoger) en beperking bij onzuinige labels (E, F, G).
Machtiging via DigiD voor online dienstverlening, bijvoorbeeld voor inzage in pensioenoverzicht of belastinggegevens ten behoeve van een hypotheekaanvraag.
Volledig digitaal afgesloten hypotheek, meestal met videoadvies of execution-only, met digitale identificatie, handtekening en akteverwerking.
Elektronische handtekening die onder voorwaarden rechtsgeldig is conform eIDAS-verordening. Gebruikt bij digitaal afsluiten van hypotheken.
Het elektronisch ondertekenen van hypotheekdocumenten. Onder voorwaarden rechtsgeldig op grond van de eIDAS-verordening.
Volledig digitaal aangeleverde en gevalideerde taxatie, waaronder desktop- en modelmatige varianten.
Werkgeversverklaring verkregen via een gecertificeerde digitale bron (UWV, werkgeverssysteem), met hoger betrouwbaarheidsniveau dan papieren equivalent.
Geldverstrekker die rechtstreeks aan consumenten advies geeft en hypotheken verstrekt, zonder tussenkomst van een onafhankelijk intermediair.
Een korting op de hoofdsom bij uitgifte van een lening. Niet gebruikelijk bij moderne particuliere hypotheken.
De rente waartegen toekomstige kasstromen contant worden gemaakt bij de NCW-berekening van het financieel nadeel. AFM schrijft als uitgangspunt de vergelijkingsrente voor.
Een taxatiemethode die de waarde bepaalt op basis van contant gemaakte toekomstige kasstromen. Vooral gebruikt bij beleggingsobjecten.
De Nederlandsche Bank. Houdt toezicht op de soliditeit van banken en verzekeraars, inclusief hypotheekverstrekkers.
De periodieke rapportages die banken en verzekeraars aan De Nederlandsche Bank aanleveren over soliditeit, liquiditeit en risico's.
De lijst documenten die de geldverstrekker nodig heeft voor de hypotheekaanvraag: loonstroken, werkgeversverklaring, BKR-toets, koopakte, taxatierapport en meer.
De vooraf gedefinieerde groep klanten waarvoor een hypotheekproduct geschikt wordt geacht. Vastgelegd in het productgoedkeuringsproces en gebruikt bij distributie.
Vooraf vastgestelde veronderstelling over een klantsegment die efficiënt adviseren ondersteunt, mits de aanname onderbouwd is en getoetst wordt bij de individuele klant.
Als onderdeel van productontwikkelingsgovernance: expliciete beschrijving van de doelgroep waarvoor een financieel product is bedoeld.
De financiële en niet-financiële doelen van de klant, zoals een gewenste inrichting van het oudedagsinkomen, snel aflossen, of flexibiliteit. Sturen het hypotheekadvies.
Het uit het Kadaster verwijderen van een hypotheekinschrijving nadat de schuld is afgelost. Hieraan zijn royementskosten verbonden.
Een kredietvorm waarbij je tot een afgesproken limiet geld kunt opnemen en terugbetalen. Wordt door de geldverstrekker meegenomen in de berekening van je leencapaciteit.
Krediet aanpassenEen hypotheek waarbinnen de geldnemer flexibel kan opnemen en aflossen tot een afgesproken limiet, vergelijkbaar met een rekening-courant met hypothecaire zekerheid.
Registratie bij het BKR van een doorlopend krediet, met vermelding van de limiet (en niet alleen het saldo). Bij hypotheekaanvraag wordt vaak met de limiet gerekend.
Fiscale faciliteit waarbij bij overlijden of schenking van aanmerkelijk belang de fiscale claim doorschuift naar de verkrijger, mits aan voorwaarden wordt voldaan.
Specialistische hypotheek voor consumenten die na schuldsanering of financiële problemen opnieuw een woning willen kopen, vaak tegen strengere voorwaarden.
Een hypotheek voor mensen die na schuldsanering of financiële problemen weer een woning willen kopen. Wordt aangeboden door enkele specialistische geldverstrekkers.
Iemand die al een eigen woning bezit en naar een andere koopwoning verhuist. Tegenovergestelde van een starter.
Gespreksvaardigheid waarbij de adviseur aanvullende vragen stelt om een antwoord te verdiepen of specifieker te maken.
Administratiekosten die een geldverstrekker rekent voor het verwerken van een hypotheekaanvraag. Vaak onderdeel van de afsluitkosten.
Verplichting voor adviseurs om een klantdossier aan te leggen en bij te houden, op basis waarvan het advies achteraf is te reconstrueren.
Douche-warmteterugwinning: systeem dat warmte uit het afgevoerde doucheiwater hergebruikt om koud leidingwater voor te verwarmen.
Regeling bij NHG waarbij de consument na betalingsachterstand naar draagkracht maandelijks betaalt, om te proberen gedwongen verkoop te voorkomen.
De verplichting om bij te dragen aan de aflossing of lasten van een schuld. Onderscheiden van aansprakelijkheid: je kunt aansprakelijk zijn zonder draagplichtig te zijn.
Eis dat een ZZP'er of ondernemer minimaal drie jaar ondernemerschap met winstcijfers kan aantonen. Bij sommige geldverstrekkers korter.
Regeling waarbij een te koop staande woning nog maximaal drie jaar na het verlaten als eigen woning kwalificeert, met behoud van renteaftrek.
De situatie waarin je tijdelijk voor twee woningen hypotheeklasten betaalt, bijvoorbeeld als de oude woning nog niet verkocht is. De rente is onder voorwaarden fiscaal aftrekbaar.
Een maatstaf voor de rentegevoeligheid van een lening of obligatie. Wordt door treasury gebruikt om rente-risico's te beheersen.
Residential Mortgage Backed Securities uitgegeven op basis van Nederlandse hypotheken. Historisch een belangrijk segment op de Europese securitisatiemarkt.
Een hypotheek met specifieke voorwaarden voor woningen met een goed energielabel of voor het financieren van verduurzaming.
Aanvullende lening van het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting via de gemeente, specifiek voor energiebesparende maatregelen. Beschikbaarheid en voorwaarden verschillen per gemeente.
Het vermogen van werknemers om gezond en productief te blijven werken. Relevant bij de beoordeling van werkhorizon in hypotheekadvies.
European Banking Authority. Europese toezichthouder op banken, uitgever van richtsnoeren voor kredietverlening en hypotheekbeheer.
Richtsnoeren van de European Banking Authority voor banken in Europa, onder meer over kredietverlening en productbeheer.
Europese Centrale Bank. Bepaalt het monetair beleid voor de eurozone en daarmee de korte rente die variabele hypotheekrentes beïnvloedt.
Schriftelijke overeenkomst tussen scheidende echtgenoten waarin afspraken worden vastgelegd over verdeling van bezittingen, schulden, alimentatie, pensioen en de woning.
De hypotheekoplossing die ontstaat wanneer bij scheiding een van beide partners het eigendom en de hypotheekschuld overneemt, vaak gecombineerd met een uitkoop.
OHA-toetsWettelijk vereiste verklaring van beleidsbepalers en bepaalde medewerkers in de financiële sector dat zij hun functie zorgvuldig en integer uitoefenen, het klantbelang centraal stellen en vertrouwelijk omgaan met informatie.
Verhoogde schenkingsvrijstelling van ouders aan kinderen tussen 18 en 40 jaar, geldig voor één schenking. Bedragen worden jaarlijks geïndexeerd.
Eenmalige verhoogde schenkingsvrijstelling voor kinderen van 18-40 jaar. In 2026 € 32.195 vrij te besteden.
De geldverstrekker met het eerste recht op het onderpand. Bij executieverkoop wordt deze als eerste uit de opbrengst voldaan.
De wettelijke basisvoorzieningen voor de oudedag: de AOW. Vormt voor iedereen die in Nederland heeft gewoond een vloer in het oudedagsinkomen.
Een contractuele afspraak waarbij een partij het recht heeft een object als eerste te mogen kopen bij verkoop. Komt voor in VvE's en bij familie-overeenkomsten.
Inspectie één jaar na oplevering van een nieuwbouwwoning, waarbij eventuele gebreken nog onder de garantie kunnen worden hersteld.
Erfpacht zonder einddatum, vaak met afgekochte canon voor altijd. Komt voor in onder andere Amsterdam en Rotterdam, doorgaans gunstig voor financiering.
Een hypotheekvorm waarbij kapitaalopbouw plaatsvindt via beleggen in effecten, met het risico van koersdalingen.
Krediet op basis van effecten als onderpand. Risico bij dalende koersen: kredietlimiet daalt en directe aflossing kan worden verlangd. Niet geschikt als 'buffer' voor hypotheeklasten.
Een constructie waarbij een hypotheek werd gekoppeld aan beleggen met geleend geld. Bekend geworden door de effectenlease-affaire en de daaropvolgende arresten.
De vergelijkende rentemaatstaf die de werkelijke kosten van een hypotheek uitdrukt, inclusief alle kosten en fees. Verplicht onderdeel van de offerte.
De werkelijke rente per jaar, inclusief alle bijkomende kosten zoals afsluitprovisie. Geeft een eerlijker beeld dan de nominale rente bij het vergelijken van hypotheekoffertes.
HypotheekcalculatorEuropese verordening over elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties. Grondslag voor rechtsgeldige digitale handtekeningen.
Het bedrag dat je zelf inbrengt bij aankoop van een woning, naast de hypotheek. Sinds 2018 mag je maximaal 100% van de woningwaarde lenen, dus bijkomende kosten moet je in principe zelf betalen.
Geld dat de koper zelf inbrengt naast de hypotheek. Sinds de LTV-norm van 100% noodzakelijk voor de bijkomende kosten en eventueel verbouwingen die niet meegefinancierd worden.
De woning die als hoofdverblijf dient voor jezelf en je huishouden. Alleen een eigen woning valt in box 1 met recht op hypotheekrenteaftrek.
De vaste lasten die horen bij het bezit van een woning, zoals onroerendezaakbelasting, rioolheffing, opstalverzekering en onderhoud.
Online verstrekbaar uittreksel van het Kadaster met informatie over eigendom, belastende rechten en relevante notariële stukken.
De juridische overgang van het eigendom van een goed. Bij onroerend goed altijd via notariële akte en inschrijving in het Kadaster.
Een clausule waarin de verkoper eigenaar blijft tot de koopprijs volledig is betaald. Bij woningverkoop uitzonderlijk, bij roerende goederen gangbaar.
Een bedrag dat je bij je inkomen optelt omdat je in een eigen woning woont. Het percentage wordt jaarlijks vastgesteld en hangt af van de WOZ-waarde.
Verhoogd forfait voor woningen met een WOZ-waarde boven € 1.310.000 (2026), waarbij over het meerdere een hoger percentage geldt.
Verlaagd forfait dat geldt voor woningen met een WOZ-waarde tot € 1.310.000 (2026). Stijgt mee met de WOZ-waarde maar is een laag percentage.
Het fiscale regime waaronder de eigen woning als hoofdverblijf in box 1 valt, inclusief hypotheekrenteaftrek en eigenwoningforfait.
Het positieve verschil tussen de verkoopopbrengst van je vorige woning en de hypotheek die daarop rustte. Dit bedrag moet je volgens de bijleenregeling inbrengen in een nieuwe woning.
De reserve die ontstaat bij verkoop van een eigen woning met overwaarde. Volgens de bijleenregeling moet dit bedrag bij de volgende woning worden ingebracht om volledige renteaftrek te behouden.
De hypotheekschuld die fiscaal wordt aangemerkt als lening voor de eigen woning en dus recht geeft op hypotheekrenteaftrek, mits wordt voldaan aan de aflossingseis.
De hypotheekschuld die fiscaal als lening voor de eigen woning kwalificeert en daarmee onder de eigenwoningregeling van box 1 valt. Recht op renteaftrek mits aan de aflossingseis wordt voldaan.
Het geheel van fiscale rechten en plichten dat samenhangt met eerdere eigen woningen, waaronder renteaftrekverleden, EWR en aflossingsstand. Speelt een rol bij toepassing van de bijleenregeling.
Afsluiting van het bouwdepot na oplevering: resterend saldo wordt afgelost op de hypotheek of aan de klant uitgekeerd.
Verkoopwijze waarbij meerdere kopers tegelijk hun eindbod uitbrengen, zonder bieding terug te zien. Veel gebruikt in een krappe markt om de hoogste prijs te realiseren.
Het bedrag van de hypotheek dat aan het einde van de looptijd nog openstaat. Bij een lineaire hypotheek is dit nul, bij een aflossingsvrije hypotheek is dit het volledige leenbedrag.
Pensioenregeling waarbij het pensioen wordt gebaseerd op het laatste salaris vóór pensionering. Bij elke salarisstijging wordt over de gehele diensttijd extra pensioen opgebouwd ('backservice').
Online identificatie via bijvoorbeeld iDIN of DigiD. Wordt ingezet om klantgegevens te verifiëren in het hypotheekproces.
Een extra bedrag dat je onder NHG mag lenen bovenop de 100% LTV-grens, mits het wordt besteed aan energiebesparende maatregelen.
Een extra leencapaciteit binnen NHG voor energiebesparende voorzieningen. Mag tot 6% van de woningwaarde extra worden geleend, mits volledig in een depot wordt gestort.
Een aantrekkelijk geprijsde lening van het Nationaal Warmtefonds om energiebesparende maatregelen te financieren, los van de hypotheek.
De door de TRHK aangewezen maatregelen die extra leenruimte tot € 9.000 geven, zoals isolatie, HR++ glas, warmtepomp, zonnecellen en douche-warmteterugwinning.
Een label (A++++ t/m G) dat de energieprestatie van een woning aangeeft. Beïnvloedt onder NHG de leencapaciteit en is bij verkoop wettelijk verplicht.
Label voor woningen met een zeer laag energieverbruik. Geeft onder TRHK recht op extra leenruimte.
Extra leenruimte voor woningen met een gunstig energielabel. In 2026 mag tot € 50.000 extra worden geleend voor woningen met label A++++ of beter, naast de standaard leennorm.
Een woning die evenveel energie opwekt als verbruikt op jaarbasis.
Woning die op jaarbasis evenveel energie opwekt als verbruikt voor gebouwgebonden energiegebruik. Niet hetzelfde als nul-op-de-meter (dat ook huishoudelijk gebruik omvat).
Officieel rapport over de energieprestatie van een woning, opgesteld door een gecertificeerde adviseur. Basis voor het energielabel en aanvragen van energiebespaarsubsidies.
Een historische maatstaf voor de energiezuinigheid van gebouwen. Vervangen door de BENG-eisen voor nieuwbouw.
Ventilatiesysteem met warmteterugwinning (balansventilatie). Onder TRHK aangewezen bij combinatie met andere energiebesparende voorzieningen.
Testamentaire regeling waarin de langstlevende partner tot enig erfgenaam wordt benoemd, onder uitsluiting van de wettelijke verdeling.
Het deel van een erfenis dat iemand toekomt. Kan van belang zijn bij een hypotheekaanvraag of bij de bijleenregeling.
Een zakelijk recht op een perceel (dienend erf) ten gunste van een ander perceel (heersend erf), zoals recht van overpad, uitzicht of weg.
Een erfdienstbaarheid die bepaalt dat het uitzicht of de lichtinval van een woning niet mag worden belemmerd door bouw op een ander perceel.
Een erfdienstbaarheid die het uitzicht vanaf een woning naar bepaalde landschap of horizon beschermt tegen latere bouw.
Het recht om over andermans grond te rijden, vergelijkbaar met recht van overpad maar specifiek voor gemotoriseerd verkeer.
Bij het erven van een woning met hypotheek kun je de lening overnemen of aflossen. De fiscale positie en bijleenregeling spelen hierbij een rol.
De overledene wiens nalatenschap wordt verdeeld. De woonplaats van de erflater bepaalt of erfbelasting in Nederland verschuldigd is.
Een persoon die op grond van de wettelijke erfopvolging tot de nalatenschap is geroepen, in afwezigheid van of naast een testament.
Een zakelijk recht waarbij je het gebruiksrecht hebt op een stuk grond dat eigendom is van een ander, vaak de gemeente. Je betaalt hiervoor periodiek een vergoeding (canon).
De jaarlijkse vergoeding die je betaalt voor het gebruik van de grond in een erfpachtconstructie. Is onder voorwaarden fiscaal aftrekbaar.
Uitkering die na overlijden van de verzekerde periodiek wordt uitgekeerd aan een nabestaande. Valt onder de nabestaandenlijfrente-regels.
Een testamentaire bepaling waarin een persoon (of meerdere) tot (mede)erfgenaam wordt benoemd, met aanduiding van het breukdeel of percentage van de nalatenschap dat hij krijgt.
De eigenaar van de grond die deze in erfpacht uitgeeft. Vaak gemeente of een private partij zoals een woningbouwvereniging.
European Standardised Information Sheet. Een gestandaardiseerd Europees informatieblad dat verplicht bij een hypotheekofferte wordt verstrekt.
European Standardised Information Sheet: Europees gestandaardiseerd informatieformulier voor hypotheken, verplicht onder de MCD met alle kerngegevens van de aangeboden lening.
Het Europese gestandaardiseerde informatieblad dat verplicht bij elk hypotheekaanbod moet worden verstrekt. Bevat alle relevante kosten, rente, looptijd en risico's.
European Securities and Markets Authority. Europese toezichthouder op effectenmarkten, raakvlakken met securitisaties.
Het op fiscaal en juridisch optimale wijze vormgeven van vermogensoverdracht naar de volgende generatie. Combineert testament, schenkstrategie, huwelijksvoorwaarden en pensioenplanning.
De EU-classificatie voor duurzame economische activiteiten. Van invloed op groene hypotheken en duurzame hypotheekproducten.
Euro Interbank Offered Rate. Het rentetarief waartegen banken elkaar geld lenen in euro. Variabele hypotheekrentes zijn vaak gekoppeld aan deze referentie.
Regels (CRR/CRD IV/V) die banken minimum kapitaalbuffers opleggen op basis van risicogewogen activa. Raken de fundingkosten en daarmee indirect hypotheekrentes.
Wet die sinds 2023 leningen van een DGA bij zijn eigen BV boven € 500.000 (€ 700.000 vanaf 2026) als fictieve dividenduitkering belast in box 2.
De persoon die in een testament is aangewezen om de nalatenschap af te wikkelen: bezittingen beheren, schulden voldoen, legaten uitvoeren en de erfdelen verdelen.
Persoon die door de erflater in het testament is aangewezen om de nalatenschap af te wikkelen en de uitvoering van het testament te verzorgen.
Gedwongen verkoop van een woning, vaak via veiling, als de hypotheeknemer zijn verplichtingen niet nakomt.
De geschatte waarde van een woning bij gedwongen verkoop. Ligt doorgaans 10 tot 15% lager dan de marktwaarde en is sinds 2013 niet meer leidend bij hypotheekverstrekking.
Het afsluiten van een hypotheek zonder advies, op eigen initiatief en eigen verantwoordelijkheid. Alleen mogelijk voor ervaren klanten met duidelijke waarschuwingen.
Specifieke toets bij execution only-hypotheken om vast te stellen of de klant de risico's kan overzien en zonder advies kan afsluiten.
Een document, zoals de grosse van een hypotheekakte, waarmee de geldverstrekker zonder rechterlijke uitspraak tot executie kan overgaan.
De gedwongen openbare verkoop van het onderpand, meestal via een veiling, op initiatief van de hypotheekhouder.
Een hypotheekvorm voor buitenlandse werknemers in Nederland, vaak in combinatie met de 30%-regeling. Niet elke geldverstrekker biedt deze aan.
Het moment waarop een lijfrentekapitaal in opbouwfase moet worden omgezet in een uitkerende lijfrente. Vaak gepaard met een keuzemoment over aanbieder en lijfrentevorm.
Procedure waarbij een geldverstrekker onder de NHG-beheercriteria afwijkt van de reguliere TRHK-leennormen bij ontslag hoofdelijke aansprakelijkheid, mits dit is gemotiveerd en cijfermatig onderbouwd.
Een aanvraag waarmee de adviseur gemotiveerd onderbouwt waarom een OHA-aanvraag verantwoord is, ook als de standaard leennormen worden overschreden.
De wettelijke mogelijkheid om in specifieke situaties af te wijken van de standaard leennormen, mits de adviseur dit gemotiveerd schriftelijk vastlegt. Onderdeel van de Trhk.
Het standaardformulier dat geldverstrekkers gebruiken voor explain-aanvragen rond OHA. Bevat klantsituatie, motivatie woningbehoud, afwijking standaardnormen en risicoanalyse.
Risico dat hypotheken langer blijven uitstaan dan verwacht bij stijgende rente, waardoor investeerders langer tegen lagere rente blijven zitten.
Een vrijwillige extra betaling bovenop de verplichte aflossing om de hypotheekschuld versneld te verlagen. Meestal is per jaar een deel boetevrij.
Kosten over de looptijdExtra leenbedrag onder de TRHK voor het realiseren van een nul-op-de-meter-woning bovenop de standaard leennormen.
Eis dat bij aanvang van een lijfrenteverzekering een reële sterftekans van minimaal 1% bestaat. Anders kwalificeert de verzekering niet als lijfrente. Uitzonderingen voor specifieke situaties.
Oude grootheid die de aangroei van pensioenaanspraken over een jaar weergeeft. Wordt vermenigvuldigd met 6,27 voor imputatie op de jaarruimte. Verdwijnt in 2027.
Finaal verrekenbeding dat door één of beide partners ingeroepen kan worden, maar niet verplicht is. Biedt flexibiliteit maar minder zekerheid.
De juridische status waarin een persoon of onderneming de schulden niet meer kan voldoen. Een curator beheert het vermogen en verkoopt bezittingen om schuldeisers te voldoen.
De constructie waarbij je van familie (meestal ouders) een hypothecaire lening krijgt. Fiscaal voordelig mits de rente zakelijk en marktconform is.
Familiehypotheek calculatorEen hypotheek verstrekt door familieleden in plaats van een bank. De rente moet marktconform zijn om recht op hypotheekrenteaftrek te behouden.
Familiehypotheek calculatorEen geldlening van een familielid voor de aankoop, verbetering of verbouwing van de eigen woning. Onder voorwaarden hypotheekrenteaftrek mogelijk; rente moet zakelijk zijn.
Eventuele opslag op een marktconforme rente die fiscaal acceptabel is bij familieleningen zonder hypotheekzekerheid, meestal tot ongeveer 25%.
Vermogen dat binnen één familie aanwezig is en vaak wordt overgedragen tussen generaties. Onderwerp van estate planning en BOR.
Fiscale Beleggingsinstelling: een vennootschap of fonds met een belastingtarief van 0% in de Vpb mits dividend volledig wordt doorgekeerd. Veelvoorkomend bij vastgoedfondsen.
Vaste vergoeding voor een afgebakende dienstverlening, vooraf overeengekomen tussen adviseur en klant. Alternatief voor uurtariefbeloning.
Bij toepassing van de wettelijke verdeling met een rente lager dan 6% samengesteld ontstaat fiscaal een fictief vruchtgebruik. Verhoogt de erfbelasting van de langstlevende, verlaagt die van de kinderen.
Bij sfeerovergang van een KEW naar box 3 wordt aangenomen dat de verzekering tot uitkering is gekomen. Het rentebestanddeel wordt dan in box 1 belast.
Formele benaming voor een tweetrapsmaking waarbij de tweede verkrijger alleen dat krijgt wat nog over is bij overlijden van de eerste verkrijger.
Variant waarbij de eerste verkrijger het geschonkene mag verteren ('met schade'), zodat de tweede verkrijger alleen het restant ontvangt. Geeft de eerste verkrijger meer vrijheid.
Clausule in huwelijkse voorwaarden waarbij bij ontbinding van het huwelijk wordt afgerekend alsof er een gemeenschap van goederen is. Beoogt de fiscale voordelen van scheiding van vermogens.
Een door de AFM voorgeschreven document waarin een adviseur of bemiddelaar de dienstverlening en de kosten duidelijk toelicht.
Overzichtsdocument dat als leidraad dient voor de financiële situatie en doelstellingen van de klant. Kan onderdeel zijn van een adviesrapport.
Het werkelijke financiële verlies dat een geldverstrekker lijdt bij vervroegde aflossing. Sinds de MCD per 14 juli 2016 is dit het wettelijke maximum van de boeterente.
De verwachte ontwikkeling van inkomen en vermogen over de komende jaren. Onderdeel van de integrale financiële planning.
Gevoel van financiële rust en zekerheid bij de klant: voldoende inkomen, buffer, verzekeringen en toekomstplanning om de gewenste levensstandaard te handhaven.
Constructie waarbij een DGA een hypothecaire lening van zijn eigen BV krijgt voor de aankoop van de eigen woning. Fiscaal streng gereguleerd.
Kosten direct verband houdend met het afsluiten van een eigenwoninglening, zoals notariskosten hypotheekakte, taxatiekosten en advieskosten. Onder voorwaarden aftrekbaar.
Het percentage van je inkomen dat mag worden besteed aan hypotheeklasten volgens de geldende financieringslasttabellen van het NIBUD.
Het percentage van het bruto inkomen dat volgens het Nibud verantwoord aan hypotheeklasten kan worden besteed. Hangt af van inkomen, huishoudsamenstelling, hypotheekrente en energielabel.
Het concrete percentage uit de Nibud-tabellen dat aangeeft welk deel van het bruto inkomen aan hypotheeklasten besteed mag worden. Verschilt naar inkomen, leeftijd en rentestand.
Een gestandaardiseerd document dat de belangrijkste kenmerken, kosten en risico's van een complex financieel product samenvat.
Het vermogen om financiële informatie te begrijpen en toe te passen. Klanten verschillen sterk in dit vermogen, wat vraagt om gedifferentieerde communicatie.
Een integrale analyse van inkomen, vermogen, lasten en doelen over de lange termijn. Relevant voor hypotheekadvies met pensioenperspectief.
Iemand met wie je fiscaal wordt samen aangeslagen, waardoor je hypotheekrenteaftrek, heffingskortingen en box-3-vermogen kunt verdelen om belasting te optimaliseren.
De status die je hebt als je getrouwd bent, een geregistreerd partnerschap hebt of onder voorwaarden samenwoont. Van invloed op de belastingaangifte.
Een samenwerkingsverband van vennootschappen dat voor de belasting als één geheel wordt beschouwd. Van belang bij DGA-hypotheken.
Synoniem voor de oudedagsreserve. Was tot en met 2022 een mogelijkheid voor ondernemers om een deel van de winst te reserveren voor latere oudedagsvoorziening.
Een renteswap waarin vaste rente wordt geruild tegen variabele rente. Gebruikt door banken om hypotheekfunding te hedgen.
Een hypotheek met flexibele voorwaarden, zoals boetevrij aflossen, verhoging of meeneembaarheid. Marketingterm van meerdere aanbieders.
Werksituaties zonder vast contract, zoals uitzendwerk, oproepcontracten of tijdelijke contracten. Geldverstrekkers beoordelen deze anders dan een vast dienstverband.
Een Wtp-pensioenregeling waarin elke deelnemer een individueel pensioenkapitaal opbouwt zonder verplichte risicodeling. Meer keuzevrijheid bij beleggen.
Een taxatie die wordt uitgevoerd in het kader van een juridisch geschil, scheiding of fraude-onderzoek. Wijkt qua uitgangspunten af van een reguliere taxatie.
Een veronderstelde rendement dat de Belastingdienst hanteert voor box-3-vermogen, ongeacht het werkelijke rendement.
Door de wetgever veronderstelde rendementen per vermogenscategorie: banktegoeden (1,28%), overige bezittingen (6,00%) en schulden (2,70%) in 2026.
Cognitieve bias waarbij de wijze van presenteren van informatie (positief/negatief, procentueel/absoluut) het besluit beïnvloedt, ongeacht de inhoud.
Werkzaamheden om een verzakte of aangetaste fundering te herstellen. Zeer kostbaar (€ 50.000-€ 150.000) en relevant voor financierbaarheid van oudere woningen.
Aanduiding van de kwaliteit van de fundering van een woning. Wordt steeds vaker meegenomen in taxaties en risicobeoordelingen door geldverstrekkers.
Verschil tussen deposito-financiering en totale kredietverlening van een bank. Nederlandse banken hebben historisch een aanzienlijke funding gap door hoge hypotheekschulden.
Woning die niet (meer) is aangesloten op aardgas. Door overheidsbeleid de standaard voor nieuwbouw sinds 2018 en geleidelijke transitie voor bestaande bouw.
Een hypotheekadviseur die namens één geldverstrekker optreedt, bijvoorbeeld een bankmedewerker. Adviseert uitsluitend producten van die aanbieder.
Overzicht in een bouwkundig rapport van geconstateerde gebreken, geclassificeerd naar urgentie (direct te herstellen, binnen enkele jaren, op termijn).
Het wettelijk minimumsalaris dat een DGA aan zichzelf moet uitbetalen vanuit zijn BV. In 2026 € 56.000 als regel, met afwijkingsmogelijkheden naar boven of beneden.
Vloeroppervlakte van een woning gemeten volgens NEN 2580, binnen de omsluitende constructies. Relevant voor waardebepaling en energielabel.
Gedragscode van de branche voor consumptieve kredieten met afspraken over maximale maandlasten per krediettype. Sluit aan op de GHF voor hypothecair krediet.
Een set branchebrede richtlijnen waaraan geldverstrekkers zich bij het verstrekken van hypotheken houden. Beschermt consumenten tegen overkreditering.
Inzicht in hoe mensen werkelijk beslissen, inclusief cognitieve bias en beperkte rationaliteit. De AFM wijst op het belang van benutten van gedragsinzichten in hypotheekadvies.
Het toezicht van de AFM op het gedrag van financiële instellingen richting hun klanten, waaronder productadvies en zorgplicht.
Verkoop van de woning onder regie van de geldverstrekker omdat de consument zijn verplichtingen niet nakomt, als alternatief voor een executieverkoop.
De periode waarin het bindend aanbod geldig is. Wettelijk minimaal twee weken; in de praktijk vaak drie of zes maanden, soms verlengbaar tegen bereidstellingsprovisie.
Eis dat voor eigendomsoverdracht en vestiging van beperkte rechten op registergoederen een notariële akte noodzakelijk is (artikel 3:89 BW).
De partij die de hypothecaire lening verstrekt: meestal een bank, verzekeraar of een pensioenfonds via een hypotheekfonds.
Huurovereenkomst die boven de liberalisatiegrens valt, waardoor het puntenstelsel niet (volledig) van toepassing is en de huurprijs vrij overeengekomen kan worden.
Een ORV waarbij de verzekerde som gelijk blijft, passend bij een aflossingsvrije hypotheek.
Een huwelijksvorm waarbij bezittingen en schulden van beide partners gemeenschappelijk zijn. Sinds 2018 geldt voor nieuwe huwelijken automatisch de beperkte gemeenschap.
De overdracht van een eigen woning van ouder op kind tijdens leven, bijvoorbeeld via verkoop tegen lagere prijs of via een combinatie van verkoop en schenking.
Overdracht van vermogen, onderneming of bedrijf van de ene generatie naar de volgende. Centraal thema in estate planning en bedrijfsopvolging.
Woning waarin meerdere generaties samenwonen, met of zonder gescheiden voorzieningen. Wordt steeds populairder, maar kent specifieke fiscale en juridische aandachtspunten.
Algemene informatie over hypotheekproducten en -markt die de adviseur in de inventarisatiefase verstrekt om de klant in staat te stellen te kiezen. Geen advies in formele zin.
Wettelijk geregelde leefvorm tussen twee personen die sinds 1998 bestaat en juridisch veel overeenkomsten heeft met het huwelijk. Kan worden omgezet in een huwelijk.
Een toets of een product past bij de kennis, ervaring, financiële situatie en doelstellingen van de klant. Verplicht bij hypotheekadvies.
Eerste instantie binnen Kifid die klachten behandelt. Doet uitspraken die binden mits beide partijen daarvoor hebben gekozen.
Rentepercentage berekend over meerdere leningdelen met verschillende rentes, gewogen naar hoofdsom. Wordt gebruikt bij de rentetoetsing als de gewogen rentevastperiode ten minste 10 jaar is.
De goedkeuring van de staatssecretaris dat de hele schuld voor een nieuwbouwwoning gedurende twee jaar na ondertekening van de koop-/aannemingsovereenkomst als EWS mag worden aangemerkt.
Door de Belastingdienst als uitgangspunt gebruikte marktrente voor familieleningen, op basis van gemiddelde rentetarieven van grote banken.
Historische regeling voor het uitstellen van belastingheffing over een ontslagvergoeding via een stamrecht. Per 2014 afgeschaft, met overgangsrecht voor lopende gevallen.
Belegging in een door de Belastingdienst erkend groen fonds. Gedeeltelijk vrijgesteld in box 3 tot € 26.715 per persoon (2026) plus extra heffingskorting van 0,1%.
Een hypotheek met een rentekorting voor energiezuinige of duurzame woningen. Steeds meer geldverstrekkers bieden deze aan.
Een hypotheek met een rentekorting voor gecertificeerd duurzame woningen, soms met fiscale voordelen in box 3 als onderdeel van de Regeling Groenprojecten.
De waarde van de kavel waarop een woning staat. Relevant bij erfpachtconstructies, nieuwbouw en sommige taxaties.
Een gewaarmerkt afschrift van een notariële akte waarmee executie mogelijk is zonder tussenkomst van de rechter.
Gewaarmerkt afschrift van de hypotheekakte dat dient als executoriale titel. Op basis daarvan kan de geldverstrekker zonder rechterlijke tussenkomst tot executie overgaan.
Uitsluitingsclausule die zowel bij echtscheiding als bij overlijden werkt. De erfrechtelijke verkrijging blijft altijd privé en valt niet in een gemeenschap.
Gestandaardiseerd digitaal bericht voor uitwisseling van hypotheekaanvragen, offertes en documenten via het HDN-netwerk.
Stichting Hypotheken Data Netwerk: branchestandaard voor digitale uitwisseling van hypotheekgegevens tussen adviseurs, geldverstrekkers en taxateurs.
Een financiële transactie waarmee een risico, zoals renterisico, wordt afgedekt. Banken hedgen de rente op hun hypotheekportefeuille.
Het perceel dat een erfdienstbaarheid (zoals overpad of uitzicht) op een ander perceel heeft. Het 'dienende erf' moet het recht dulden.
Een korting op de te betalen inkomstenbelasting, zoals de algemene heffingskorting en arbeidskorting. Heeft indirect invloed op het netto inkomen.
Het bedrag dat in box 3 is vrijgesteld van belasting. Wordt jaarlijks vastgesteld.
Het vrijgestelde deel van het box 3-vermogen: in 2026 € 59.357 per persoon, € 118.714 voor fiscale partners.
Nieuwe aanvraag bij dezelfde of andere geldverstrekker na afwijzing, vaak na aanpassing van het leenbedrag of onderbouwing van het inkomen.
Het uitgangspunt dat de geldverstrekker het vervroegd afgeloste bedrag tegen de actuele markttarieven kan herbeleggen. Basis voor NCW-berekening.
Het bedrag dat nodig is om de woning na volledige verwoesting opnieuw op te bouwen. Basis voor de opstalverzekering, niet voor de hypotheek.
Schenking waarbij de schenker zich het recht voorbehoudt de schenking te herroepen. Leidt onder voorwaarden niet tot erfbelasting.
NHG-begrip voor de situatie waarin een consument na wanbetaling de betalingen weer regulier hervat. Moet binnen één maand aan NHG worden gemeld na ontvangen Betaling verwachte verlies.
De termijn van vijf jaar dat een BKR-codering blijft staan na aflossing van de schuld. Belemmert in die periode het krijgen van een hypotheek of nieuw krediet.
Een nieuwe taxatie van de woning, vaak aangevraagd om een lagere LTV en dus een lagere renteopslag te realiseren.
Een nieuwe waardebepaling na een verbouwing, vaak benodigd om de verbouwingskosten mee te financieren op marktwaarde na verbouwing.
Een aparte taxatie waarbij de waarde wordt vastgesteld in verhuurde staat. Lager dan vrije waarde door huurbescherming. Relevant voor box 3 en beleggingsfinanciering.
Het over een eerdere periode behaalde rendement op een lijfrenteproduct. Als het historische rendement lager is dan 4%, moet dat lagere rendement worden gehanteerd.
Arrest waarin de Hoge Raad het forfaitaire rendement van box 3 voor bepaalde vermogens in strijd met het EVRM oordeelde. Basis voor het overbruggingsstelsel en rechtsherstel.
Arrest waarin de Hoge Raad besliste dat rechtsherstel box 3 moet worden geboden als het forfaitaire rendement hoger is dan het werkelijke rendement.
Rechterlijke uitspraak van de hoogste Nederlandse rechter die richting geeft aan interpretatie van wetgeving over hypotheken, fiscaliteit of erfbelasting. Bindend voor lagere rechters.
Een situatie waarin elke schuldenaar voor de volledige schuld aansprakelijk kan worden gesteld. Bij een gezamenlijke hypotheek is dit standaard.
OHA-toetsEen persoon die samen met anderen aansprakelijk is voor dezelfde schuld, waarbij elke schuldenaar voor het geheel kan worden aangesproken.
Het oorspronkelijke bedrag van de hypotheek, zonder rente en aflossing. Basis voor boetevrije aflossingen en renteberekeningen.
De woning waar het middelpunt van iemands sociale en economische belangen ligt. Een feitelijk begrip: feiten en omstandigheden bepalen waar het hoofdverblijf is, niet alleen de inschrijving in de BRP.
Voorwaarde uit artikel 3.111 Wet IB 2001 dat een woning als eigen woning kwalificeert alleen als zij het hoofdverblijf is van de belastingplichtige of diens huishouden.
De toets of een woning fiscaal als hoofdverblijf kwalificeert in de zin van artikel 3.111 Wet IB 2001. Doorslaggevend voor box 1-kwalificatie en hypotheekrenteaftrek.
Pensioenvariant waarbij de eerste jaren een hogere uitkering wordt verstrekt en daarna een lagere. Verhouding maximaal 100:75. Populair voor het overbruggen van de AOW-leeftijd.
Zeer hoogrendement glas (triple-glas) met warmtedoorgangscoëfficiënt kleiner dan 0,8 W/m²K. Hogere isolatie en lagere energieverliezen dan HR++.
Hoogrendementsglas met warmtedoorgangscoëfficiënt van maximaal 1,2 W/m²K. Onder TRHK aangewezen voor extra leenruimte.
Overzicht van maandelijkse inkomsten en uitgaven van een huishouden. Basis voor realistische budgetanalyse en verfijning van Nibud-normen.
De totale schulden van Nederlandse huishoudens. Nederland staat internationaal bekend om hoge hypotheekschulden ten opzichte van het bbp.
Een door het CBS en Kadaster gepubliceerde index die de ontwikkeling van de prijzen van bestaande koopwoningen in Nederland weergeeft.
Een beding in de hypotheekakte op grond waarvan de geldverstrekker bij executie huurovereenkomsten kan laten vervallen.
Het wettelijke kader dat huurders beschermt tegen eenzijdige huuropzegging en tegen huurverhoging boven het redelijke. Verlaagt de waarde van vastgoed in verhuurde staat.
Wettelijke bescherming tegen onredelijk hoge huren, met onder meer de huurprijstoets via het woningwaarderingsstelsel voor gereguleerde huurwoningen.
Een bijdrage van de overheid in de huurlasten. Niet van toepassing op eigen woningen, maar relevant voor klanten in transitie van huur naar koop.
Contractuele afspraken die partners voor of tijdens het huwelijk maken over bezittingen en schulden. Kan invloed hebben op de hypotheek en fiscale positie.
Een hypotheekvorm die elementen van een spaar- en een beleggingshypotheek combineert. Sinds 2013 niet meer fiscaal gefaciliteerd voor nieuwe hypotheken.
Combinatie van fysieke en modelmatige taxatie. Een taxateur valideert een Calcasa-waardering of voegt elementen toe op basis van bureaubeoordeling en eventueel videogesprek.
Een warmtepomp die wordt gecombineerd met een conventionele cv-ketel. Minder ingrijpend dan volledige all-electric en geschikt voor de meeste bestaande woningen.
Formele juridische en regelgevende term voor een krediet dat met een hypotheek als zekerheid is verstrekt. Valt onder de MCD en Wft.
Onderzoek bij het Kadaster naar ingeschreven hypotheken op een woning. Onderdeel van de notariële due diligence bij koop.
Gecertificeerde financieel planner met specialisatie in hypotheken, verenigd in de NVHP. Adviseert integraal over hypotheek, verzekeringen, pensioen en vermogen.
Een lening waarbij een onroerende zaak (meestal een woning) als onderpand dient. Bij wanbetaling kan de geldverstrekker de woning verkopen om de schuld te innen.
Strikt genomen het recht van de geldverstrekker op het onderpand. In de praktijk gebruikt men het woord ook voor de hypothecaire lening zelf.
HypotheekcalculatorFictie waarbij eigenwoningschulden onder overgangsrecht uit 2001 nog maximaal 30 jaar renteaftrek geven, vanaf 1 januari 2001 of latere ingangsdatum.
De wettelijke bedenktijd van veertien dagen waarin de klant het bindend aanbod kan accepteren of afwijzen, zonder verplichting tot motivering.
Platform voor digitale uitwisseling van hypotheekgegevens tussen adviseurs, geldverstrekkers en taxateurs.
Hypotheek waarbij de geldverstrekker een korting op het rentetarief geeft, bijvoorbeeld voor duurzame woningen, lage LTV of klanten met een pakket.
Een digitale applicatie waarmee klanten zelf hun hypotheek kunnen vergelijken en aanvragen. Meestal aangevuld met advies op afstand.
Het formele verzoek bij een geldverstrekker om een hypotheek te verkrijgen, inclusief alle benodigde documenten.
Persoonlijk advies van een onafhankelijke of gebonden adviseur over welke hypotheekvorm en geldverstrekker bij jouw situatie passen.
Een professional met een Wft-vergunning die klanten adviseert over het afsluiten of wijzigen van een hypotheek.
Concreet plan waarin staat hoe en wanneer de hypotheek wordt afgelost, inclusief extra aflossingen, renteherzieningen en eventuele inzet van vermogen.
De notariële akte waarin het hypotheekrecht van de geldverstrekker op de woning wordt vastgelegd. Wordt tegelijk met de leveringsakte gepasseerd.
De vergoeding voor het opstellen en passeren van de hypotheekakte door de notaris.
Een gespecialiseerde bank die zich primair richt op het verstrekken en financieren van hypotheken. In Nederland met name historisch begrip.
Een periodieke doorlichting van de hypotheek op passendheid bij actuele situatie en marktrente.
Periodieke doorlichting van de bestaande hypotheek, bijvoorbeeld na 5 jaar, op aansluiting bij actuele situatie, marktrente en regelgeving. Vorm van nazorg.
Een beleggingsfonds dat belegt in hypotheken. Maakt het mogelijk voor institutionele beleggers om blootstelling te hebben zonder eigen verstrekking.
Het opzettelijk verstrekken van onjuiste informatie bij een hypotheekaanvraag, zoals valse loonstroken of werkgeversverklaringen. Strafbaar feit met grote consequenties.
Degene die het hypotheekrecht verstrekt: de koper van de woning die haar als onderpand inbrengt. Verwarrend genoeg dus niet de bank.
De partij die het hypotheekrecht heeft, ofwel de geldverstrekker. Synoniem voor hypotheeknemer.
De registratie van het hypotheekrecht in de openbare registers van het Kadaster, waardoor het werking heeft tegen derden. Hoogte van inschrijving kan boven feitelijke schuld liggen.
Het eerste gesprek of formulier waarin de financiële situatie en wensen van de klant worden geïnventariseerd.
Adviseur die voor de klant gericht zoekt naar de meest passende hypotheek bij verschillende geldverstrekkers en bemiddelt in het afsluitproces.
De partij die het hypotheekrecht ontvangt en het geld uitleent: de geldverstrekker, doorgaans een bank of verzekeraar.
Een schriftelijk aanbod van de geldverstrekker met de voorwaarden, rente en looptijd van de hypotheek. Sinds 2013 een 'bindend aanbod' met minimaal twee weken geldigheidsduur.
Combinatie van hypotheek met andere producten (betaalrekening, verzekeringen) van dezelfde aanbieder, vaak met korting op rente of premie.
Het zakelijk recht van de geldverstrekker op de woning als zekerheid voor de lening. Wordt ingeschreven in het Kadaster.
Het percentage dat je per jaar over je hypotheekschuld betaalt aan de geldverstrekker. Hoe lang je deze rente vastzet, bepaalt de zekerheid en doorgaans ook de hoogte.
Hypotheekrente-overzichtMarktdynamiek waarbij geldverstrekkers elkaar onderbieden met aantrekkelijke rentetarieven om marktaandeel te winnen. Sinds 2014 frequent voorgekomen.
Een fiscale regeling waarbij je de betaalde hypotheekrente onder voorwaarden mag aftrekken van je belastbaar inkomen. Geldt maximaal dertig jaar en alleen voor hypotheken waarop ten minste annuïtair wordt afgelost.
HypotheekcalculatorGeleidelijke afbouw sinds 2014 van het maximale aftrektarief voor eigenwoningrente. In 2026 gelijk aan het basistarief (37,56%).
De manier waarop de rente op een hypotheek is opgebouwd: vast, variabel of een combinatie. Bepaalt het renterisico en de zekerheid voor de klant.
De route die de adviseur met de klant volgt, inclusief documentenstroom en beslismomenten bij de hypotheekverstrekker.
De totale schuld die met hypotheek op je woning rust, inclusief een eventuele inschrijving voor toekomstige ophoging.
De vestiging van een pandrecht op de hypothecaire vordering door de geldverstrekker. Gangbaar bij securitisatie en bij financiering van hypotheekportefeuilles.
Een financiële instelling die hypotheken verstrekt, zoals een bank, verzekeraar, hypotheekfonds of pensioenfonds.
Een vraag waarin een hypothetische situatie wordt geschetst om mogelijkheden of consequenties met de klant te verkennen.
Verificatie van fiscaal inkomen via de aangifte inkomstenbelasting of aanslag. Gebruikelijk bij ZZP'ers en ondernemers.
De verplichting van de geldverstrekker en notaris om de identiteit van de geldnemers te verifiëren via een geldig identiteitsbewijs. Onderdeel van de Wwft.
Digitale identificatiedienst van Nederlandse banken. Wordt gebruikt bij hypotheekaanvragen voor verificatie van klantgegevens uit de bancaire bronnen.
Vermindering van de partnervrijstelling met de helft van de waarde van een nabestaandenlijfrente of pensioen dat de partner uit een nalatenschap verkrijgt.
Regeling waarbij voorgaande uitkeringen van een andere kapitaalverzekering de vrijstelling verminderen om dubbele benutting te voorkomen.
Een verzekering die je spullen in en om het huis dekt tegen schade, diefstal en brand. Wordt vaak gecombineerd met de opstalverzekering.
De wettelijke verplichting van een erfgenaam om een eerder ontvangen schenking in te brengen bij de berekening van zijn erfdeel, voor zover dat in het testament of de wet is bepaald.
Interne regeling van financiële ondernemingen om incidenten (zoals fraude, datalek, misbruik) tijdig te detecteren, registreren en melden aan toezichthouders.
De aanpassing van pensioenuitkeringen aan loon- of prijsstijgingen. Onder het oude FTK voorwaardelijk en afhankelijk van de dekkingsgraad. Onder Wtp wordt dit beleggingsrendement-gedreven.
Verbod op het ontvangen van geldelijke of niet-geldelijke voordelen door financieel adviseurs van productaanbieders, anders dan transparant aan de klant doorberekend.
De stijging van het algemene prijspeil. Beïnvloedt de reële rente, de koopkracht en het monetair beleid.
Situatie waarin de ene partij (vaak de adviseur) meer informatie heeft dan de andere (de klant). De zorgplicht en informatieverplichting moeten deze asymmetrie compenseren.
Verplichting bij een familiehypotheek om bij de aangifte inkomstenbelasting de gegevens van de lening te vermelden, om recht op renteaftrek te behouden.
Een formele aanmaning waarin een schuldenaar wordt gesommeerd alsnog na te komen. Stap in het invorderingstraject.
NHG-toets na uitbetaling bij restschuld om te bepalen of de restschuld kwijtgescholden kan worden, op basis van inkomen en vermogen van de consument.
Toets die wordt uitgevoerd bij betalingsproblemen of OHA met NHG-financiering. Bepaalt of woningbehoud reëel is en welke maatregelen genomen moeten worden.
Bijdrage voor de zorgverzekering die werkgevers afdragen of ZZP'ers zelf betalen. Bij IB-aangifte deels verrekend.
Heffingskorting voor werkende ouders met kinderen onder de 12 jaar. Stimuleert arbeidsparticipatie.
De waarschijnlijkheid dat het toetsinkomen ook in de toekomst beschikbaar is. Wordt beoordeeld op basis van contractsoort, branche, leeftijd en gezondheid.
De toets of het inkomen na scheiding voldoende stabiel is om alleen de hypotheeklasten te dragen. Belangrijk bij ontslag hoofdelijke aansprakelijkheid (OHA).
Een verwachte toename van het inkomen, bijvoorbeeld via een intentieverklaring of vaste groeistructuur. Kan onder voorwaarden meetellen bij de hypotheekaanvraag.
De toets of het inkomen voldoende is voor de aangevraagde hypotheek, op basis van NIBUD-normen en eventuele specifieke geldverstrekkereisen.
De toets of het inkomen voldoende is voor de aangevraagde hypotheek volgens de Trhk en aanvullende geldverstrekkereisen. Onderdeel van iedere acceptatiebeoordeling.
Een document waarin je inkomen wordt bevestigd door werkgever, accountant of UWV. Nodig bij de aanvraag van een hypotheek.
Verklaring van een onafhankelijke deskundige (boekhouder, accountant) over het inkomen van een ondernemer voor hypotheekdoeleinden. Standaardformulier vaak in HDN-formaat.
De belasting op je inkomen. De hypotheekrenteaftrek en het eigenwoningforfait worden in deze belasting verrekend.
Een van de schijven waarin het belastbaar inkomen wordt belast. Bepaalt mee de werkelijke waarde van de hypotheekrenteaftrek.
Verificatie van loongegevens via het UWV-register Digipoort, voor snel en betrouwbaar vaststellen van het toetsinkomen.
Het verminderen van eerdere giften of legaten als een legitimaris zijn legitieme portie opeist en de nalatenschap onvoldoende is om die te voldoen.
Praktijk om de hypotheek voor een hoger bedrag in te schrijven dan de daadwerkelijke schuld. Schept ruimte voor latere verhoging zonder nieuwe akte.
De registratie van de hypotheekakte en leveringsakte in het openbaar register, waardoor ze werking hebben tegen derden.
Het geregistreerde maximumbedrag waarvoor de hypotheek is gevestigd. Meestal hoger dan de werkelijke schuld, inclusief opslagen voor rente en kosten.
Beginsel dat overdracht van registergoederen en vestiging van beperkte rechten pas werken tegen derden nadat de akte is ingeschreven in het Kadaster.
Het bedrag waarvoor de hypotheek is ingeschreven bij het Kadaster. Vaak hoger dan de werkelijke schuld, met opslag voor rente, kosten en toekomstige verhogingen.
De kosten die het Kadaster rekent voor het inschrijven van een akte. Onderdeel van de kosten koper.
Het tegenovergestelde van een uitsluitingsclausule: de schenker bepaalt expliciet dat het geschonkene wél in de huwelijksgemeenschap valt. In de praktijk zeldzaam.
Een grote professionele belegger zoals een pensioenfonds of verzekeraar. Steeds grotere financier van de Nederlandse hypotheekmarkt.
Planningsbenadering waarbij inkomen, vermogen, pensioen, verzekeringen, belastingen en nalatenschap in samenhang worden geanalyseerd. Gaat verder dan alleen hypotheekadvies.
Adviesbenadering waarbij alle financiële aspecten (inkomen, vermogen, verzekeringen, pensioen, fiscaliteit, estate) in samenhang worden geadviseerd. Kern van NVHP-benadering.
Het geheel van beleid, procedures en maatregelen dat een financiële onderneming hanteert om integer handelen te waarborgen en integriteitsrisico's te beheersen.
Situatie waarin een adviseur moet kiezen tussen verschillende ethische waarden of belangen. Bespreekbaar maken helpt om tot een goede keuze te komen.
Het risico op aantasting van de reputatie of het vermogen door niet-integer handelen, zoals fraude, witwassen of belangenverstrengeling.
Een schriftelijke verklaring van de werkgever dat een tijdelijk contract bij goed functioneren wordt omgezet in een vast dienstverband. Maakt meestal mogelijk dat er met vast-contract-normen wordt getoetst.
Schriftelijke intentie van een werkgever om een tijdelijk contract om te zetten in een vast dienstverband bij goed functioneren. Geldverstrekker behandelt het inkomen dan als vast.
Een onafhankelijke tussenpersoon die bemiddelt tussen de klant en de geldverstrekker. Synoniem voor tussenpersoon of hypotheekadviseur zonder dienstverband bij een bank.
Softwaresystemen voor hypotheekadviseurs waarmee aanvragen, offertes, dossiers en klantcommunicatie worden beheerd, zoals Finix, Flexibel Advies of Intersoftware.
Inkomen uit buitenlandse dienstbetrekking of pensioen. Beoordeling vraagt vaak om aanvullende documentatie en wisselkoerstoets.
Het overbrengen van bestaande pensioenaanspraken van het oude stelsel naar het nieuwe Wtp-stelsel. Complex proces met juridische en financiële implicaties.
De eerste fase van het adviesproces waarin de klantgegevens, wensen en doelstellingen in kaart worden gebracht.
Tweede fase van het adviestraject waarin de adviseur gedetailleerd alle relevante gegevens verzamelt: financiële situatie, doelstellingen, risicobereidheid, kennis en ervaring.
Rijkssubsidie voor warmtepompen, zonneboilers en isolatie. Vermindert de benodigde hypotheekverhoging voor verduurzaming.
Internal Rate of Return: het effectieve rendementpercentage van een hypotheek, inclusief alle kosten, gelijkgesteld aan de rente die de NCW op nul brengt.
Investeringssubsidie Duurzame Energie. Rijkssubsidie voor warmtepompen, zonneboilers, isolatie en aansluiting op een warmtenet. Vermindert de benodigde hypotheekverhoging voor verduurzaming.
Maatregelen die warmteverlies tegengaan. Vaak onderdeel van verduurzaming via het energiebespaarbudget of een duurzaamheidslening.
Het bruto jaarinkomen van flexwerkers, uitzendkrachten en oproepkrachten. Wordt vaak berekend als gemiddelde van de afgelopen drie jaren of via perspectiefverklaring.
Het bruto jaarsalaris van een werknemer met vast contract: maandsalaris × 12 plus vakantiegeld, dertiende maand en vaste eindejaarsuitkering. Standaard toetsinkomen.
Het JKP geeft de totale kosten van een krediet uit als percentage per jaar, inclusief rente en bijkomende kosten. Verplicht voor consumptief krediet, niet voor hypothecair krediet.
Een jaarlijks overzicht van werkgever of uitkeringsinstantie met het totale bruto inkomen en ingehouden belasting. Wordt gebruikt bij de hypotheekaanvraag en belastingaangifte.
De fiscale ruimte voor lijfrenteaftrek in een belastingjaar, gebaseerd op een tekort in de pensioenopbouw. Sinds Wtp 30% van de premiegrondslag minus pensioenopbouw en FOR-toevoeging.
Onder de Wtp: 30% × premiegrondslag minus betaalde pensioenpremie. Voor 2026 is de maximale jaarruimte € 35.589.
Veelgebruikte naam voor de eenmalig verhoogde schenkingsvrijstelling voor de eigen woning. Per 2024 afgeschaft; voorheen tot € 106.671.
Degene die op papier (in het Kadaster) als eigenaar van de woning staat ingeschreven. Kan afwijken van de economisch eigenaar.
De overheidsorganisatie die alle onroerende zaken in Nederland registreert, inclusief eigendoms- en hypotheekrechten.
De kosten voor het inschrijven van de leverings- en hypotheekakte bij het Kadaster. Onderdeel van de kosten koper.
De door het Kadaster in samenwerking met CBS gepubliceerde index van woningprijzen op basis van daadwerkelijke transacties.
De officiële registratie van eigendom in het Kadaster. Met de inschrijving van de leveringsakte wordt het eigendom officieel overgedragen aan de nieuwe eigenaar.
Voorheen gebruikte formule voor berekening van ontslagvergoedingen. Relevant bij het beoordelen van continuïteit van inkomen.
Het rentetarief op de kapitaalmarkt, vaak gemeten aan de rente op 10-jaars staatsobligaties. Belangrijke indicator voor langlopende hypotheekrentes.
Het systematisch opbouwen van vermogen, bijvoorbeeld binnen een spaar- of beleggingshypotheek, om daarmee op termijn de hypotheek af te lossen.
Een levensverzekering die gekoppeld is aan een hypotheek en onder voorwaarden fiscaal gunstig kapitaal opbouwt. Sinds 2013 niet meer mogelijk voor nieuwe hypotheken.
De forfaitaire factor die volgens het Uitvoeringsbesluit Successiewet wordt gehanteerd om de waarde van een levenslang vruchtgebruik te berekenen: 6% van de hoofdsom maal factor 11.
Factor 11 die samen met de rekenrente van 6% wordt toegepast bij de waardering van vruchtgebruik volgens het Uitvoeringsbesluit Successiewet.
Kennis Centrum Aanpak Funderingsproblematiek: stichting die woningeigenaren ondersteunt bij funderingsherstel en kennisdeling.
Norm die bepaalt dat de vergoeding voor financieel advies niet onredelijk mag zijn in verhouding tot de werkzaamheden, complexiteit en de gebruikelijke branchetarieven.
De wettelijk verplicht te inventariseren ervaring van de klant met hypotheken en complexe financiële producten. Bepaalt mede de adviesintensiteit.
Een toets die bij execution-only hypotheekaanvragen verplicht is om vast te stellen of de klant de risico's kan overzien.
Voorstel- of welkomstdocument dat de adviseur bij de kennismakingsfase overhandigt. Kan overlap hebben met de dienstenwijzer of vergelijkingskaart.
Eerste fase van het adviestraject waarin adviseur en klant elkaar leren kennen, doelstellingen op hoofdlijnen worden besproken en de klant wordt geïnformeerd over dienstverlening en kosten.
Een verplichting die bij overdracht van het goed moet worden opgelegd aan de opvolgende eigenaar. Komt voor bij VvE's, erfpacht en omgevingsregelingen.
Het rapport van een bouwkundige keuring dat de staat van de woning beschrijft. Handig om risico's vóór aankoop in beeld te hebben.
Bepaling waarbij een specifieke erfgenaam (vaak de langstlevende) kan kiezen of hij bepaalde goederen op toekomt of juist niet. Geeft flexibiliteit in de afwikkeling.
Een vraag die de klant een beperkt aantal opties voorlegt om structuur te geven aan het gesprek of een beslissing te faciliteren.
Kapitaalverzekering Eigen Woning: een tot 2013 fiscaal gunstige verzekering gekoppeld aan een hypotheek. Bestaande polissen behouden onder voorwaarden de fiscaal gunstige behandeling.
Fiscale vrijstelling voor de uitkering uit een KEW, mits wordt voldaan aan premiebandbreedte en minimale premieduur. In 2026 maximaal € 189.000 per persoon.
Klachteninstituut Financiële Dienstverlening. Behandelt klachten van consumenten over financiële producten en diensten, waaronder hypotheken.
Procedure bij het Klachteninstituut Financiële Dienstverlening waarbij een geschil tussen klant en financiële dienstverlener wordt beslist door een onafhankelijke commissie.
Een bindende of niet-bindende uitspraak van Kifid over een klacht, vaak belangrijk voor precedentwerking in de hypotheeksector.
De bijdrage in de kosten van minderjarige kinderen na scheiding. Wordt in de hypotheektoets vaak als vaste last meegenomen.
Tegemoetkoming voor kosten van kinderen, uitgekeerd door de SVB. Niet inkomensafhankelijk en geen onderdeel van het toetsinkomen voor hypotheek.
Een bijdrage aan de kosten voor kinderopvang. Geldverstrekkers nemen dit meestal niet mee als structureel inkomen.
Een inkomensafhankelijke bijdrage aan de kosten van kinderen. Telt onder voorwaarden mee bij de maximale hypotheek.
Het deel van een nalatenschap dat een kind volgens de wettelijke verdeling toekomt. Wordt door testament of wettelijke verdeling vastgesteld.
Verplichte interne procedure waarin de adviseur vastlegt hoe klachten worden afgehandeld. Vereist onder de Wft voor vergunninghouders.
De interne procedure van een financiële dienstverlener voor het behandelen van klachten, verplicht op grond van de Wft.
Procedure bij het Nederlands Register Vastgoed Taxateurs voor klachten over ingeschreven taxateurs. Kan leiden tot tuchtmaatregelen.
De integrale weergave van de financiële situatie, doelstellingen en risicoprofiel van de klant, opgesteld op basis van inventarisatie. Basis voor passend advies.
Principe dat het belang van de klant voorop staat in de dienstverlening. Kernnorm van de AFM en opgenomen in de eed of belofte van financieel dienstverleners.
Elk moment waarop de adviseur persoonlijk contact heeft met de klant, in het kader van advies, nazorg of beheer. Vastleggen in het klantdossier is vereist.
Het door de adviseur bijgehouden dossier met klantgegevens, advies, motivering en correspondentie. Vereist op grond van de Wft en moet voldoende compleet zijn voor een onafhankelijke audit.
Een inventarisatie van je financiële situatie, wensen en risicobereidheid die een adviseur verplicht moet maken voordat hij adviseert.
Volledige customer journey van een klant: van oriëntatie, advies, aanvraag, passeren tot nazorg. Referentie voor klantvriendelijke procesinrichting.
Berekeningen op basis van de individuele gegevens van de klant, niet op basis van algemene trends of gemiddelden. Vereiste voor passend advies volgens de AFM-leidraad.
De prijs waartegen banken elkaar op specifieke looptijden geld lenen. Basis voor interne prijsopbouw van hypotheken.
Het principe dat een financiële instelling haar klant moet kennen, inclusief achtergrond, bron van middelen en doel van de relatie.
Het standaardcontract bij nieuwbouw waarin koop van de grond en aanneming van de bouw worden gecombineerd. Basis voor financiering en bouwtermijnen.
Overeenkomst bij nieuwbouw waarin koop van de grond en aanneming van de woning gecombineerd zijn. Kent specifieke ontbindende voorwaarden.
Synoniem voor de koopovereenkomst: het contract tussen koper en verkoper van de woning.
Koopakte uitlezenDe overeenkomst waarin koper en verkoper de verkoopvoorwaarden van de woning vastleggen, inclusief prijs, oplevering en ontbindende voorwaarden.
Hypotheek uit koopovereenkomstHet bedrag dat koper en verkoper afspreken voor de woning, exclusief de bijkomende kosten.
Historische regeling waarbij kopers met lager inkomen subsidie kregen. Afgeschaft, maar nog relevant in oude dossiers.
Een marktsituatie waarin de koper in een sterkere onderhandelingspositie staat omdat het aanbod groter is dan de vraag.
Een hypotheek waarbij meerdere onderpanden tegelijk zekerheid vormen voor één lening. Vooral relevant bij vastgoedbeleggers.
Verlaging van pensioenrechten bij een te lage dekkingsgraad. Onder het oude FTK een laatste redmiddel; onder de Wtp resultaat van negatieve beleggingsresultaten.
Een aanvullende inboedeldekking voor waardevolle bezittingen. Niet relevant voor de hypotheek zelf, wel voor de totale woonlastenplanning.
De bijkomende kosten die de koper bij aankoop van een bestaande woning betaalt, naast de koopsom: overdrachtsbelasting, notariskosten en kadasterkosten. Bedraagt globaal 4 tot 6% van de koopsom.
Verplicht overzicht van alle kosten die met afsluiten en houden van een hypotheek samenhangen, inclusief advies, taxatie, notaris, en periodieke kosten.
Huwelijksgoederenregime waarbij elke echtgenoot zijn eigen vermogen en schulden behoudt. Alleen voor dagelijkse huishouding ontstaat gezamenlijke aansprakelijkheid.
Een woningmarkt waarin het aanbod aanzienlijk kleiner is dan de vraag, met als gevolg snelle verkopen en overbiedingen.
Elke vorm van lening, van hypotheek tot doorlopend krediet. Elk krediet boven een drempelbedrag wordt geregistreerd bij het BKR.
KrediettoolsEen hypotheekvorm waarbij je binnen een afgesproken limiet naar behoefte geld kunt opnemen en aflossen. Voor nieuwe hypotheken zeldzaam en niet fiscaal gefaciliteerd.
Hypotheek die zekerheid biedt voor een kredietfaciliteit waarbinnen de schuld kan fluctueren, zoals een rekening-courant met hypothecaire dekking.
Een kredietfaciliteit met hypothecaire zekerheid voor ondernemers, waarbij binnen een afgesproken limiet geld kan worden opgenomen en afgelost.
Een inschatting van het vermogen van een aanvrager om aan zijn kredietverplichtingen te voldoen. Bepaalt mee of een hypotheek wordt verstrekt.
Kredietverlening waarbij niet alleen kwantitatieve criteria zoals LTI meewegen, maar ook kwalitatieve aspecten zoals arbeidsperspectief.
Een verbintenis die van rechtswege overgaat op de opvolgende eigenaar van een goed, zonder dat daarvoor een kettingbeding nodig is.
Categorie huishoudens met laag inkomen of risicovolle situatie. Hiervoor gelden geen verhogingen op de standaard financieringslastnormen, om overkreditering te voorkomen.
Een klant met verhoogd risico op financiële problemen door bijvoorbeeld beperkte kennis, psychische gesteldheid, lage financiële buffer of afhankelijkheid van één inkomen.
Onder NHG kan een restschuld onder voorwaarden worden kwijtgescholden als je niet aan je verplichtingen kunt voldoen bij gedwongen verkoop.
Pensioenvariant met eerst lagere en later hogere uitkering. Minder gangbaar dan hoog-laag, maar bruikbaar bij verwachte stijging van uitgaven of als overbrugging.
Een potentiële belastingschuld die rust op vermogensbestanddelen, zoals een aanmerkelijk belang of pensioenaanspraak in eigen beheer. Mag worden afgetrokken van de nalatenschap.
Wet die verhuur van een te koop staande woning onder voorwaarden mogelijk maakt, met huurbescherming-uitzondering. Vereist gemeentelijke vergunning en toestemming geldverstrekker.
Het maximale bedrag dat je op basis van je inkomen en lasten kunt lenen. Wordt bepaald door de financieringslasttabellen van het NIBUD.
Maximale hypotheek berekenenEen testamentaire bepaling waarin de erflater een specifiek goed of geldbedrag aan een bepaalde persoon (legataris) toekent. Komt ten laste van de nalatenschap als geheel of een specifieke erfgenaam.
Degene aan wie krachtens testament een legaat is toegekend. Is geen erfgenaam en is daardoor niet aansprakelijk voor de schulden van de nalatenschap.
Het minimumdeel van de nalatenschap waarop een legitimaris recht heeft. Bedraagt de helft van wat een legitimaris bij versterf zou hebben gekregen, en is altijd een geldvordering.
De rekenkundige massa waarover de legitieme portie wordt berekend. Bestaat uit de waarde van de nalatenschap plus bepaalde giften die de erflater bij leven heeft gedaan.
Een afstammeling van de erflater (kind, kleinkind) die recht heeft op een legitieme portie. Onterven van een legitimaris is mogelijk, maar deze houdt recht op een geldvordering.
Richtlijnen van de AFM voor een zorgvuldig advies- en bemiddelingsproces bij hypotheken.
Een overeenkomst waarin geld ter beschikking wordt gesteld dat met rente moet worden terugbetaald.
Een hypotheekvorm waarbij een levensverzekering is gekoppeld om de hypotheek aan het einde af te lossen. Sinds 2013 niet meer fiscaal gefaciliteerd voor nieuwe hypotheken.
Woning die zonder grote verbouwingen geschikt is voor bewoning op latere leeftijd, met aanpassingen voor mobiliteit en toegankelijkheid.
Analyse waarbij de financiële behoeften en risico's per levensfase (starters, gezin, empty nesters, pensioen) in kaart worden gebracht. Kern van financiële planning.
Nederlandse term voor life event: gebeurtenis in het leven van de klant met financiële impact, zoals trouwen, scheiden, pensionering of overlijden.
Door geldverstrekkers gebruikt formulier om wijzigingen in de persoonlijke situatie van de klant door te geven, zoals scheiding, overlijden of verandering van baan.
Een lijfrente die uiterlijk in het vijfde jaar na de AOW-leeftijd ingaat en doorloopt tot overlijden. Mag bij overlijden van de partner doorlopen tegen maximaal 70% van het oorspronkelijke bedrag.
Voorzienbare gebeurtenissen in het leven die invloed hebben op de woonsituatie en hypotheek: scheiding, overlijden, arbeidsongeschiktheid, kinderen, pensionering.
Notariële akte waarin iemand vastlegt wie zijn zaken regelt als hij dat zelf niet meer kan, en welke wensen hij heeft over financiën, zorg en medisch handelen. Geen testament voor na overlijden.
Een sommenverzekering die verband houdt met leven of overlijden, met uitsluiting van ongevallenverzekering. Sluit aan bij artikel 7:975 BW. Voorwaarde voor KEW-kwalificatie.
De verhouding tussen het eigen vermogen van een bank en haar totale activa, als ongewogen kapitaalmaatstaf.
Synoniem voor de akte van levering: de notariële akte die de eigendomsoverdracht regelt.
De rechtsgrond die tot de leveringsakte leidt, zoals een koopovereenkomst, schenking of verdeling.
Wettelijke regeling die voorkomt dat erfgenamen van een aanmerkelijkbelang-houder gedwongen worden hun aandelen te verkopen om erfbelasting te betalen, via uitstel.
De huurgrens waarboven een woning niet meer onder de gereguleerde huursector valt. Wordt jaarlijks aangepast; in 2026 € 900,07 per maand.
Een gebeurtenis in het leven van de klant die financiële impact kan hebben op de hypotheek, zoals trouwen, scheiden, kinderen krijgen, overlijden, arbeidsongeschiktheid of pensionering.
Het AFM-thema dat de adviseur moet anticiperen op verwachte levensgebeurtenissen en deze meenemen in het hypotheekadvies. Onderdeel van de Leidraad Hypotheekadvisering.
De fiscale verrekening van een lijfrente bij de bepaling van de partnervrijstelling voor erfbelasting, vergelijkbaar met de pensioenimputatie.
Fiscale lijfrente in bancaire vorm: een geblokkeerde spaarrekening of beleggingsrecht zonder verzekeringscomponent. Kapitaal vererft bij overlijden.
Een geblokkeerde beleggingsrekening die fiscaal als lijfrente kwalificeert. Werkt vergelijkbaar met de lijfrentespaarrekening, maar met beleggingsrisico en -rendement.
De clausule in een lijfrenteverzekering of bankspaarproduct die het fiscale lijfrente-karakter borgt. Vereist voor meetelling als toekomstig inkomen door geldverstrekker.
Een geblokkeerde bankspaarrekening die fiscaal als lijfrente kwalificeert. De uitkering wordt te zijner tijd in box 1 belast, de inleg is binnen jaarruimte aftrekbaar.
Een hypotheekvorm waarbij je elke maand een gelijk bedrag aflost. De rentecomponent daalt geleidelijk, waardoor je maandlasten in de loop der tijd lager worden. Je betaalt over de hele looptijd minder rente dan bij een annuïteitenhypotheek.
HypotheekcalculatorHet vermogen om aan je korte-termijn betalingsverplichtingen te voldoen. Geldverstrekkers kijken hiernaar bij de beoordeling.
Een financiële reserve om onverwachte lasten op te vangen. Hypotheekadviseurs adviseren meestal 3 tot 6 maanden vaste lasten aan te houden.
Planning van de beschikbare geldmiddelen op korte en middellange termijn, om te voorkomen dat onverwachte uitgaven niet kunnen worden opgevangen.
De verhouding tussen vlottende activa en kortlopende schulden. Geeft de mogelijkheid aan om korte termijn-verplichtingen te voldoen.
De verhouding tussen hoogwaardig liquide activa en verwachte uitstroom over 30 dagen, die banken op grond van Bazel III moeten aanhouden.
Financieringsvorm waarbij een groep particulieren via een platform een lening verstrekt aan een consument, al dan niet met hypotheekzekerheid.
Het beheer van een hypotheekportefeuille: incasso, klantcontact en rapportage. Wordt soms uitbesteed aan gespecialiseerde partijen.
De verhouding tussen de lening en de totale projectkosten. Gebruikt bij project- en bedrijfsmatige financiering.
De verhouding tussen de hoogte van de hypotheek en je bruto jaarinkomen. Bepaalt mede hoeveel je maximaal mag lenen op basis van je inkomen.
De verhouding tussen de maximale hypotheek en het bruto jaarinkomen. In Nederland wordt deze verhouding ingevuld via de Nibud-financieringslastnormen.
De verhouding tussen de hypotheek en de marktwaarde van de woning, uitgedrukt in een percentage. Sinds 2018 maximaal 100%.
De uiterste datum waarop aan ontbindende voorwaarden in een koopovereenkomst moet zijn voldaan. Daarna kan de koopovereenkomst vervallen.
Verzamelnaam voor loonbelasting en premies volksverzekeringen. Wordt door de werkgever ingehouden op het brutoloon.
Een maandelijks overzicht van je bruto en netto loon, inhoudingen en toeslagen. Wordt door de geldverstrekker opgevraagd bij de hypotheekaanvraag.
De periode waarvoor de hypotheek wordt afgesloten, meestal 30 jaar. Na de looptijd moet de schuld volledig zijn afgelost.
Maximale leenverhouding ten opzichte van inkomen. Onder de GHF gelijk aan de wettelijke Nibud-leennormen.
Warmtepompsysteem dat warmte uit de buitenlucht gebruikt voor verwarming en warm tapwater.
De totale maandelijkse kosten die je betaalt voor je hypotheek, bestaande uit rente en eventueel aflossing.
HypotheekcalculatorEen hypotheek waarvan de voorwaarden, bouwstenen of leenbedragen buiten de standaardacceptatiecriteria afwijken, meestal bij niche-geldverstrekkers.
Een afwijkend krediet- of advies-arrangement dat buiten de standaardacceptatie valt. Altijd op basis van onderbouwing en verhoogd toezicht.
Een deskundige die bemiddelt bij aan- of verkoop van onroerend goed. Kan ook taxatiewerk doen als hij gecertificeerd is.
De vergoeding die je betaalt aan de aan- of verkoopmakelaar voor zijn diensten. Niet aftrekbaar bij aankoop van de eigen woning.
Vorm van mede-eigendom van zaken die het belang van twee of meer aangrenzende erven dienen, zoals een gemeenschappelijke schutting of muur.
Een vrijstelling van overdrachtsbelasting bij overdracht van een woning aan een mantelzorger of mantelzorgontvanger, onder strikte voorwaarden.
Woning of bijgebouw waarin een mantelzorger of zorgontvanger woont, vaak met afzonderlijke voorzieningen. Geldt onder voorwaarden als één huishouden voor diverse regelingen.
Merknamen die geldverstrekkers geven aan bepaalde producten, zoals 'Flexhypotheek' of 'Groenhypotheek'. Zeggen niets over de juridische vorm.
Rente die banken of financiële instellingen onder vergelijkbare omstandigheden zouden aanbieden. Belangrijk voor fiscale acceptatie van een familiehypotheek.
De geschatte verkoopwaarde van een woning op de vrije markt op een specifiek moment. Wordt door een taxateur vastgesteld in een taxatierapport.
De getaxeerde waarde van een woning na een geplande verbouwing, op basis van bouwplannen en kostenraming. Basis voor financiering inclusief verbouwingsdepot.
De verkoopwaarde van een woning in onverhuurde, onbewoonde staat. Vormt bij NHG de basis voor de berekening van het verwachte verlies.
Taxatie van de waarde in vrije markt, leeg en ongebruikt. De standaard taxatievorm voor hypotheekverstrekking, gevalideerd door NWWI of Taxateurs Unie.
Het hoogste bedrag dat je op basis van je inkomen en de waarde van de woning kunt lenen. Wordt begrensd door zowel LTI als LTV.
Maximale hypotheek berekenenDe situatie waarin meerdere personen aansprakelijk zijn voor dezelfde schuld en ieder voor het geheel kan worden aangesproken.
OHA-toetsJuridische constructie waarbij een extra pand van een derde als onderpand dient voor een hypothecaire lening. Vergelijkbaar met bijpandstelling maar met derde als eigenaar.
Mogelijkheid om bij verhuizing een deel van de rente en/of voorwaarden mee te nemen naar een nieuwe hypotheek. Synoniem voor verhuisregeling.
De voorwaarde bij de hypotheek waarmee je bij verhuizing je huidige rente en voorwaarden mag meenemen naar een nieuwe woning. Ook wel verhuisregeling genoemd.
Het plan waarin een VvE of woningbezitter het toekomstig groot onderhoud en de bijbehorende kosten vastlegt.
Bij nieuwbouw: extra werkzaamheden of voorzieningen bovenop het standaardpakket van de aannemer. Kan deels worden meegefinancierd via het bouwdepot.
Door de koper bij de aannemer gekochte extra voorzieningen of werkzaamheden bovenop het standaardpakket. Kan onder voorwaarden worden meegefinancierd.
Verplichting om ongebruikelijke transacties (subjectief of objectief) te melden bij FIU-Nederland. Specifieke indicatoren zijn vastgelegd.
De FIU-Nederland waar instellingen op grond van de Wwft ongebruikelijke transacties moeten melden.
Bij overstappen naar een andere hypotheek is het mogelijk bestaande leningdelen met hun rentepercentage mee te nemen, ook wel rentemeeneemregeling genoemd.
Een hypotheek die meerdere hypotheekvormen in één lening combineert, bijvoorbeeld annuïtair plus aflossingsvrij. Maakt fiscale en cashflow-optimalisatie mogelijk.
Een fiscale regeling waarmee je inkomen over drie jaar mag middelen om grote schommelingen in belastingdruk te voorkomen. Afgeschaft per 2023.
Pensioenregeling waarbij het pensioen wordt gebaseerd op het gemiddelde salaris over de hele loopbaan. Sinds eind jaren '90 de meest voorkomende uitkeringsovereenkomst in Nederland.
Het centrale Nederlandse pensioenregister waar deelnemers hun opgebouwde en verwachte pensioenrechten kunnen inzien. Gebruikt voor het vaststellen van pensioeninkomen bij hypotheekaanvragen.
Onafhankelijke voorlichtingsorganisatie over milieu en duurzaamheid. Berekent kosten en besparingen van verduurzamingsmaatregelen.
Uitgaven die het Nibud berekent als absolute minimumlevensstandaard, die als ondergrens dienen voor de bepaling van de maximale hypotheeklasten.
Minimale vermogensbuffer die pensioenfondsen moeten aanhouden onder de Wtp, om schokken in financiële markten op te vangen.
Bij LTI-toets van een aflopend krediet wordt uitgegaan van minimaal 2% van de oorspronkelijke kredietsom per maand. Voor NHG-leningen geldt sinds april 2022 een versoepeling.
Bij LTI-toets van een bestaande doorlopend krediet wordt uitgegaan van minimaal 2% van de kredietlimiet per maand, ongeacht de werkelijke maandlast.
Tot 12 september 2015 geldende regel waarbij bij niet-reguliere afwikkeling de lijfrente ten minste werd gewaardeerd op de ingelegde premies. Inmiddels afgeschaft.
Een hypotheek voor zelfstandig ondernemers waarbij vaak aanvullende documenten en langere winstreeksen worden opgevraagd.
Fiscale aftrekpost voor IB-ondernemers van 12,70% van de winst na ondernemersaftrek. Verlaagt het belastbaar inkomen en daarmee het toetsinkomen.
Waardebepaling op basis van statistische modellen zonder bezichtiging door een taxateur. Bij NHG onder voorwaarden toegestaan, bijvoorbeeld bij herfinanciering met lage LTV.
Een computergedreven waardebepaling op basis van statistische modellen, bijvoorbeeld desktoptaxaties van Calcasa. Onder voorwaarden geaccepteerd onder NHG.
Standaardreglement van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie dat als basis dient voor splitsingsreglementen van VvE's.
Het door de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie opgestelde standaardreglement voor de VvE. Wordt vrijwel altijd in splitsingsakten van toepassing verklaard.
Hypotheekadvies waarbij de klant kan kiezen welke onderdelen worden geadviseerd, bijvoorbeeld alleen advies over de hypotheekvorm of ook over verzekeringen en pensioen.
Het beleid van centrale banken ten aanzien van rentes en geldhoeveelheid. Transmissie via de kapitaalmarkt naar hypotheekrentes.
Persoonlijke set van waarden en normen die als richtlijn dient voor integer handelen, naast de wettelijke en beroepsmatige kaders.
De EU-richtlijn (2014/17/EU) die de regels voor hypotheekadvies en -verstrekking in de EU harmoniseert. In Nederland verwerkt in de Wft.
De Europese hypothekenrichtlijn 2014/17/EU, geïmplementeerd in Nederland per 14 juli 2016. Reguleert onder andere boeterente, ESIS-informatieblad en bedenktijd.
Minnelijke schuldsanering: een traject buiten de rechter om, gecoördineerd door een schuldhulpverlener. Lichter alternatief voor WSNP, vereist akkoord van alle schuldeisers.
Lijfrente die ingaat bij overlijden van de belastingplichtige of (gewezen) partner. Voor partners onbeperkt; voor kinderen tot uiterlijk 30 jaar of levenslang als later overlijden.
Pensioen dat ingaat bij overlijden van de werknemer en wordt uitgekeerd aan de partner. Onder Wtp standaard 50% van het pensioengevend loon, los van diensttijd.
Situatie waarbij de klant binnen 10 jaar de AOW-leeftijd bereikt, waarbij het toekomstige pensioeninkomen mee moet worden gewogen in de financieringstoets.
Het geheel van bezittingen en schulden dat een overledene achterlaat. Saldo wordt gebruikt voor de berekening van de erfdelen en de erfbelasting.
Regeling voor beleggingsondernemingen die onder voorwaarden zijn vrijgesteld van bepaalde Europese MiFID-eisen, maar wel onder Wft-toezicht vallen.
Fonds dat energiebespaarleningen verstrekt tegen aantrekkelijke voorwaarden aan particuliere woningeigenaren, VvE's en scholen.
Een vangnet bij gedwongen verkoop met restschuld. Tegen een eenmalige premie staat het Waarborgfonds Eigen Woningen onder voorwaarden garant voor de restschuld. Geldt tot een jaarlijks vastgestelde kostengrens.
Het juridische beginsel dat zaken die duurzaam aan onroerend goed worden verbonden, eigendom worden van de eigenaar van dat onroerend goed.
De laatste fase van het adviesproces, gericht op onderhoud en monitoring van de lopende hypotheek.
Specifieke variant van serviceabonnement, gericht op doorlopende nazorg en monitoring van lopende financiële producten, inclusief hypotheken.
De fase na het afsluiten van de hypotheek waarin de adviseur de klant blijft begeleiden. Onder andere bij rentewijziging, life events of optimalisatiemogelijkheden.
Specifieke toepassing van de NCW-methode voor vergoeding vervroegde aflossing: het contant maken van het renteverschil over de resterende rentevastperiode.
Netto Contante Waarde-methode: berekeningsmethode voor de vergoeding voor vervroegde aflossing door contante waarde van toekomstige gemiste rente te bepalen.
Groep klanten waarvoor een specifiek hypotheekproduct expliciet niet geschikt wordt geacht. Adviseur mag het product daar niet aan adviseren.
Een verklaring van een geldnemer dat hij geen (nieuwe) hypotheek zal vestigen zonder toestemming. Alternatief voor een formele hypotheekinschrijving.
Eerder in aftrek gebrachte lijfrentepremies of -inleg die bij niet-reguliere handelingen weer als inkomen in box 1 worden belast.
Nederlandse norm voor het meten van gebruiksoppervlakte en bruto vloeroppervlakte van woningen. Verplicht onderdeel van NWWI-gevalideerde taxatierapporten.
Beperking van de capaciteit van het elektriciteitsnet, waardoor nieuwe aansluitingen of verzwaringen lastig zijn. Speelt mee bij keuze voor all-electric verwarming en zonnepanelen.
Bruto aanvangsrendement minus jaarlijkse exploitatiekosten. Geeft een realistischer beeld van het rendement op vastgoedbelegging.
De netto huuropbrengst (na exploitatiekosten) per jaar gedeeld door de aankoopprijs van een beleggingsobject. Realistischer rendementsindicator dan BAR.
De methode die geldverstrekkers verplicht moeten gebruiken voor de berekening van de boeterente. Berekent de huidige waarde van de gemiste rente-inkomsten over de resterende rentevasteperiode.
De maandelijkse hypotheeklasten ná verrekening van het belastingvoordeel uit de hypotheekrenteaftrek. Geeft een realistischer beeld van wat je werkelijk kwijt bent.
HypotheekcalculatorFiscaal gefaciliteerde lijfrentevorm voor inkomens boven € 137.800 (2026), waarbij over de inleg geen aftrek plaatsvindt maar waarvan de waarde in box 3 is vrijgesteld.
Pensioenvoorziening voor inkomens boven de aftoppingsgrens waarbij de inleg niet aftrekbaar is en de waarde onder voorwaarden is vrijgesteld in box 3.
Inkomsten buiten de hoofdbetrekking, zoals freelance werk of verhuur. Kunnen onder voorwaarden meewegen in het toetsinkomen.
NHG-toetsing bij beheer-situaties (zoals OHA na scheiding) waarbij onder voorwaarden kan worden afgeweken van de reguliere financieringslastnormen om woningbehoud mogelijk te maken.
Het maximale leenbedrag waarbinnen een hypotheek onder NHG valt. In 2026 is dit € 450.000 voor reguliere koop en € 477.000 bij energiebesparende maatregelen.
Het maximale aankoopbedrag van een woning waarvoor NHG kan worden afgesloten. Wordt jaarlijks per 1 januari vastgesteld; in 2026 € 450.000 (€ 477.000 met energiebespaarbudget).
De aanvullende normen die het Waarborgfonds hanteert bovenop de Trhk en de Wft. Bepalen onder andere wanneer woningbehoud bij scheiding of arbeidsongeschiktheid mogelijk is.
Een rentekorting die geldverstrekkers verlenen op hypotheken met Nationale Hypotheekgarantie. Compensatie voor het lagere risico door de garantie van het Waarborgfonds.
Individuele Nibud-berekening waarin specifieke uitgavenpatronen van de klant worden meegenomen om een realistischer beeld te krijgen dan de standaardnormen.
De door het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting opgestelde normen voor financieringslast, gebaseerd op inkomen en gezinssituatie. Leidend voor de maximale hypotheek.
NIBUD uit bankdataHet deel van een hypotheek waarvan de rente niet aftrekbaar is, zoals een aflossingsvrij deel na 2013 of een box 3-deel. Heeft aparte Nibud-tabellen voor toetsing.
Categorie binnen de Nibud-financieringsnormen voor huishoudens die niet als kwetsbaar worden aangemerkt. Hier kan een verhoging van de financieringslast worden toegepast.
De juridische ongeldigheid van een rechtshandeling. Kan spelen bij gebreken in een hypotheekakte of bij bedrog.
Een nieuw gebouwde woning, vaak gekocht vrij op naam. De bouw wordt in termijnen betaald uit een bouwdepot.
Beloningsmodel waarbij de klant alleen betaalt als een bepaald resultaat wordt behaald. Past niet bij de vereisten van het provisieverbod voor hypotheekadvies.
De rente die je op papier betaalt, zonder dat bijkomende kosten zijn meegeteld. Te onderscheiden van de effectieve rente.
Leer die tot 1 januari 2012 gold en waarbij vergoedingsrechten werden berekend naar de nominale waarde van de oorspronkelijke bijdrage, zonder rekening te houden met waardeontwikkeling.
Communicatie zonder woorden: houding, gezichtsuitdrukking, oogcontact, stemvolume en -intonatie. Belangrijk onderdeel van het adviesgesprek.
Het door het Nibud berekende gemiddelde van minimale en voorbeeldbedragen, gebruikt voor het bepalen van het maximaal beschikbare bedrag voor woonlasten.
Het door de notaris opgestelde overzicht van alle inkomende en uitgaande geldstromen rond passering: koopsom, hypotheek, kosten en eventuele restituties of bijbetalingen.
Een onafhankelijke jurist die de leveringsakte en hypotheekakte opstelt en passeert. De koper kiest in Nederland zelf de notaris.
De vergoeding voor de werkzaamheden van de notaris, inclusief inschrijfkosten bij het Kadaster. Onderdeel van de kosten koper.
Akte waarin een schenking wordt vastgelegd, meestal voor schenkingen op papier of bijzondere voorwaarden. Niet altijd verplicht.
Een openbare verkoop onder leiding van een notaris, gangbaar bij executieverkopen en vrijwillige veilingen van onroerend goed.
Nederlands Register Vastgoed Taxateurs. Een taxateur moet hier ingeschreven staan om een taxatierapport voor hypotheekdoeleinden op te leveren.
De Nederlandse Technische Afspraak die de bepalingsmethode voor de energieprestatie van gebouwen vastlegt. Vervangt de oudere EPC-methodiek per 1 januari 2021.
Zachte sturing van keuzegedrag via de wijze waarop keuzes worden gepresenteerd, zonder de keuzevrijheid weg te nemen. Gebruikt in gedragseconomie en financieel advies.
Woning die op jaarbasis evenveel energie opwekt als zij verbruikt voor gebouwgebonden verbruik en huishoudelijk verbruik.
Een woning die op jaarbasis evenveel energie opwekt als verbruikt voor gebouwgebonden en huishoudelijk verbruik.
Nederlandse Vereniging van Banken. Brancheorganisatie die onder andere de gedragscode hypothecaire financieringen onderhoudt.
Nederlandse Vereniging van Hypothecair Planners. Beroepsorganisatie voor gecertificeerde hypothecair planners.
Nederlandse Vereniging van Makelaars. De grootste brancheorganisatie van makelaars in Nederland.
Nederlands Woning Waarde Instituut. Valideert taxatierapporten zodat geldverstrekkers ze vertrouwen voor hypotheekverstrekking.
Goedkeuring van een taxatierapport door het Nederlands Woning Waarde Instituut, waardoor geldverstrekkers het rapport accepteren voor hypotheekdoeleinden.
De rente zoals opgenomen in de bindende offerte. Geldt tot passeren, mits binnen de geldigheidsduur wordt gepasseerd.
Toets door de geldverstrekker bij een OHA-aanvraag om vast te stellen of de blijvende partner de hypotheek zelfstandig kan dragen volgens de geldende leennormen.
De geïntegreerde vergunning voor bouwen, slopen of gebruik van een perceel. Beïnvloedt de uitvoerbaarheid van verbouwingen uit het bouwdepot.
Een Engelstalig synoniem voor verzilverhypotheek of opeethypotheek, waarbij de overwaarde periodiek wordt uitgekeerd en de schuld oploopt.
Fiscaal principe waarbij pensioen- en lijfrentepremies aftrekbaar zijn maar de uitkeringen belast. Omgekeerd van reguliere systematiek waarin premies na belasting zijn.
Het fiscale beginsel dat pensioenpremies aftrekbaar zijn en de pensioenaanspraak onbelast wordt opgebouwd, terwijl de uitkering progressief in box 1 wordt belast.
Een hypotheekadviseur die producten van meerdere geldverstrekkers vergelijkt en niet aan één aanbieder gebonden is.
De positie van de adviseur als door de consument ingeschakelde professional die onafhankelijk van de wensen van de klant of de belangen van aanbieders tot een passend advies komt.
De vereiste dat een hypotheekadviseur onafhankelijk advies geeft en zich niet primair laat leiden door commerciële belangen, zoals provisie of voorkeursaanbieders.
De vordering die kinderen krijgen op de langstlevende ouder bij toepassing van de wettelijke verdeling. Pas opeisbaar bij overlijden van de langstlevende of bij faillissement/WSNP.
Het risico dat een te laag bod wordt afgewezen, zonder kans op een tweede ronde. Vooral relevant bij meerdere geïnteresseerden en in een verkopersmarkt.
Het bedrag waarmee koper en verkoper na onderhandeling tot een akkoord komen, wat de koopsom wordt.
De vermoedelijke verkoopwaarde van een woning bij vrije verkoop, dus zonder veiling. Synoniem voor marktwaarde.
De jaarlijkse kosten voor onderhoud en reparaties aan de woning. Als vuistregel wordt vaak 1 tot 2% van de woningwaarde per jaar aangehouden.
Kosten voor het onderhoud van gemeenschappelijke delen bij appartementen, gespaard via de servicekosten aan de VvE.
Meerjarenonderhoudsplan (MJOP) dat aangeeft welk onderhoud in de komende jaren nodig is en welke kosten daaraan verbonden zijn. Basis voor reservefonds.
Het periodiek controleren van de hypotheek op optimalisatiemogelijkheden, zoals renteherziening of oversluiten. Vaak vormgegeven in een serviceabonnement.
Een verzamelnaam voor fiscale aftrekposten voor ondernemers, zoals de zelfstandigenaftrek en MKB-winstvrijstelling. Beïnvloedt het fiscaal inkomen.
Pensioenfonds dat aan één onderneming of concern is verbonden en alleen het pensioen van de eigen werknemers uitvoert.
Het bezit dat als zekerheid dient voor de lening, in het geval van een hypotheek de woning zelf. Bij wanbetaling kan de geldverstrekker het onderpand verkopen.
Onbeweegbare zaken zoals grond en de daarop gebouwde woningen, in tegenstelling tot roerend goed.
Een gemeentelijke belasting die de eigenaar van een woning jaarlijks betaalt. De WOZ-waarde is de heffingsgrondslag.
Afspraken in de koopovereenkomst op basis waarvan de koper onder voorwaarden van de koop kan afzien, bijvoorbeeld bij het niet rond krijgen van de financiering of een negatieve bouwkundige keuring.
Het via testament uitsluiten van een wettelijk erfgenaam. Een legitimaris (kind) kan altijd zijn legitieme portie opeisen, ondanks onterving in het testament.
Testamentaire bepaling waarbij een legitimaris (kind) wordt onterfd. De legitimaris behoudt wel het recht op de legitieme portie.
Juridisch traject waarbij bij scheiding één van beide ex-partners wordt ontslagen uit de gezamenlijke aansprakelijkheid voor de hypotheekschuld.
OHA-toetsHet proces waarbij een van beide partners bij scheiding uit de hypothecaire aansprakelijkheid wordt ontslagen, zodat de overblijvende partner alleen verantwoordelijk is voor de schuld.
De rentevasteperiode zoals oorspronkelijk overeengekomen in het hypotheekcontract. Soms gebruikt als alternatief voor het berekenen van vergelijkingsrente.
De volledige rentevastperiode zoals bij aanvang overeengekomen. Een van de methodes bij boeterente-berekening gaat uit van deze periode.
De verwachte netto opbrengst bij verkoop, na aftrek van alle verkoopkosten. In taxaties soms onderscheiden van de marktwaarde.
De schriftelijke overeenkomst tussen klant en adviseur waarin advies, bemiddeling en honorarium worden vastgelegd. Wettelijk verplicht voorafgaand aan het advies.
Een hypotheekvorm voor senioren waarbij de overwaarde van de woning periodiek wordt uitgekeerd. De schuld loopt op en wordt bij verkoop of overlijden afgelost.
Door PSD2 mogelijk gemaakt concept waarbij rekeninggegevens met toestemming kunnen worden gedeeld, onder andere voor hypotheektoetsen.
Pandrecht dat aan de debiteur is medegedeeld, waardoor deze na mededeling alleen bevrijdend kan betalen aan de pandhouder.
De openbare registers van het Kadaster waarin rechten op onroerend goed worden ingeschreven. Inschrijving beschermt tegen derden.
Meest voorkomende vorm van testament: notariële akte verleden ten overstaan van een notaris in aanwezigheid van twee getuigen.
Een adviesgesprek waarin vertrouwen en psychologische veiligheid zijn gecreëerd zodat de klant eerlijk durft te spreken over zijn financiële situatie.
Een landelijk georganiseerde dag waarop te koop staande woningen zonder afspraak bezichtigd kunnen worden. Georganiseerd door de NVM.
Het moment van overlijden van de erflater, waarop de erfrechtelijke verkrijging in beginsel ingaat.
Gemeentelijke regeling die verbiedt dat bepaalde woningen binnen vier jaar worden verhuurd na aankoop. Beïnvloedt de beleggershypotheek.
Document bij nieuwbouw waarin de koper de woning heeft geïnspecteerd en eventuele gebreken ter herstel aan de aannemer meldt.
Het formele moment waarop de bouwer of verkoper de woning overdraagt. Belangrijk voor vrijgave van bouwdepotbedragen.
Inspectie van een nieuwe woning bij oplevering door de koper, eventueel met bouwkundige. Doel: vaststellen van gebreken ter herstel door de aannemer.
Laatste vrijgave uit het bouwdepot na oplevering van de woning. Vaak gekoppeld aan aanwezigheid van oplevercertificaat en eventuele herstelwerkzaamheden.
Het gedeeltelijk laten uitbetalen van het bouwdepot op basis van aangeleverde facturen van de aannemer.
De Nederlandse norm voor het meten van vloer- en gebruiksoppervlak van woningen. Verplicht onderdeel van een taxatierapport voor NWWI-validatie.
Een zakelijk recht dat toestaat om op andermans grond een gebouw of werk in eigendom te hebben. Relevant bij bijvoorbeeld zonnepanelen van derden.
Een verzekering tegen schade aan het gebouw, zoals brand, storm en waterschade. Verplicht bij vrijwel elke hypotheek.
Testamentaire bepaling waarbij de langstlevende partner het recht heeft om eerst zijn vrijstelling volledig te benutten voordat de kinderen hun erfdeel krijgen.
De termijn die je moet aanhouden om een hypotheek of deel ervan zonder boete te beëindigen, vaak aan het einde van een rentevasteperiode.
De oorspronkelijke verstrekker van een hypotheek, die de lening eventueel doorplaatst in een securitisatie of fonds.
De fase voorafgaand aan de formele inventarisatie waarin de adviseur en klant elkaar leren kennen en verwachtingen afstemmen over de dienstverlening.
Een eerste, meestal kosteloos gesprek met een hypotheekadviseur om mogelijkheden in beeld te brengen.
Een fiscale reserve voor zelfstandig ondernemers, sinds 1 januari 2023 niet meer opbouwbaar. Bestaande reserves worden afgewikkeld via lijfrente of belast bij staking.
Fiscale opvolger van het pensioen in eigen beheer voor DGA's: verplichting om het opgebouwde kapitaal als lijfrenteachtige oudedagsvoorziening uit te keren.
Sinds 2017 mogelijke vervanger van pensioen in eigen beheer voor de DGA. Geleidelijke uitkering vanaf AOW-leeftijd over minimaal 20 jaar; geen sterftekans-vereiste.
Een historische fiscale reserve voor ondernemers. Relevant voor de beoordeling van het fiscaal inkomen bij hypotheekaanvragen.
De schuld die de langstlevende ouder krijgt aan de kinderen bij toepassing van de wettelijke verdeling. Is het spiegelbeeld van de onderbedelingsvordering.
Een bod uitbrengen boven de vraagprijs, vaak voorkomend in een krappe woningmarkt.
Tijdelijke lening om het gat te overbruggen tussen aankoop van een nieuwe en verkoop van een oude woning. Wordt afgelost zodra de oude woning is verkocht.
Een tijdelijke lening om de overwaarde van je nog niet verkochte woning te kunnen gebruiken voor de aankoop van een nieuwe woning. Wordt afgelost zodra de oude woning is verkocht.
Synoniem voor overbruggingshypotheek. De tijdelijke financiering tussen aankoop van een nieuwe en verkoop van de oude woning.
Lijfrente die het inkomen overbrugt tot pensioen of AOW-leeftijd. Premieaftrek sinds 1 januari 2006 niet meer mogelijk; alleen overgangsrecht voor opgebouwde waarden.
Tijdelijk box 3-regime vanaf 2023 dat werkt met vermogenscategorieën en forfaitaire rendementen per categorie, in afwachting van het nieuwe stelsel.
De belasting die je betaalt bij aankoop van een bestaande woning. Sinds 2021 geldt voor starters tot 35 jaar onder voorwaarden een eenmalige vrijstelling; het reguliere tarief voor eigen bewoning is 2%.
Bij overlijden van een ex-partner kan de hypotheekschuld onder voorwaarden worden afgelost via een eerder afgesloten overlijdensrisicoverzekering, of vererven binnen de nalatenschap.
Een verzekering die een bedrag uitkeert bij overlijden van een van de partners, waarmee (een deel van) de hypotheek kan worden afgelost.
Een bepaling die het recht geeft een goed over te nemen tegen betaling van de waarde, bijvoorbeeld bij ontbinding van een samenwerkingsverband of overlijden. Soort koopoptie.
Advies over het oversluiten van een bestaande hypotheek naar een nieuwe, inclusief analyse van boeterente, kosten en verwachte rentebesparing over de resterende looptijd.
Het vervangen van je huidige hypotheek door een nieuwe, vaak bij een andere geldverstrekker, om te profiteren van een lagere rente of betere voorwaarden. Hierbij kan boeterente verschuldigd zijn.
Boeterente calculatorHet verschil tussen de marktwaarde van de woning en de resterende hypotheekschuld. Relevant voor de bijleenregeling en verzilverhypotheken.
Een hypotheek of kredietvorm waarmee de overwaarde van de woning wordt vrijgespeeld voor consumptieve of andere bestedingen.
Een zakelijk zekerheidsrecht op roerende zaken, vorderingen of effecten. Het onroerend-goed-equivalent is het hypotheekrecht.
Notariële of onderhandse akte waarin een pandrecht op roerende zaken, vorderingen of rechten wordt gevestigd. Naast hypotheek de belangrijkste zekerheidsvorm.
Partij die een pandrecht verleent op haar bezittingen of vorderingen als zekerheid voor een vordering van de pandhouder.
Partij die een pandrecht heeft op roerende zaken of vorderingen. Bij hypotheek vaak ook tevens pandhouder van een daaraan gekoppelde verzekering.
Een zakelijk zekerheidsrecht op roerende zaken of vorderingen. Vergelijkbaar met hypotheekrecht, maar dan niet op onroerend goed.
Een schenking onder schuldigerkenning waarbij de schenker geen geld overmaakt maar een schuld op zich neemt. Vereist notariële akte en jaarlijkse rentebetaling van minimaal 6%.
Voorwaarde dat bij een schenking op papier jaarlijks daadwerkelijk 6% rente moet worden betaald, anders wordt de schenking fiscaal als fictief verkregen via erfrecht beschouwd.
Recht van een hypotheekhouder om zonder rechterlijke tussenkomst tot verkoop van het onderpand over te gaan bij niet-nakoming. Vloeit voort uit de grosse van de hypotheekakte.
Systeem van het wettelijk erfrecht waarin erfgenamen worden gezocht in parentele groepen: partner en kinderen, ouders en broers/zussen, grootouders, overgrootouders.
Situatie bij ex-partners waarbij de renteaftrek voor de gezamenlijke eigenwoningschuld over beiden wordt verdeeld, naar draagplicht en eigendomsverhouding.
De onderhoudsbijdrage aan een ex-partner. Telt bij de betaler mee als vaste last en bij de ontvanger als inkomen.
Het inkomen van je partner dat door geldverstrekkers onder voorwaarden volledig wordt meegerekend in de leencapaciteit.
Synoniem voor nabestaandenpensioen. Het pensioen dat de achterblijvende partner ontvangt na overlijden van de pensioendeelnemer.
Notarieel vastgelegde afspraken tussen geregistreerd partners over hun vermogensrelatie. Vergelijkbaar met huwelijkse voorwaarden en bij notariële akte op te stellen.
Vrijstelling erfbelasting voor partners. In 2026 bedraagt deze € 811.840.
Een structuur waarbij de kasstromen van een hypotheekportefeuille direct worden doorgegeven aan beleggers in een securitisatie.
Marktpartijen of instanties die tijdelijk betrokken zijn bij een hypotheektraject, zoals taxateurs, tussenpersonen en adviseurs.
Datum waarop de hypotheek- en leveringsakte bij de notaris worden ondertekend. Juridisch moment waarop de woning wordt overgedragen en de hypotheek ingaat.
Constructie waarbij consumptieve kredieten tijdelijk worden afgelost om een hypotheek mogelijk te maken en daarna opnieuw worden aangegaan. Niet toegestaan vanuit integer gedrag.
Een advies dat aansluit bij de situatie, wensen en mogelijkheden van de klant. Kernverplichting van een hypotheekadviseur.
Een advies dat aansluit bij de individuele situatie, kennis, ervaring, financiële positie, doelstellingen en risicobereidheid van de klant, conform artikel 4:23 Wft.
Het officieel ondertekenen van de leverings- en hypotheekakte bij de notaris. Op dit moment word je juridisch eigenaar van de woning.
Deel van de hypotheek dat niet actief wordt afgelost en waarop alleen rente wordt betaald (meestal het aflossingsvrije deel).
Een recht dat iemand heeft zonder dat daartegenover een actieve verplichting staat. In hypotheekcontext relevant voor bijvoorbeeld vruchtgebruikers.
Permanente Educatie-examen. Verplichte periodieke toets voor financieel adviseurs om hun Wft-vergunning te behouden.
De specifieke datum waarop een waarde of situatie wordt bepaald, bijvoorbeeld de WOZ-waarde per 1 januari of box-3-vermogen per 1 januari.
Het moment waarop de rendementsgrondslag wordt vastgesteld: 1 januari van het kalenderjaar (artikel 5.2 Wet IB 2001).
Historische mogelijkheid voor directeur-grootaandeelhouders om pensioen op te bouwen binnen de eigen BV. Per 1 juli 2017 afgeschaft voor nieuwe opbouw.
Pensioenopbouw door de DGA binnen de eigen BV, zonder externe verzekering. Sinds 2017 niet meer mogelijk; bestaande aanspraken konden worden afgekocht of omgezet in een ODV.
Een afzonderlijke vennootschap waarin een DGA zijn pensioen onderbrengt, los van de werk-BV. Voorkomt dat pensioen verloren gaat bij faillissement van de werk-BV.
Wtp-grootheid voor de ingelegde pensioenpremie voor ouderdoms- en partnerpensioen, die geïmputeerd wordt op de jaarruimte.
De afspraken tussen sociale partners en kabinet over een nieuw pensioenstelsel. Heeft geleid tot de Wet toekomst pensioenen die in 2023 in werking is getreden.
Verschil tussen het laatste arbeidsinkomen en het pensioen. Heeft directe invloed op de betaalbaarheid van de hypotheek na pensionering.
Leeftijd waarop iemand aanspraak kan maken op AOW of pensioen. In 2026 67 jaar + 3 maanden voor AOW, al kan aanvullend pensioen eerder of later ingaan.
Het brutosalaris dat als basis dient voor de berekening van de pensioengrondslag, vóór toepassing van de AOW-franchise. Inclusief vaste looncomponenten zoals vakantiegeld.
Het deel van het salaris waarover pensioen wordt opgebouwd, na aftrek van de AOW-franchise. Basis voor de berekening van de premie binnen het werknemerspensioen.
Verschil tussen het inkomen vóór pensionering en het netto-pensioeninkomen, wat van invloed is op de betaalbaarheid van de hypotheek in de oude dag.
Hypotheek gefinancierd door een pensioenfonds, direct of via een hypotheekfonds. Steeds groter marktaandeel in de jaren 2010-2020.
De vermindering van de partnervrijstelling met de waarde van het nabestaandenpensioen. Voorkomt dubbele faciliteiten voor de langstlevende echtgenoot.
Het inkomen dat iemand uit pensioen ontvangt. Telt mee bij de maximale hypotheek, maar wordt vaak wat voorzichtiger beoordeeld.
PensioencijferDe wettelijke richtleeftijd voor pensioenopbouw, sinds 2018 vastgesteld op 68 jaar. Pensioen mag eerder ingaan, maar dan wordt de uitkering actuarieel verlaagd.
Het bij expiratie van een lijfrente of beschikbare premieregeling shoppen tussen aanbieders om de beste uitkerende lijfrente te vinden. Wettelijk recht.
Een tekort dat wordt vastgesteld op basis van de wettelijke pensioenopbouw versus de daadwerkelijke opbouw. Geeft recht op lijfrenteaftrek binnen jaarruimte en reserveringsruimte.
De overgang van het oude Nederlandse pensioenstelsel (uitkeringsovereenkomst) naar het nieuwe stelsel onder de Wtp (premie-overeenkomst). Loopt tot uiterlijk 2028.
Het uitstellen van het pensioen tot na de pensioenrichtleeftijd. Leidt tot een hogere periodieke uitkering omdat over een kortere periode wordt uitgekeerd en het kapitaal langer rendeert.
De verdeling van opgebouwd pensioen bij echtscheiding op grond van de Wet verevening pensioenrechten. Heeft gevolgen voor toekomstige inkomenstoets.
Het eerder laten ingaan van het pensioen dan de richtleeftijd. Leidt tot een lagere jaarlijkse uitkering. Vaak ingezet om de periode tot AOW te overbruggen.
Politically Exposed Person-onderzoek: verscherpt klantonderzoek bij personen met publieke functies en hun familieleden en naasten, vanwege verhoogd corruptierisico.
Clausule in huwelijkse voorwaarden waarbij partners jaarlijks hun overgespaard inkomen met elkaar verrekenen. Niet-uitvoeren leidt vaak tot een eindafrekening alsof gemeenschap van goederen geldt.
Schenking die meerdere jaren wordt herhaald, vaak gebruikmakend van de jaarlijkse vrijstellingen. Strategie binnen estate planning.
Een uitkering die met onzekerheidselement en periodiciteit wordt verricht zonder een complex van wederzijdse verplichtingen. Vormt belastbaar inkomen in box 1 als 'periodieke uitkering'.
Periodieke betalingen zoals erfpachtcanon, onder voorwaarden aftrekbaar als eigenwoningkosten.
Bewoning van een recreatiewoning als hoofdverblijf, waarvoor onder voorwaarden een gemeentelijke gedoogvergunning of vergunning aanwezig moet zijn. Heeft fiscale gevolgen.
De verplichting voor Wft-houders om periodiek (meestal driejaarlijks) een PE-examen af te leggen om hun vakbekwaamheid actueel te houden en hun vergunning te behouden.
Een consumptief krediet met vaste looptijd en rente. Telt bij de hypotheekaanvraag mee als vaste last.
Registratie bij het BKR van een persoonlijke lening met vaste looptijd. Vermeldt het oorspronkelijke leenbedrag en de einddatum. Telt mee als vaste last.
De individuele combinatie van inkomen, vermogen, gezinssituatie, gezondheid en toekomstplannen die de basis vormt voor het hypotheekadvies.
Een naar verwachting toekomstig inkomen, bijvoorbeeld na omzetting van tijdelijk naar vast contract of na afronding van een opleiding. Onder voorwaarden mee te nemen in de toetsing.
Een document van een uitzendbureau of werkgever waarin het perspectief op vast werk wordt bevestigd. Kan bij uitzendkrachten gebruikt worden bij de hypotheekaanvraag.
Verklaring van uitzendbureau over verwachte continuering van werk, op basis van branchegegevens. Maakt soms toetsing met flexibel inkomen mogelijk alsof er sprake is van een vast contract.
Erfrechtelijk mechanisme waarbij de afstammelingen van een vooroverleden erfgenaam diens plaats innemen en het erfdeel van die erfgenaam erven.
Een kind dat tijdens de minderjarigheid minimaal vijf jaar onderdeel was van het huishouden van de pleegouder. Voor de erfbelasting gelijkgesteld met een eigen kind.
Een vergoeding die in oudere veilingreglementen werd toegekend aan de persoon die een bod uitbracht dat werd gevolgd door het winnende bod. In moderne veilingen vervangen door andere prikkels.
Het document met de specifieke voorwaarden van een verzekering, zoals dekking, uitsluitingen en uitkeringstermijnen.
De specifieke voorwaarden die in de verzekeringsovereenkomst moeten zijn opgenomen om als KEW te kwalificeren, naast de algemene wettelijke vereisten.
Persoon met een politiek of publiek prominente functie. Vereist verscherpt cliëntonderzoek bij financiële dienstverlening, ook bij hypotheekaanvragen.
Kapitaalverzekering afgesloten vóór 1 januari 1992 met gunstige fiscale behandeling onder overgangsrecht.
Het periodieke bedrag dat je voor een verzekering betaalt, zoals bij een overlijdensrisicoverzekering of opstalverzekering.
De voorwaarde dat de hoogste jaarpremie niet meer dan tien keer de laagste jaarpremie mag zijn. Bepaalt of een KEW fiscaal gefaciliteerd blijft.
De periode waarin premies worden betaald voor een verzekering. Kan korter zijn dan de looptijd van de verzekering zelf.
Een geblokkeerde spaarrekening waarop je een eenmalige inleg doet, waaruit periodiek de premie van een aan de hypotheek gekoppelde verzekering wordt betaald.
Het bedrag dat als basis dient voor de jaarruimteberekening: bruto jaarinkomen minus AOW-franchise. Maximaal € 118.628 in 2026.
De grondslag voor berekening van de jaarruimte: bruto jaarinkomen minus AOW-franchise, met diverse correcties zoals winst uit onderneming en stakingswinst.
Lijfrente waarvan de premies zijn afgetrokken in box 1 en waarvan de uitkeringen in box 1 belast zijn. Alternatief voor de saldolijfrente.
Pensioenregeling waarbij alleen de premie vaststaat. De hoogte van het uiteindelijke pensioen hangt af van rendement, levensverwachting en rente. Standaard onder de Wtp.
Een pensioenuitvoerder die alleen premieovereenkomsten uitvoert in de opbouwfase. De uitkeringsfase moet worden ondergebracht bij een verzekeraar of pensioenfonds.
Een clausule in een verzekering waardoor de premie bij arbeidsongeschiktheid niet meer betaald hoeft te worden, terwijl de dekking doorloopt.
Risico voor investeerders in hypotheekgerelateerde effecten dat hypotheken eerder worden afgelost dan verwacht, bijvoorbeeld bij dalende rente.
Het proces van het bepalen van hypotheekrentes door geldverstrekkers, op basis van fundingkosten, gewenste marktpositie, risico-opslagen en concurrentie.
De verhouding tussen koopsom en kwaliteit en kenmerken van de woning. Beoordeeld door de taxateur in het rapport.
De methode waarbij bij één bouwdepot wordt gerekend met de verhouding tussen uitgaven die wél en niet voor verwerving/onderhoud/verbetering zijn aangegaan, om het box 1- en box 3-deel te splitsen.
Interne procedures binnen een geldverstrekker om producten passend te ontwikkelen, te monitoren en te evalueren ten opzichte van de doelgroep.
Verplicht intern proces bij geldverstrekkers waarin nieuwe of gewijzigde hypotheekproducten worden beoordeeld op passendheid voor de doelgroep en risico's voor klanten.
Door AFM genormeerd proces waarin financiële ondernemingen producten ontwikkelen, beoordelen op passendheid voor de doelgroep en monitoren. Onderdeel van POG.
Geprognotiseerd inkomen voor ondernemers zonder voldoende historische cijfers, op basis van orderportefeuille of ondernemingsplan. Aanvaardbaar bij bepaalde geldverstrekkers.
Het rendement dat wordt aangenomen bij het bepalen van het toekomstige lijfrentekapitaal voor de hypotheektoets. Maximaal 4% volgens NHG-norm.
Een formeel document dat een financieel product beschrijft, vooral van belang bij uitgifte van obligaties en securitisaties.
Een vergoeding die vroeger door geldverstrekkers aan tussenpersonen werd betaald bij het afsluiten van een hypotheek. Voor complexe producten niet meer toegestaan sinds 2013.
De wet die sinds 2013 verbiedt dat aanbieders van complexe financiële producten provisie betalen aan adviseurs. Klanten betalen hun adviseur nu rechtstreeks.
Sinds 1 januari 2013 geldend verbod op aanbiederprovisie voor hypothecair krediet en complexe verzekeringen. Klanten betalen advies en bemiddeling rechtstreeks.
Het toezicht van DNB op de soliditeit en solvabiliteit van banken en verzekeraars. Onderscheiden van gedragstoezicht door de AFM.
De tweede Europese betaaldienstenrichtlijn, die aangepaste regels stelt aan betaaldiensten en aan het delen van rekeninggegevens.
Het Woningwaarderingsstelsel (WWS): het puntensysteem dat de maximale huurprijs voor sociale en gereguleerde huurwoningen bepaalt. Punten worden toegekend voor oppervlakte, voorzieningen en energielabel.
Een testamentaire bepaling die feitelijk werkt als een legaat, maar formeel een uitkeringsrecht of last is. Heeft in de praktijk vergelijkbare fiscale gevolgen.
Testamentaire regeling die de effecten van de wettelijke verdeling nabootst, vaak met fiscaal gunstigere bepalingen over rente en opeisbaarheid.
Testamentconstructie waarbij bij overlijden van de eerste partner een deel van de nalatenschap naar de kinderen gaat om erfbelasting in de tweede nalatenschap te besparen.
De volgorde van hypotheekrechten op dezelfde woning. De eerste hypotheek wordt bij een executieverkoop als eerste afgelost.
De kredietbeoordeling van een geldverstrekker, securitisatie of obligatie door een ratingbureau zoals Moody's, S&P of Fitch.
Beperkt zakelijk recht om gebouwen of werken op de grond van een ander te hebben. Komt voor bij zonnepanelen op andermans dak, kabels en leidingen.
Een zakelijk recht waarmee iemand over andermans grond mag lopen of rijden om zijn eigen perceel te bereiken. Kan bij aankoop van invloed zijn op de waarde.
Het recht van de hypotheekhouder om bij wanbetaling het onderpand zonder voorafgaande rechterlijke uitspraak openbaar te verkopen. Komt voort uit de hypotheekakte.
Specifiek geval van overpad: het recht om via een andermans grond uit te wegen naar de openbare weg. Belangrijk bij ingesloten percelen.
Het zakelijke recht om de vruchten en het gebruik van andermans goed te genieten, met de plicht het goed in stand te houden. Bij erfenissen wordt het vaak aan de langstlevende toegekend.
Fiscaal herstelproces voor belastingplichtigen met een werkelijk rendement lager dan het forfaitaire rendement. Ingevoerd na Hoge Raad-arresten over box 3.
Een tweede woning die niet als hoofdverblijf dient. Financiering vindt plaats in box 3 en biedt geen hypotheekrenteaftrek.
Eigen vermogen dat ten minste twee jaar aan lasten plus een potentiële restschuld moet kunnen dekken, als voorwaarde voor afwijking van de leennormen.
De rente waaraan variabele hypotheekrentes gekoppeld kunnen zijn, vaak het Euribor-tarief of een interne referentierente van de bank.
De externe rentereferentie waaraan variabele hypotheekrentes zijn gekoppeld, doorgaans Euribor 1M of 3M plus een opslag.
Synoniem voor bedenktermijn: zeven dagen na bindende offerte waarin de klant kan terugkomen op de hypotheekkeuze, zonder kosten.
Een vraag die de klant aan het denken zet over zijn keuzes, wensen of aannames. Hulpmiddel voor de adviseur om diepere motivaties te achterhalen.
Een goed waarvan overdracht of bezwaring registratie vereist in een openbaar register, zoals onroerend goed, schepen en luchtvaartuigen.
De door Nibud beschikbaar gestelde rekentool die, gegeven inkomen, rente en kenmerken, de maximale hypotheek berekent.
Specifiek thema in de AFM-Leidraad Hypotheekadvisering 2026 over advisering rond OHA, woningbehoud en herfinanciering bij scheiding of einde samenleving.
Specifiek hypotheekadvies bij echtscheiding of beëindiging van samenwonen, waarbij aandacht is voor uitkoop, OHA, fiscale gevolgen en betaalbaarheid voor de blijvende partner.
De heffingsgrondslag voor box 3: de waarde van de bezittingen minus de waarde van de schulden, minus het heffingsvrij vermogen.
Alternatieve benaming voor financieel nadeel: het verlies aan rentebaten voor de geldverstrekker door vervroegde aflossing tegen hogere contractrente dan markttarief.
Begroting van de kosten voor renovatie van een woning, vaak gebaseerd op een bouwkundig rapport. Basis voor financiering van het renovatiebedrag.
De mate waarin activa rendement opleveren, vaak uitgedrukt als percentage van eigen vermogen of totaal vermogen.
Vrijblijvend rentevoorstel van de geldverstrekker, vóór het bindend aanbod. Geeft een eerste indicatie van mogelijke voorwaarden, zonder definitieve toezegging.
Moment waarop de rente van een hypotheek wijzigt, bijvoorbeeld aan het einde van de rentevastperiode of bij variabele rente periodiek.
Een korting op de hypotheekrente die sommige geldverstrekkers bieden, bijvoorbeeld bij een lage LTV of bij een duurzame woning.
Het cumulatieve aantal jaren dat een belastingplichtige al hypotheekrenteaftrek heeft genoten. Telt mee voor de maximale termijn van 30 jaar renteaftrek.
Belangrijke afweging in hypotheekadvies tussen lagere rente korte rentevastperiode (met onzekerheid) en hogere rente lange periode (met budgetzekerheid).
Een periode voor het einde van de rentevasteperiode waarin je kunt kiezen voor een nieuwe rente, al dan niet tegen de actuele tarieven.
Constructie waarbij de klant een bepaalde periode vóór het einde van de rentevastperiode kan kiezen voor een nieuwe rente tegen gunstige voorwaarden.
Testamentaire of contractuele bepaling over het rentepercentage dat over onderbedelingsvorderingen of schenkingen op papier wordt berekend, doorgaans 6% voor fiscale erkenning.
Het grafische verband tussen rente en looptijd. De vorm van de curve (stijgend, dalend, vlak) beïnvloedt hypotheekprijzen en funding.
Een afname van het renteniveau in de markt. Kan een reden zijn om je hypotheek over te sluiten of te middelen.
Grenswaarde voor rentewijzigingen onder een rentedrempelconstructie. Binnen de bandbreedte blijft de rente gelijk; daarbuiten vindt aanpassing plaats.
Hypotheekconstructie waarbij de rente stabiel blijft binnen een bandbreedte en pas wordt aangepast bij overschrijding van vooraf afgesproken rentedrempels.
Een derivatentransactie, zoals een renteswap, waarmee de rente op een hypotheekportefeuille wordt afgedekt.
De datum waarop de huidige rentevasteperiode afloopt en een nieuwe wordt vastgesteld. Cruciaal moment voor besluit over voortzetting, oversluiten of rentemiddeling.
Schriftelijk voorstel van de geldverstrekker met het nieuwe rentetarief voor een volgende rentevastperiode, uitgebracht enkele maanden voor het einde van de lopende periode.
Categorie waarin geldverstrekkers hypotheken indelen op basis van de LTV-verhouding. Hogere LTV-klassen krijgen een hogere rente vanwege hoger risico voor de geldverstrekker.
Lening zonder rente van familie. Civielrechtelijk geen schenking, maar voor de Successiewet kan sprake zijn van fictieve schenking van het rentevoordeel.
Het samenvoegen van je oude (hogere) en nieuwe (lagere) hypotheekrente tot één gemiddelde rente, zonder dat je daadwerkelijk hoeft over te sluiten. Voorkomt dat je in één keer boeterente betaalt.
Rentemiddeling berekenenEen opslag op de basisrente, bijvoorbeeld vanwege een hoge LTV, afwezigheid van NHG of het ontbreken van een risicoverzekering.
Een opslag op de basisrente afhankelijk van de Loan-to-Value. Hoe hoger de LTV, hoe hoger de opslag. Vervalt of daalt naarmate de hypotheek wordt afgelost en de woningwaarde stijgt.
Advies aan een klant met een lopende hypotheek over optimalisatie via rentemiddeling, oversluiten of openbreken bij rentedaling. Cruciale nazorgcomponent.
De buffer die een geldverstrekker hanteert tegen mogelijke renteschommelingen bij de beoordeling van de financierbaarheid.
Een overzicht van de rente, rentevasteperiode en eventuele opslagen gedurende de looptijd van de hypotheek.
Een toename van het renteniveau in de markt, wat tot hogere maandlasten kan leiden na afloop van de rentevasteperiode.
Einde rentevaste periodeStandaardderivaat waarbij vaste rente voor 10 jaar wordt geruild tegen variabele rente. Fungeert als belangrijke referentie voor hypotheekrentes met 10 jaar vast.
De periode waarop de rente van toepassing is, meestal een maand. De rente wordt per rentetermijn betaald.
De structuur van rentes voor verschillende looptijden. Basis voor het pricen van hypotheken en renteswaps.
De periode waarvoor de hypotheekrente vaststaat, bijvoorbeeld 1, 5, 10, 20 of 30 jaar. Een langere periode geeft meer zekerheid maar meestal een hogere rente.
Einde rentevaste periodeHet onderdeel van het hypotheekadvies waarin de adviseur samen met de klant de passende duur van de rentevastperiode bepaalt, afhankelijk van inkomen, risicobereidheid en budgetzekerheid.
Het verschil tussen de te betalen rente over de eigenwoningschuld en de ontvangen depotrente tijdens de bouw. Wordt vaak meegefinancierd, maar de rente over dat meegefinancierde deel is niet aftrekbaar.
De dag waarop de hypotheekrente over de afgelopen periode wordt afgeschreven. Meestal de eerste van de maand of een vaste dag in de maand.
Het voordeel dat ontstaat door een lagere rente, bijvoorbeeld bij oversluiten of bij een marktconforme familiehypotheek. Fiscaal van belang bij family loans.
Het voorstel dat de geldverstrekker doet bij het einde van de rentevasteperiode, met de nieuwe rente en de keuze tussen rentevasteperiodes. Klant kan accepteren of oversluiten overwegen.
Het moment waarop de rente van een hypotheek wijzigt, bijvoorbeeld aan het einde van de rentevasteperiode. Klant heeft recht op een nieuw rentevoorstel.
Klantdossier dat zo is opgebouwd dat een ander deskundig persoon kan achterhalen hoe het advies tot stand is gekomen, welke afwegingen zijn gemaakt en waarom.
Voorwaarde dat een taxatie zodanig is onderbouwd dat een andere taxateur bij dezelfde gegevens tot vergelijkbare conclusies zou komen.
Berekeningen die op basis van het dossier achteraf identiek nogmaals kunnen worden uitgevoerd. AFM-vereiste voor adequate verantwoording van het advies.
Het risico op schade aan de reputatie van een geldverstrekker, bijvoorbeeld door klantklachten of negatieve media-aandacht.
Sinds 2018 wettelijk verplichte minimumstorting in het reservefonds van de VvE: 0,5% van de herbouwwaarde per jaar of conform meerjarenonderhoudsplan.
Ongebruikte jaarruimte uit eerdere jaren die alsnog kan worden benut voor lijfrenteaftrek. Sinds Wtp tot tien jaar terug; vóór Wtp slechts zeven jaar.
Een hypotheek waarin een eerdere restschuld is meegefinancierd. Sinds 2018 zonder fiscale voorrangsregeling.
Het aantal maanden tussen de datum van vervroegde aflossing en het einde van de lopende rentevasteperiode. Basis voor de boeterente-berekening.
De periode die nog openstaat van de huidige rentevastperiode op het moment van vervroegde aflossing. Basis voor de NCW-berekening.
Het gedeelte van een oude hypotheek dat niet in een nieuwe hypotheek wordt overgenomen en dat dus contant moet worden ingebracht of gefinancierd.
Het bedrag dat overblijft als de verkoopopbrengst van je woning niet voldoende is om je hypotheek af te lossen. Met NHG kan deze onder voorwaarden worden kwijtgescholden.
Een aparte lening of meegefinancierd onderdeel van een nieuwe hypotheek waarmee een restschuld uit een vorige verkoop wordt gefinancierd.
De garantie van het Waarborgfonds dat bij gedwongen verkoop met restschuld onder voorwaarden wordt kwijtgescholden. Vereist medewerking met een verkoopplan.
Het recht van een schuldeiser om een zaak onder zich te houden totdat zijn vordering is voldaan. Voorbeeld: een aannemer die zijn werk achterhoudt bij onbetaalde rekening.
Toetsing achteraf (bijvoorbeeld door toezichthouder of klachteninstituut) of het advies op basis van de op dat moment beschikbare informatie passend was.
Een rente van 20% die de Belastingdienst heft bij niet-reguliere afwikkeling van een lijfrente, bovenop de inkomstenbelasting. Bedoeld om eerder genoten belastingvoordeel terug te halen.
Boete van 20% bij afkoop of verpanding van een lijfrente, als compensatie voor het rentevoordeel van eerdere premieaftrek. Vermindering mogelijk bij bewijs van lager werkelijk rentevoordeel.
De nominale rente gecorrigeerd voor inflatie. Geeft het werkelijke rendement of werkelijke kosten van een lening weer.
Systematische beoordeling van risico's in een hypotheekdossier of portefeuille, onder meer op krediet-, operationeel en juridisch vlak.
Analyse van de risico's waaraan een klant blootstaat (overlijden, arbeidsongeschiktheid, werkloosheid, rentestijging) en de wijze waarop deze impact hebben op de hypotheeklasten.
De mate waarin een klant bereid is financiële risico's te accepteren, bijvoorbeeld renterisico of vermogensopbouw via beleggen. Vast te stellen via gestandaardiseerde vragen.
Vragenlijst die de adviseur gebruikt om de risicobereidheid van de klant te toetsen. Onderdeel van het klantprofiel onder artikel 4:23 Wft.
Objectieve mate waarin de klant financieel in staat is risico's op te vangen, gebaseerd op buffer, inkomen, vermogen en verplichtingen. Afwijkend van risicobereidheid.
AFM-toezichtbenadering waarbij de focus ligt op de grootste risico's voor consumenten. Adviseurs en aanbieders met hoog risico worden intensiever getoetst.
De waarde van de activa van een bank, gecorrigeerd naar het risicoprofiel. Basis voor de kapitaalvereisten onder Bazel III.
Het verschil tussen verzekerd kapitaal en reeds opgebouwde waarde bij een gemengde verzekering. Bepaalt de risicopremie.
De weergave van de risicobereidheid en risicocapaciteit van de klant. Basis voor de keuze van hypotheekvorm en eventuele verzekeringen.
Residential Mortgage Backed Securities. Door woninghypotheken gedekte effecten die in securitisaties worden uitgegeven aan institutionele beleggers.
Principe dat een adviseur zich houdt aan zijn rol als adviseur en geen andere petten opzet (zoals verkoper of psycholoog), om belangenverstrengeling te voorkomen.
De administratieve doorhaling van een hypotheek in het Kadaster nadat de schuld volledig is afgelost.
De kosten die de notaris en het Kadaster rekenen voor het royeren van een afgeloste hypotheek.
Vergoedingsrecht van de gemeenschap op het privévermogen van een echtgenoot, voor bijdragen van de gemeenschap aan privégoederen.
Vergoedingsrecht van een echtgenoot of partner op de gemeenschap voor uit privévermogen bijgedragen middelen aan gemeenschappelijke goederen.
Het verschil tussen de bezittingen en schulden van de overledene, eventueel verminderd met uitvaartkosten. Vormt de basis voor verdeling onder de erfgenamen.
Lijfrentevorm zonder fiscaal voordeel: premies zijn niet aftrekbaar, uitkeringen zijn niet belast voor zover zij de premies niet overschrijden.
Rente over rente: rendement waarbij periodieke rente-inkomsten worden herbelegd tegen dezelfde rentevoet, leidend tot exponentiële vermogensgroei.
Een notarieel of onderhands contract waarin samenwonende partners hun vermogensrelatie regelen. Geldverstrekkers vragen dit soms bij gezamenlijke hypotheken op.
Gespreksvaardigheid waarbij de adviseur het besprokene beknopt weergeeft om te controleren of hij de klant correct heeft begrepen en om structuur aan te brengen.
Wet op grond waarvan financiële instellingen geen diensten mogen verlenen aan personen of entiteiten op EU- of VN-sanctielijsten.
Analyse waarin verschillende scenario's (best case, base case, worst case) worden doorgerekend om de robuustheid van een financiële situatie te toetsen.
Bij echtscheiding of het beëindigen van een samenleving moeten woning en hypotheek opnieuw verdeeld worden, vaak via uitkoop.
OHA-toetsJuridische status waarbij echtgenoten gescheiden leven maar juridisch gehuwd blijven. Bij overlijden erft de partner niet als er sprake is van scheiding van tafel en bed.
Speciale fiscale regeling die de hypotheekrenteaftrek tijdens scheiding regelt, ook als beide partners niet meer in de woning wonen. Maximaal twee jaar geldend.
Belasting over de waarde van alles wat door schenking wordt verkregen van een schenker die in Nederland woont. Tarieven en tariefgroepen gelijk aan erfbelasting; vrijstellingen verschillen.
Belasting op schenkingen aan starters voor de eigen woning. De jubelton (eenmalige verhoogde vrijstelling) is per 2024 afgeschaft.
Degene die een schenking doet, ten koste van het eigen vermogen. De woonplaats van de schenker is bepalend voor de heffing van schenkbelasting.
Een onder voorwaarden eenmalig belastingvrije schenking van maximaal een jaarlijks vastgesteld bedrag, te besteden aan de eigen woning. Regeling is per 2024 afgeschaft.
Familiehypotheek calculatorEen schenking die niet direct wordt overgemaakt maar als schuld blijft bestaan. Gebruikt bij generatieplanning rondom het eigen huis.
Eenmalige verhoogde schenkingsvrijstelling van € 67.064 (2026) voor kinderen van 18-40 jaar voor een dure studie. Speciale voorwaarden van toepassing.
Een schenking onder de opschortende voorwaarde dat de schenker overlijdt. Wordt voor de erfbelasting beschouwd als verkrijging krachtens erfrecht. Vereist een notariële akte.
Een schenking specifiek voor de aankoop, verbetering of aflossing van de eigen woning. Onder de afgeschafte jubelton tot € 106.671 vrijgesteld; nu beperkt tot reguliere vrijstellingen.
Schenking die door de begunstigde naar eigen inzicht mag worden besteed. Geldt voor de standaardvrijstelling en de algemene verhoogde vrijstelling kinderen.
Het bedrag dat je jaarlijks belastingvrij mag ontvangen of geven. Voor ouders aan kinderen geldt een hogere vrijstelling.
Het systeem van progressieve belastingtarieven dat bepaalt tegen welk tarief de hypotheekrente aftrekbaar is.
Het einde van een succesvol afgerond WSNP-traject waarbij resterende schulden worden kwijtgescholden. De BKR-codering blijft daarna nog vijf jaar staan.
De partij aan wie een schuld moet worden terugbetaald, bijvoorbeeld de geldverstrekker van een hypotheek.
Drempel waaronder schulden niet in box 3 meetellen. In 2026 € 3.800 per persoon, € 7.600 voor fiscale partners.
Door gemeente georganiseerde hulp bij problematische schulden. Kan leiden tot een minnelijke regeling of toelating tot de WSNP. Heeft consequenties voor BKR en hypotheekverstrekking.
Synoniem voor papieren schenking. De schenker erkent een schuld aan de begiftigde zonder het bedrag direct over te maken. Werkt om vermogen te verschuiven zonder liquiditeit.
Bepaling in een schenking op papier waarbij de schenker de schenking omzet in een schuld aan de begunstigde. Moet met jaarlijkse 6% rente worden bediend om fiscaal erkend te worden.
De overgang van een schuld van de ene naar de andere schuldenaar. Bij woningoverdracht kan de koper de hypotheek overnemen, mits de geldverstrekker instemt.
Een traject waarin schulden worden geherstructureerd of kwijtgescholden. Leidt meestal tot een BKR-registratie en bemoeilijkt nieuwe hypotheekverstrekking.
Het tenietgaan van een oude verbintenis door het ontstaan van een nieuwe. Speelt bij herstructurering van leningen.
Een onafhankelijke toets op een eerder gegeven hypotheekadvies, vaak kosteloos aangeboden om klanten te werven.
De markt waarop bestaande hypotheken en hypotheek-gerelateerde effecten worden verhandeld tussen institutionele partijen.
Het bundelen van hypotheken in een fonds waarvan de kasstromen als effecten worden uitgegeven aan beleggers. Een belangrijke fundingtechniek.
Advies waarbij een vooraf bepaalde selectie van geldverstrekkers wordt vergeleken, niet de hele markt. De adviseur moet dit transparant maken aan de klant.
In hypotheekcontext vaak iemand van 55 jaar en ouder. Heeft toegang tot specifieke producten zoals de verzilverhypotheek.
PensioencijferAfspraak tussen partijen over prestatieniveaus, bijvoorbeeld verwerkingstijden van hypotheekaanvragen bij een geldverstrekker.
Periodiek betaalde overeenkomst tussen adviseur en klant voor doorlopende dienstverlening na afsluiting van een financieel product, zoals hypotheekonderhoud.
Maandelijkse kosten bij een appartement voor gezamenlijk onderhoud, schoonmaak en verzekeringen via de VvE.
De afspraken over dienstverlening tussen geldverstrekker en tussenpersoon, bijvoorbeeld over verwerkingstijd van aanvragen.
Verzamelnaam voor erfdienstbaarheden: zakelijke rechten die het ene erf belasten ten gunste van een ander erf, zoals overpad of uitzicht.
Sustainable Finance Disclosure Regulation. Europese regels over transparantie rond duurzaamheid in de financiële sector.
De overgang van een vermogensbestanddeel (zoals een KEW of een woning) van box 1 naar box 3 of andersom. Leidt vaak tot een fictieve afrekening.
De overgang van een kapitaalverzekering van box 1 naar box 3 wanneer niet meer wordt voldaan aan de voorwaarden, met mogelijk fictieve uitkering als gevolg.
Systematische Integriteitsrisicoanalyse. Een verplichte analyse die financiële instellingen uitvoeren om integriteitsrisico's in kaart te brengen.
Studiefinancieringsregime van 2015 tot 2023 zonder basisbeurs. Studieschulden uit deze periode kennen een lagere wegingsfactor bij hypotheektoetsing dan oudere of nieuwere schulden.
Een Wtp-pensioenregeling waarin beleggingsrendementen leeftijdsafhankelijk worden toegerekend en risico's worden gedeeld via een solidariteitsreserve.
Onder de Wtp-solidaire premieovereenkomst een gezamenlijke reserve voor het opvangen van financiële schokken en het delen van risico's tussen generaties.
Het vermogen om op lange termijn aan financiële verplichtingen te voldoen. Wordt door geldverstrekkers beoordeeld.
De verhouding tussen eigen vermogen en totaal vermogen. Geeft aan in welke mate een persoon of bedrijf aan lange-termijnverplichtingen kan voldoen.
Het Europese toezichtkader voor verzekeraars. Van invloed op de wijze waarop verzekeraars in hypotheken beleggen.
Een aan de hypotheek gekoppelde spaarrekening waaruit de maandlasten of een toekomstige aflossing kunnen worden betaald.
Een hypotheekvorm waarbij je naast rente premie betaalt voor een spaarverzekering. Het opgebouwde kapitaal wordt aan het einde van de looptijd gebruikt om de hypotheek af te lossen. Sinds 2013 niet meer mogelijk voor nieuwe hypotheken met renteaftrek.
Een geblokkeerde spaarrekening gekoppeld aan een bankspaarhypotheek, met eenzelfde rente als de hypotheek. Sinds 2013 niet meer mogelijk voor nieuwe hypotheken.
Het opgebouwde kapitaal uit periodieke spaarinleg, eventueel binnen een bankspaarhypotheek of aparte spaarrekening.
Een speciaal opgerichte juridische entiteit voor securitisaties, waarin de hypotheken worden ondergebracht en effecten worden uitgegeven.
De akte waarin een gebouw juridisch wordt gesplitst in appartementsrechten, en waarin de rechten en plichten van de VvE zijn vastgelegd.
Het reglement bij de splitsingsakte waarin de regels voor de Vereniging van Eigenaren en het gebruik van gemeenschappelijke ruimten zijn vastgelegd.
Gemeentelijke vergunning die nodig is om een woning kadastraal te mogen splitsen in appartementsrechten. Niet alle gemeenten verlenen deze vergunning of stellen aanvullende eisen.
Isolatiemaatregel voor buitenmuren met een spouw. Onder TRHK aangewezen als energiebesparende voorziening met extra leenruimte.
Het verschil tussen twee rentetarieven, bijvoorbeeld tussen de hypotheekrente en de swaprente. Gebruikt voor pricing en marge-analyses.
Het verschil tussen de fundingkosten van een geldverstrekker en de aangeboden hypotheekrente. Bepaalt mede de winstmarge en de prijszetting voor klanten.
Een lijfrente waarvoor de stakingswinst van een onderneming wordt aangewend. De premie is aftrekbaar buiten de gewone jaarruimte; gemaximeerd op de stakingswinst.
De winst die ontstaat bij staking van een onderneming, bestaande uit vrijval van stille reserves, fiscale reserves en goodwill. Belast in box 1 maar via stakingslijfrente uit te stellen.
Aanspraak op een periodieke uitkering, meestal als ontslagvergoeding ondergebracht in een stamrecht-BV of -bank. Stamrecht-BV's mogen sinds 2014 niet meer nieuw worden opgericht.
Bv waarin een ontslagvergoeding (gouden handdruk) werd ondergebracht. Sinds 1 januari 2014 niet meer mogelijk voor nieuwe gevallen, bestaande bv's kennen overgangsrecht.
AFM-rapport uit 2010 dat de basis vormde voor de oorspronkelijke Leidraad Hypotheekadvisering. Beoordeelde een groot aantal hypotheekadviezen op kwaliteit.
Door het Nibud en VEH ontwikkelde isolatiestandaard die aangeeft wanneer een woning voldoende geïsoleerd is om over te stappen op een hybride of all-electric systeem.
Branche-initiatieven om documenten en processen te stroomlijnen, bijvoorbeeld via HDN (Hypotheken Data Netwerk).
Een verklaring dat de rente marktconform is, van belang bij familiehypotheken om fiscale afwijkingen te voorkomen.
Een constructie waarbij meerdere leningen of hypotheken gecombineerd worden op hetzelfde onderpand, vaak bij startersleningen of familielening in combinatie met bankhypotheek.
Iemand die voor het eerst een woning koopt en geen eigendom van een vorige woning meeneemt.
Extra aftrekpost bovenop de zelfstandigenaftrek in de eerste jaren na start van een onderneming. Alleen voor wie aan het urencriterium voldoet.
Verkorte bouwkundige keuring voor starters die niet de volledige kosten voor een uitgebreide keuring willen betalen. Geeft een eerste indruk van de staat.
Een aanvullende lening van het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting (SVn), die het verschil overbrugt tussen de aankoopprijs en het bedrag dat je maximaal bij de bank kunt lenen. Niet elke gemeente biedt deze regeling aan.
De eenmalige vrijstelling van overdrachtsbelasting voor kopers tussen 18 en 35 jaar bij woningen onder een jaarlijks vastgestelde grens.
Bedragen in een aannemingsovereenkomst voor onderdelen waarvan de exacte invulling later wordt bepaald, zoals badkamer of keuken. Kunnen bij overschrijding tot meerkosten leiden.
Statistische tabellen met overlevingskansen, gebruikt voor de premieberekening van overlijdensrisicoverzekeringen.
De stichting die Nationale Hypotheek Garantie uitvoert en met geldverstrekkers borgtochtovereenkomsten sluit. Beheert ook de woningbehoud-tools bij betaalproblemen.
De stichting die de Nationale Hypotheekgarantie uitvoert. Staat onder voorwaarden garant voor restschulden bij gedwongen verkoop. Voorheen WEW.
Een kind van de partner van de erflater dat geen eigen kind van de erflater is. Voor de erfbelasting gelijkgesteld met een eigen kind, dus zelfde tariefgroep en vrijstelling.
Pandrecht dat niet aan de debiteur is medegedeeld. De debiteur kan bevrijdend aan de pandgever betalen totdat mededeling is gedaan.
De organisatie die namens gemeenten leningen verstrekt, zoals de Starterslening en Duurzaamheidslening.
Volledig digitaal en zonder handmatige tussenkomst verwerken van hypotheekaanvragen.
Een scenario-analyse waarin banken hun weerbaarheid tegen economische schokken toetsen. Onderdeel van het prudentiële toezicht.
De periodieke Europese stresstest voor banken, waarin ook hypotheekportefeuilles onder druk worden doorgerekend.
Gesimuleerde LTI-verhouding onder stressscenario's (rentestijging, inkomensdaling) om de robuustheid van een hypotheek te beoordelen.
Gesimuleerde LTV-verhouding bij een potentiële daling van de woningwaarde. Relevant voor risico-inschatting van de geldverstrekker.
Een berekening die toetst of de hypotheeklasten ook bij hogere rente of inkomensdaling betaalbaar blijven. Onderdeel van zorgvuldig hypotheekadvies en bewust afwijken van leennormen.
Funderingstype voor woningen, vaak in oudere binnensteden. Bij houten paalfundering kan funderingsproblematiek ontstaan, met grote impact op woningwaarde en financiering.
Wijze waarop studieleningen worden meegenomen in de leencapaciteitsberekening, met een wegingspercentage afhankelijk van het stelsel (pre/post leenstelsel).
Een lening bij DUO voor opleidingskosten. Telt mee als vaste last bij de maximale hypotheek, met een standaard wegingspercentage.
Schuld bij Dienst Uitvoering Onderwijs voor studiefinanciering. Telt mee als vaste last bij de hypotheekaanvraag, met gestandaardiseerde wegingsfactoren.
De overgang van een vordering op een derde die voor de schuldenaar betaalt. Bijvoorbeeld een verzekeraar die na uitkering in de rechten van de verzekerde treedt.
Verzamelnaam voor overheidsregelingen zoals de investeringssubsidie duurzame energie (ISDE) voor verduurzaming van de eigen woning.
Overheidsregelingen die kunnen meewegen in de financiering van een woning, zoals startersleningen, ISDE-subsidie, energiebespaarlening en gemeentelijke duurzaamheidsleningen.
Strategische planning gericht op het beperken van erfbelasting door tijdige schenkingen, testamentaire bepalingen en vermogensoverdracht.
De wet die erfbelasting en schenkbelasting regelt. Geheven van de verkrijger op basis van de woonplaats van de erflater of schenker.
Een vraag die in de richting van een specifiek antwoord stuurt. In adviesgesprekken doorgaans onwenselijk omdat het de openheid beperkt.
Verschil tussen de swaprente en de rente op staatsobligaties met dezelfde looptijd. Weerspiegelt het kredietrisico en liquiditeitsverschil.
De vaste rente in een renteswap. Vormt een belangrijke basis voor het vaststellen van hypotheekrentes door banken.
Garantie van Stichting Waarborgfonds Koopwoningen op nieuwbouw, die de afbouw van de woning waarborgt bij faillissement van de aannemer. Standaard bij gerenommeerde aannemers.
Tariefgroep voor partners en kinderen: 10% tot € 154.197, 20% daarboven (2026-tarieven).
Tariefgroep voor kleinkinderen: 18% tot € 154.197, 36% daarboven (2026-tarieven).
Tariefgroep voor overige verkrijgers: 30% tot € 154.197, 40% daarboven (2026-tarieven).
De drie groepen waarin de Successiewet verkrijgers indeelt, met elk een eigen tarief: partners en kinderen (10/20%), kleinkinderen (18/36%), overige verkrijgers (30/40%).
Beperking van het aftrektarief voor hypotheekrente. In 2026 is het maximale aftrektarief gelijk aan het basistarief van 37,56%.
De afbouw van het maximale aftrektarief voor hypotheekrente en andere grondslagverminderende posten. In 2026 is het maximumtarief 37,56% voor inkomens in het hoogste schijftarief.
De stapsgewijze verlaging van het maximale aftrektarief voor hypotheekrente. In 2023 afgerond op het basistarief.
Een gecertificeerde deskundige die de waarde van een woning vaststelt en in een taxatierapport vastlegt. Moet ingeschreven staan in het NRVT-register om geaccepteerd te worden door geldverstrekkers.
Toezicht op de kwaliteit van het taxatiewerk door NRVT en validatie-instituten. Waarborgt consistentie en integriteit van taxatierapporten.
Een waardebepaling van een woning door een onafhankelijke taxateur. Vrijwel altijd nodig bij het afsluiten of oversluiten van een hypotheek.
Alternatief validatie-instituut voor taxatierapporten naast NWWI, zoals iValidatie of Taxateurs Unie.
De vergoeding voor het laten opstellen van een taxatierapport. Afhankelijk van de waarde en het type woning.
Schriftelijke opdracht aan de taxateur met omschrijving van het doel, het object en de gewenste waardegrondslag (bijvoorbeeld marktwaarde vrij van huur en gebruik).
Het formele rapport van de taxateur waarin de marktwaarde van de woning, het taxatiedoel en de onderbouwing zijn vastgelegd. Vaak gevalideerd via NWWI of Taxateurs Unie.
Onderdeel van een taxatierapport waarin het energielabel van de woning wordt vermeld, met eventuele verbetermogelijkheden naar een zuiniger label.
De bevoegdheid om namens een rechtspersoon aktes of overeenkomsten te ondertekenen, vastgelegd in statuten en KvK-register.
Fiscaal regime waarbij vermogensbestanddelen (zoals een pand) die door een DGA aan zijn eigen BV ter beschikking worden gesteld, in box 1 in plaats van box 3 worden belast.
Het schema waarop de bouwtermijnen worden gefactureerd door de aannemer. Wordt door de geldverstrekker gebruikt om uitbetalingen uit het bouwdepot te doen.
Financiering van terroristische activiteiten via het financiële stelsel. Naast witwassen een hoofdthema van de Wwft.
Periode waarin de investering in een energiebesparende maatregel wordt terugverdiend door lagere energiekosten. Onder 15 jaar bij 5% rente is rendabel.
Het kernkapitaal van een bank, bestaande uit gewoon aandelenkapitaal en ingehouden winsten. Belangrijkste kapitaalsoort onder Bazel III.
Een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Geldverstrekkers vragen bij tijdelijke contracten vaak om een intentieverklaring voor een vast dienstverband.
Kortlopende financiering voor een specifiek doel, zoals overbruggingsfinanciering of voorfinanciering vanuit eigen vermogen, vooruitlopend op toekomstige kasstroom.
Bij scheiding tijdelijk fiscaal verrekenbare partneralimentatie. Aftrekbaar bij de betaler in box 1 en belast als inkomen bij de ontvanger.
Een lijfrente met een vaste looptijd die ingaat na de AOW-leeftijd. Looptijd minimaal 5 jaar; maximale jaaruitkering wordt jaarlijks vastgesteld (in 2026 € 25.722).
Ministeriële regeling die de wettelijke leennormen voor hypothecair krediet vaststelt, met verwijzing naar de Nibud-tabellen. Wordt jaarlijks geactualiseerd.
De jaarlijks aangepaste ministeriële regeling die de leennormen voor hypotheken vaststelt op basis van het Nibud-advies. Bevat de financieringslastpercentages en LTV-norm.
Verhuur voor een specifieke periode of doelgroep, bijvoorbeeld onder de Leegstandwet of voor diplomaten. Onder voorwaarden zonder huurbescherming voor de huurder.
Het fiscale beginsel dat betalingen aan de juiste belastingperiode worden toegerekend. Relevant bij vooruitbetaalde hypotheekrente.
Zeer kleine, vaak verplaatsbare woning. Financiering complex omdat dit type woning niet altijd onder reguliere hypotheek valt en zelden bij NHG.
De rechtsgrond voor een rechtshandeling, bijvoorbeeld een koopovereenkomst die aan de eigendomsoverdracht voorafgaat.
Bepaling waarin een gemeenschappelijk goed bij overlijden of relatiebreuk wordt toegedeeld aan een specifieke deelgenoot tegen vergoeding van de waarde.
De fiscale regeling bij toedeling van een eigen woning aan een van beide ex-partners. Bepaalt of, en in hoeverre, een bijleenregeling van toepassing is.
Het verwachte pensioeninkomen van de klant na pensionering. Wordt meegenomen bij de toetsing als het pensioen binnen 10 jaar ingaat, conform NHG en Trhk.
Verwachte inkomensontwikkeling, bijvoorbeeld bij vast contract na proeftijd, jonge ondernemer met groeiende winst, of professional in een kennisintensief beroep.
Onder Europese bankregels: zekerheden die mogen worden meegenomen in de berekening van kapitaaleisen. NHG met Betaling verwachte verlies kwalificeert hiervoor.
De in artikel 1:88 BW vereiste toestemming van een echtgenoot of geregistreerd partner voor belangrijke rechtshandelingen met de echtelijke woning, waaronder een hypotheek.
Schriftelijke toestemming van de geldverstrekker om de woning te mogen verhuren. Niet vanzelfsprekend; meestal alleen toegestaan onder de Leegstandwet of bij uitzending.
Veel splitsingsreglementen vereisen toestemming van de VvE voor verhuur van een appartement. Belangrijk bij beleggingsaankoop.
De wettelijke eis dat beide echtgenoten of geregistreerd partners moeten instemmen met bepaalde rechtshandelingen met de echtelijke woning of bovenmatige verplichtingen.
Het moment waarop wordt vastgesteld of de 30-jaarstermijn voor renteaftrek nog niet is verstreken. Cruciaal voor klanten die in de jaren 2030 hun maximale aftrekperiode bereiken.
Het inkomen dat volgens de regels van de geldverstrekker wordt meegenomen in de berekening van de maximale hypotheek.
Het inkomen waarmee een zelfstandig ondernemer wordt getoetst, vaak een gemiddelde van de winst van de afgelopen drie jaren of het laatste jaar (afhankelijk van groei).
De maandlast die bij toetsing aan de financieringslastnormen wordt gehanteerd, gebaseerd op een annuïtaire berekening met de toetsrente. Wijkt vaak af van de werkelijke maandlast.
Het moment waarop de geldverstrekker definitief de aanvraag toetst aan de geldende leennormen, voorafgaand aan het bindend aanbod.
De rente waarmee de maximale hypotheek wordt berekend. Voor rentevasteperiodes korter dan tien jaar gold lange tijd 5%; bij rentevast vanaf tien jaar wordt de werkelijke rente gehanteerd.
Een hypotheek waarbij je meer leent dan de marktwaarde van de woning. Sinds 2018 niet meer toegestaan voor reguliere hypotheken.
Tijdelijk Financieel Toetsingskader voor pensioenfondsen tijdens de invaarperiode, met aangepaste eisen aan dekkingsgraden en financiering.
Een openbare veiling die online toegankelijk is, met inzichtelijke biedingen. Gebruikelijk in executieverkopen.
Oudere benaming voor de akte van levering. Regelt de feitelijke eigendomsoverdracht.
Synoniem voor passeerdatum: de datum waarop de eigendomsoverdracht formeel plaatsvindt.
De afdeling binnen een geldverstrekker die verantwoordelijk is voor funding, liquiditeits- en renterisicomanagement van de hypotheekportefeuille.
Een hypotheek waarvan de hoofdsom of de financieringslast boven de Trhk-normen ligt. Alleen toegestaan bij wettelijke uitzonderingen of expliciete adviesverklaring met motivering.
Niet-overheidstuchtrechtspraak binnen beroepsverenigingen, die klachten over leden kan behandelen. Aanvullend op Kifid en civiele rechtspraak.
Een onafhankelijke adviseur of bemiddelaar die namens de klant een hypotheek regelt bij een geldverstrekker.
Onafhankelijke adviseur die bemiddelt tussen consumenten en geldverstrekkers. Werkt op basis van advies en bemiddelingsvergoeding.
De overeenkomst tussen geldverstrekker en tussenpersoon waarin rechten en plichten rond bemiddeling zijn vastgelegd.
Een aanvullende hypotheek op dezelfde woning, naast je bestaande hypotheek. Wordt bijvoorbeeld afgesloten voor een verbouwing.
Het collectief verplicht of op cao-basis opgebouwde werknemerspensioen, naast de eerste pijler (AOW). Vormt voor de meeste werknemers het belangrijkste deel van het oudedagsinkomen.
Een hypotheek voor een tweede woning, zoals een vakantiewoning. De lening valt in box 3 en biedt geen hypotheekrenteaftrek.
Hypotheek voor aankoop van een tweede woning (naast de eigen woning). Valt in box 3 zonder renteaftrek en kent afwijkende acceptatiecriteria.
De klassieke fideï-commissionaire schenking of erfstelling waarbij eerst een eerste verkrijger geniet en daarna een tweede verkrijger. Vraagt notariële akte en zorgvuldige planning.
Fiscale goedkeuring waarbij de rente op een lening voor een in aanbouw zijnde woning twee jaar aftrekbaar is, ook als nog niet wordt bewoond.
Regeling waarbij een voormalige echtelijke woning na scheiding nog maximaal twee jaar als eigen woning voor de vertrekkende partner kwalificeert.
Een regeling waarbij een verkrijging eerst aan de bezwaarde toekomt en bij diens overlijden of een andere voorwaarde overgaat naar een tweede verkrijger (verwachter). Ook wel fideï-commis genoemd.
Een schenking onder ontbindende voorwaarde waarbij het geschonkene bij het overlijden van de begiftigde overgaat naar een tweede verkrijger. Wordt ook fideï-commissionaire schenking genoemd.
Een huishouden met twee inkomens. In de toetsing wordt het tweede inkomen sinds 2023 voor 100% meegeteld.
Sinds 2023 telt het tweede inkomen voor 100% mee in de financieringslasttoets, waar dit voorheen een lager wegingspercentage had.
Register van Uiteindelijk Belanghebbenden van organisaties en trusts. Doel: transparantie over wie uiteindelijk een onderneming controleert of ervan profiteert.
Juridische term voor een testament: eenzijdige rechtshandeling waarbij een erflater beschikkingen treft die pas werking hebben na overlijden.
De uitbetaling van een kapitaalverzekering of overlijdensrisicoverzekering, vaak ingezet om (een deel van) de hypotheek af te lossen.
Pensioenregeling waarbij de uitkering vooraf vastligt (bijvoorbeeld als percentage van het laatste salaris). Onder de Wtp niet meer toegestaan voor nieuwe regelingen.
Bij scheiding de financiële verrekening waarmee één partner de andere uitbetaalt voor diens aandeel in de woning, vaak via een verhoging van de hypotheek.
OHA-toetsHet bedrag dat de overblijvende partner aan de vertrekkende partner betaalt voor diens deel in de woning. Vaak gefinancierd via verhoging van de hypotheek.
Testamentaire bepaling die voorkomt dat ouders van een minderjarige verkrijger recht hebben op de vruchten van het vermogen. Deze komen dan uitsluitend aan het kind toe.
Clausule waarbij een schenker of erflater bepaalt dat het geschonkene of nagelatene niet in een eventuele huwelijksgemeenschap valt van de begiftigde of erfgenaam. Beschermt familievermogen bij scheiding.
Een tijdelijk opschorten van betalingsverplichtingen, bijvoorbeeld bij financiële problemen of corona-achtige crises. Altijd in overleg met de geldverstrekker.
Uittreksel uit de Basisregistratie Personen, waarin woonadres en persoonsgegevens zijn vastgelegd. Vaak gevraagd bij de hypotheekaanvraag.
Een overzicht van het Kadaster waarin eigendom, hypotheekinschrijvingen en beperkingen op een perceel zichtbaar zijn.
Een verzekering die de kosten van een uitvaart dekt. Soms gekoppeld aan een hypotheekgesprek als onderdeel van financiële planning.
Analyse van afgewezen of niet-doorgegane hypotheekaanvragen om het proces te verbeteren en acceptatiecriteria bij te stellen.
Het te gelde maken van een onderpand om een vordering te voldoen, bijvoorbeeld door executoriale verkoop.
Bevoegdheid van een hypotheekhouder om bij niet-nakoming tot executoriale verkoop van het onderpand over te gaan, op basis van artikel 3:268 BW.
Jaarlijks overzicht dat pensioenuitvoerders aan deelnemers verstrekken met opgebouwde en te bereiken pensioenaanspraken.
Een hypotheekvorm waarbij kapitaal wordt opgebouwd via beleggingsfondsen (units). Risicovol vanwege koersschommelingen.
Voorwaarde voor bepaalde fiscale ondernemersfaciliteiten: minimaal 1.225 uur per jaar besteden aan de onderneming.
Tariefstructuur waarbij de hypotheekadviseur per gewerkt uur factureert. Vooral bij complexe situaties of niet-standaard advies. Wettelijk verplicht 21% btw als alleen advies.
Vergoedingsvorm waarbij de klant betaalt per gewerkt uur. Transparant en toegestaan mits de totale kosten vooraf worden gecommuniceerd.
Een tweede woning die niet als hoofdverblijf dient. De financiering valt in box 3 zonder recht op hypotheekrenteaftrek.
De eis in de Wft dat adviseurs over actuele kennis en vaardigheden beschikken. Aangetoond via diploma's en PE-toetsen.
De wettelijke vereisten voor vakbekwaamheid van financieel adviseurs, waaronder diploma's, examens en periodieke educatie. Vastgelegd per Wft-module.
Een instituut zoals NWWI of Taxateurs Unie dat taxatierapporten controleert en valideert voor hypotheekdoeleinden.
Een hypotheekrente die niet vaststaat, maar meebeweegt met de marktrente. Geeft minder zekerheid maar biedt de mogelijkheid om te profiteren van rentedalingen.
Een vooraf afgesproken vast bedrag voor advies en bemiddeling van een hypotheek, ongeacht de omvang of complexiteit van het advies. Geeft kostenduidelijkheid.
Hypotheek die specifiek voor één geldlening wordt gevestigd. In tegenstelling tot een bankhypotheek, die meerdere of toekomstige verplichtingen omvat.
Een hypotheekrente die voor een afgesproken periode onveranderlijk is. Geeft zekerheid over je maandlasten.
Vrijgestelde Beleggingsinstelling: fiscaal regime voor BV's die uitsluitend beleggen, met vrijstelling van vennootschapsbelasting en uitstroom als deemed dividend.
Het principe uit de Wft dat geldverstrekkers geen overkreditering mogen veroorzaken. Operationeel verankerd via de NIBUD-normen.
Het kernbegrip uit de AFM-leidraad: de hypotheeklasten moeten passen bij het inkomen en de overige financiële situatie van de klant, ook op de lange termijn.
Door Milieu Centraal beheerde website met informatie, kosten, opbrengsten en terugverdientijden van verduurzamingsmaatregelen voor woningen.
Plan waarin de koper aangeeft welke verbeteringen en verduurzamingen aan de woning worden doorgevoerd. Onderbouwt financiering van een verbouwingsdepot.
Bepaling in huwelijkse voorwaarden of samenlevingscontract waarin gemeenschappelijke goederen bij overlijden toekomen aan de langstlevende. Fiscaal aangemerkt als fictieve erfrechtelijke verkrijging.
Brancheorganisatie van Nederlandse verzekeraars. Spreekt zich uit over branchebrede onderwerpen zoals overlijdensrisico, arbeidsongeschiktheid en hypotheekverzekeringen.
Een bouwdepot specifiek voor het financieren van een verbouwing aan een bestaande woning.
Een depot binnen een NHG-financiering voor het bekostigen van een verbouwing of energiebesparende maatregelen. Onbenut saldo wordt na de looptijd van het depot afgelost.
Een hypotheek of verhoging specifiek voor het financieren van een verbouwing. Vaak gekoppeld aan een verbouwingsdepot.
Schriftelijke prijsopgaven van aannemers voor specifieke verbouwingswerkzaamheden. Geldverstrekkers vragen vaak meerdere offertes ter onderbouwing van het te financieren bedrag.
Gedetailleerd kostenoverzicht van een geplande verbouwing met posten en bedragen, basis voor de financiering via een verbouwingsdepot.
Het na ontbinding van een huwelijk verdelen van de gemeenschappelijke bezittingen en schulden. Kan via convenant of via de rechter; heeft fiscale gevolgen voor de eigen woning.
De verdeling van de overwaarde tussen ex-partners bij scheiding. Standaard 50/50 bij gemeenschap van goederen, anders volgens de eigendomsverhouding.
De verdeling van het positieve verschil tussen de woningwaarde en de hypotheek bij scheiding, afhankelijk van het huwelijksgoederenregime.
Een notariële akte waarin gezamenlijk eigendom wordt verdeeld, bijvoorbeeld bij echtscheiding of erfenis.
Onderdeel van de AFM-Leidraad: de adviseur moet bij hypotheekadvies actief de mogelijkheden tot verduurzaming bespreken, inclusief financiering daarvan.
Specifiek bouwdepot voor energiebesparende maatregelen, vaak met een langere vrijgavetermijn dan een regulier bouwdepot.
Lichtere vorm van CDD voor klanten en transacties met laag witwasrisico. Vereist nog steeds identificatie en basisgegevens.
Persoon die (door erfgenamen of rechter aangewezen) een nalatenschap afwikkelt, bijvoorbeeld bij beneficiaire aanvaarding of negatieve nalatenschap.
Belangenorganisatie voor woningeigenaren die onder andere actief is op gebied van hypotheekkosten, woningonderhoud en duurzaamheid. Geeft advies en publiceert vergelijkingen.
De overgang van vermogen volgens het wettelijke erfrecht, in afwezigheid van een testament. Volgens de parentale groepen en wettelijke verdeling.
De overgang van vermogen van erflater naar erfgenamen volgens de bepalingen van een opgesteld testament, in afwijking van het wettelijk erfrecht.
Officiële benaming voor de VvE-vergadering. Vergaderbevoegdheid wordt geregeld in het splitsingsreglement.
Methode waarbij de waarde van een woning wordt bepaald aan de hand van recente verkopen van vergelijkbare objecten in de omgeving.
Sinds 1 oktober 2023 verplicht document voor producten onder het provisieverbod dat klanten op begrijpelijke wijze inzicht geeft in dienstverlening, werkwijze en kosten. Heeft het dienstverleningsdocument vervangen.
Een recent verkocht, vergelijkbaar object dat een taxateur gebruikt voor de waardebepaling.
De rente waarmee de oorspronkelijke contractrente wordt vergeleken bij de NCW-berekening van boeterente. Meestal de actuele rente voor een vergelijkbare resterende rentevasteperiode.
De rente die de geldverstrekker hanteert voor het bepalen van het renteverschil bij de boeterenteberekening. Meestal de huidige markttarieven voor vergelijkbare looptijd.
Het recht van een echtgenoot om een vergoeding te krijgen voor privégeld dat is gebruikt om goederen voor de gemeenschap aan te schaffen, of omgekeerd.
Het percentage van de oorspronkelijke hoofdsom dat per jaar boetevrij mag worden afgelost. Wettelijk minimum 10% per jaar; veel geldverstrekkers bieden meer.
De wettelijke verplichting tot het hebben van een AFM-vergunning voor adviseurs en bemiddelaars in financiële producten zoals hypotheken. Onder andere Wft-modules vereist.
Het ophogen van een bestaande hypotheek binnen een bestaande inschrijving, bijvoorbeeld voor een verbouwing. Kan zonder nieuwe akte mogelijk zijn.
Extra leenruimte van € 17.000 onder de Nibud-normen voor klanten die niet in een kwetsbare situatie zitten, bedoeld om meer ruimte te geven in het budget.
De eenmalige kosten van een verhuizing, zoals verhuizers, inrichting en aansluitkosten. Niet meegefinancierd in de hypotheek.
Een bepaling in veel hypotheekvoorwaarden waarmee je bij verhuizing je huidige rentepercentage en voorwaarden kunt meenemen naar een nieuwe woning, mits je dit binnen een bepaalde termijn doet.
Een woning die in afzonderlijke kamers wordt verhuurd. Wordt door geldverstrekkers vaak streng beoordeeld vanwege exploitatierisico's en regelgeving rond kamerverhuur.
Een hypotheek voor woningen die worden verhuurd. Voorwaarden en maximale LTV zijn doorgaans strenger dan bij een reguliere hypotheek.
De maximale Loan-to-Value bij beleggingshypotheken voor verhuur. Doorgaans lager dan bij eigen-woning-hypotheken; vaak 70-80% van de marktwaarde in verhuurde staat.
Het rendement op een verhuurde woning, bestaande uit huurinkomsten minus kosten, plus eventuele waardestijging van het pand.
Het rechtsgevolg waarbij een rechtsvordering vervalt door tijdsverloop. Voor vorderingen uit een hypotheek geldt doorgaans een verjaringstermijn van 20 jaar.
Verklaring bij hypotheekvestiging dat de woning niet verhuurd is en geen huurder rechten kan claimen. Belangrijk voor de waarde van het onderpand.
Schriftelijke onderbouwing dat een bepaalde inkomens- of vermogenssituatie duurzaam is en bestendig voor de komende jaren, nodig bij maatwerkoplossingen.
Verklaring van een erfgenaam dat deze de nalatenschap niet aanvaardt. Ook bekend als verwerping van de nalatenschap.
Een notariële verklaring die aangeeft wie de erfgenamen zijn en wie bevoegd is namens de nalatenschap te handelen. Vereist bij hypotheken na overlijden.
Een verklaring van een hypotheekhouder dat hij geen bezwaar heeft tegen bepaalde rechtshandelingen, zoals verhuur, kadastrale splitsing of bouw.
Een goed dat door zijn aard zo persoonlijk met een echtgenoot is verbonden dat het ondanks gemeenschap van goederen niet in de gemeenschap valt, zoals smartengeld of bepaalde pensioenrechten.
Het advies van een makelaar over de vraagprijs en strategie bij verkoop van een woning.
Een marktsituatie waarin de verkoper in een sterkere onderhandelingspositie staat doordat de vraag groter is dan het aanbod.
Alles wat iemand verkrijgt op grond van het versterf of een testament. Belast met erfbelasting, geheven bij de verkrijger op basis van de woonplaats van de erflater.
Verlenging van de geldigheidsduur van een hypotheekaanbieding tegen betaling van bereidstellingsprovisie. Vooral relevant bij langere bouwtijd of vertraagd transport.
Indiening door de geldverstrekker bij NHG van het bij de verkoop geleden verlies op een NHG-lening, na gedwongen onderhandse verkoop of executieverkoop.
De pro rata vermindering van de eigenwoningschuld als een deel van de woning naar box 3 verschuift. De resterende EWS is maximaal het deel van de oorspronkelijke verwervingsprijs dat in box 1 blijft.
Concreet doel ten aanzien van vermogensopbouw of -behoud, bijvoorbeeld aflossing hypotheek, pensioen of overdracht naar volgende generatie.
Overzicht van alle bezittingen en schulden van een persoon of huishouden, gerubriceerd naar privé, gezamenlijk en fiscaal regime. Basis voor financiële planning.
De belasting op box-3-vermogen, zoals spaargeld, tweede woningen en beleggingen, gebaseerd op een forfaitair rendement.
Vermogen dat ter zekerheid aan de geldverstrekker is verpand. Kan onder GHF worden gebruikt om af te wijken van de 50%-norm aflossingsvrij voor het verpande deel.
Bepaling in de hypotheekakte of polis waarbij rechten uit een verzekering worden verpand aan de geldverstrekker, zodat uitkering primair bij deze geldverstrekker binnenkomt.
Finaal verrekenbeding dat bij beide partners bij einde huwelijk verplicht wordt uitgevoerd. Fiscaal gunstig bij overlijden (geen fictieve erfrechtelijke verkrijging).
Een clausule in huwelijkse voorwaarden waarin partners afspreken inkomsten of vermogen periodiek te verrekenen.
Verzwaard CDD-onderzoek bij verhoogd risico (bijvoorbeeld PEP, hoge transactiewaarden of complexe structuur). Vereist onder de Wwft.
Regeling die onder voorwaarden een langere periode toestaat om een KEW aan te passen aan gewijzigde omstandigheden zonder fiscale gevolgen.
De erfopvolging zoals die volgt uit de wet, zonder testament. De wettelijke regels bepalen dan wie wat erft en in welke verhouding.
Het verzwaren van een bestaande hypotheek door het toevoegen van extra zekerheden of onderpanden.
Clausule waarbij bij niet-nakoming een recht of contract automatisch vervalt. Kan in hypotheekakten voorkomen voor specifieke situaties.
Nieuwe hypotheek die een bestaande hypotheek vervangt, bijvoorbeeld bij oversluiten of bij overgang naar een andere geldverstrekker.
Onderzoek van de AFM naar de kwaliteit van hypotheekadvies in de praktijk, basis voor handhavingsbeleid en aanpassing van leidraden.
Het vervroegd laten ingaan van het aanvullend pensioen vóór de reguliere pensioendatum, tegen lagere uitkering vanwege langere uitkeringsduur.
Onder de NHG-voorwaarden: de niet-afgeloste hoofdsom minus de marktwaarde vrij van huur en gebruik, vermeerderd met achterstallige rente en verminderd met 10%.
Het vroegtijdig afstemmen van wat de klant van de adviseur mag verwachten, inclusief de omvang van de dienstverlening, kosten en resultaat.
Het volledig afwijzen van een nalatenschap. De verwerper wordt geacht nooit erfgenaam te zijn geweest. Wordt gebruikt bij negatieve nalatenschappen of voor estate planning.
Het besluit van 28 april 2009 (CPP2008/1118M) en latere actualisaties dat de beleidsstandpunten over de KEW samenbrengt en nadere uitleg geeft over de wettelijke regels.
Hypotheek verstrekt door een verzekeraar. Verzekeraars zijn sinds 2000 steeds grotere spelers geworden op de Nederlandse hypotheekmarkt.
Lijfrente afgesloten bij een levensverzekeraar. Bij overlijden zonder nabestaandenvariant valt het resterende kapitaal toe aan de verzekeraar (langlevenrisico is gedeeld).
Een aanbieder van verzekeringen en in sommige gevallen ook van hypotheken, zoals via een levensverzekeraar.
Een hypotheekvorm voor 60-plussers die de overwaarde van de woning aanspreekt zonder verkoop. De schuld wordt afgelost bij verkoop of overlijden.
Het tot stand brengen van het hypotheekrecht, via een notariële akte en inschrijving in het Kadaster.
De notariële akte waarmee het hypotheekrecht op een registergoed tot stand wordt gebracht. Moet worden ingeschreven in de openbare registers van het Kadaster.
Hypotheekadvies via videoverbinding. Gebruikelijker geworden sinds de coronapandemie, aangevuld met digitale ondertekening.
Het privé-vermogen dat naast pensioen en lijfrente wordt opgebouwd voor de oudedag, bijvoorbeeld via box 3-vermogen of de eigen woning. Niet fiscaal gefaciliteerd voor pensioendoel.
Een leeftijdsonafhankelijke pensioenpremie als percentage van de pensioengrondslag onder de Wtp. Vervangt de stijgende leeftijdsstaffel uit het oude stelsel.
Isolatiemaatregel voor de beganegrondvloer, onder TRHK aangewezen als energiebesparende voorziening.
Een vrijstelling die in mindering komt op de verkrijging, ongeacht de omvang. Verschilt per relatiegroep: in 2026 € 828.035 voor partners, € 26.230 voor kinderen.
Wilsrecht waarbij kinderen de volle eigendom van goederen opeisen uit de nalatenschap van de eerst overleden ouder, na overlijden van de hertrouwde langstlevende.
Een schriftelijke machtiging waarmee iemand namens een ander rechtshandelingen kan verrichten, bijvoorbeeld voor het ondertekenen van de hypotheekakte.
Machtiging waarmee iemand namens een ander de hypotheekakte kan ondertekenen bij de notaris, bijvoorbeeld bij afwezigheid.
Financieel dienstverlener met een volmacht om namens een verzekeraar verzekeringen te accepteren en producten uit te brengen. Valt onder aanvullend toezicht.
Uitgaven die het Nibud voor verschillende huishoudsituaties hanteert als referentie voor de vaste en variabele huishoudelijke uitgaven.
De ontbindende voorwaarde in de koopovereenkomst op basis waarvan de koop kan worden ontbonden als de hypotheek niet wordt verkregen.
Een tijdelijke lening om uitgaven te doen vooruitlopend op een nog te realiseren inkomsten- of kapitaalstroom, zoals verkoop van de oude woning.
Een indicatief aanbod dat een geldverstrekker doet vooraf aan het bindend aanbod. Geen juridische verplichting tot acceptatie.
Een geautomatiseerd berekend energielabel op basis van bouwjaar en kenmerken, zonder fysieke opname. Niet meer geldig sinds 2021 voor verkoop en verhuur.
Andere benaming voor de koopovereenkomst. Tegenwoordig minder gebruikelijk, omdat het juridisch geen 'voorlopig' karakter heeft.
Het Uniform Pensioenoverzicht: jaarlijks overzicht van opgebouwd en te bereiken pensioen via mijnpensioenoverzicht.nl. Gebruikt om toekomstig pensioeninkomen vast te stellen.
Een maandelijkse belastingteruggave op basis van verwachte aftrekposten, zoals hypotheekrente. Beperkt de netto maandlasten.
HypotheekcalculatorErfpacht voor een lange maar bepaalde periode (meestal 50 of 75 jaar), waarbij de canon periodiek wordt herzien. Vereist aandacht bij hypotheekverstrekking.
Voorwaarde voor de BOR dat de verkrijger de onderneming ten minste drie jaar (voorheen vijf) voortzet na schenking of overlijden.
De prijs waarvoor de verkoper de woning in de markt zet. Geldt als uitnodiging tot onderhandelen, niet als bindend aanbod.
Het verschil tussen de prijs die de verkoper vraagt en de minimumprijs waarvoor hij wil verkopen. Onderhandelingsruimte voor de koper, vooral in een kopersmarkt.
Bij koop vrij op naam zijn de bijkomende kosten zoals overdrachtsbelasting en notariskosten in de koopsom inbegrepen. Komt vooral voor bij nieuwbouw.
Clausule waarin is bepaald dat de verkrijger van een legaat geen erfbelasting hoeft te betalen. De erfbelasting komt dan ten laste van de overige nalatenschap.
De wettelijke voorwaarde voor een schenking dat de schenker de bedoeling heeft de begiftigde te bevoordelen. Beide partijen moeten zich van de bevoordeling bewust zijn.
Vrijstelling erfbelasting voor kinderen en ouders. In 2026 bedraagt deze € 25.715 per kind.
Het recht om van andermans eigendom gebruik te maken en de vruchten (huur) ervan te genieten. Komt voor bij erfenissen.
Testament waarin de langstlevende partner het vruchtgebruik van de nalatenschap krijgt en de kinderen de blooteigendom. Alternatief voor wettelijke verdeling.
Vereniging van Eigenaren. Het samenwerkingsverband van eigenaren van een gesplitst gebouw, zoals een appartementencomplex.
Een Vereniging van Eigenaren die actief is en jaarlijks vergadert, een bestuur heeft en een reservefonds opbouwt. Geldverstrekkers vereisen vaak een actieve VvE.
Professionele dienstverlener die een VvE administratief, financieel en/of technisch beheert. Veel voorkomend bij grotere VvE's.
Voor sommige besluiten van een VvE (zoals splitsingswijziging, dakopbouw of grote investering) is instemming van alle of een gekwalificeerde meerderheid van eigenaren nodig.
De maandelijkse contributie aan de VvE voor gemeenschappelijke kosten en het reservefonds.
De maandelijkse bijdrage aan de Vereniging van Eigenaren voor gemeenschappelijke kosten zoals onderhoud, verzekering en reservefondsstorting.
Het fonds waarin een Vereniging van Eigenaren geld reserveert voor toekomstig groot onderhoud. Sinds 2018 wettelijk verplicht.
Jaarlijkse of buitengewone vergadering van eigenaren binnen een VvE waarin besluiten worden genomen over onderhoud, financiën en regels.
De stichting die de Nationale Hypotheek Garantie (NHG) uitvoert. Staat onder voorwaarden garant voor restschulden.
Een bedrag van meestal 10% van de koopsom dat de koper bij de notaris stort als zekerheid. Kan worden vervangen door een bankgarantie.
De waarde van een woning die verhuurd is. Ligt door huurdersbescherming doorgaans onder de vrije-staat-waarde.
De waarde van een woning in onverhuurde, lege staat. Voor eigen bewoning relevant; verschilt van waarde in verhuurde staat.
De waarde van een woning waarbij rekening wordt gehouden met huurbescherming en lopende huurovereenkomsten. Ligt doorgaans onder de vrije-staatswaarde.
Het oordeel van de taxateur over de waarde van de woning, onderbouwd met argumenten uit de vergelijkingsmethode of andere methoden.
De datum waarop een taxatie is uitgevoerd. Een taxatierapport is meestal zes maanden geldig voor hypotheekdoeleinden.
Verplichting om de klant expliciet te waarschuwen voor de risico's van execution-only advies en de afwezigheid van professioneel advies.
De periode tussen aanvraag en ontvangst van een bindende offerte. Afhankelijk van geldverstrekker en compleetheid van het dossier.
Het niet of niet juist nakomen van een contractuele verplichting, zoals een betalingsachterstand op de hypotheek.
Het Nationaal Warmtefonds verstrekt energiebespaarleningen tegen aantrekkelijke voorwaarden voor verduurzaming van de woning. Geen toets bij Bureau Krediet Registratie nodig voor lage bedragen.
Collectief warmtesysteem waarbij warmte centraal wordt opgewekt en via leidingen aan woningen wordt geleverd. Alternatief voor individuele cv-ketel of warmtepomp.
Een elektrisch verwarmingssysteem dat warmte uit lucht, water of bodem onttrekt. Kan onder voorwaarden vanuit het energiebespaarbudget worden gefinancierd.
Het percentage van de oorspronkelijke studieschuld dat als maandelijkse last meetelt bij de maximale hypotheekberekening. In 2026 0,35% voor sociaal leenstelsel, 0,65% voor oude regeling.
Het daadwerkelijk behaalde rendement op box 3-vermogen, in tegenstelling tot het forfaitaire rendement. Sinds het Hoge Raad-arrest van 6 juni 2024 relevant voor rechtsherstel.
De daadwerkelijke maandelijkse hypotheeklast die de klant betaalt, op basis van de afgesproken hypotheekvorm en rente. Kan lager zijn dan de toetsmaandlast bij aflossingsvrij deel.
Een door de werkgever ingevuld formulier met gegevens over dienstverband, inkomen en perspectief. Vast onderdeel van de hypotheekaanvraag.
Een afzonderlijk gedeelte van de eigen woning dat wordt gebruikt voor de onderneming. Alleen kostenaftrek mogelijk bij voldoende zelfstandigheid (eigen opgang/voorzieningen) en voldoende gebruik.
Wet uit 2024 die huurprijzen voor het middensegment reguleert. Heeft impact op de exploitatie van particuliere verhuur en op marktwaarde in verhuurde staat.
Historische wetgeving die consumentenkredieten regelde, opgegaan in de Wft. Hypotheken vallen niet onder het consumentenkredietregime.
Regeling die voorzag in een aftrek wegens geen of geringe eigenwoningschuld. Wordt sinds 2019 in 30 jaar afgebouwd. Hierdoor kan een (bijna) afgeloste eigen woning juist tot hogere belasting leiden.
De wet die sinds 2001 de inkomstenbelasting voor natuurlijke personen regelt, met de drie-boxenstructuur. Vervangt de Wet op de inkomstenbelasting 1964.
De wet die de heffing van loonbelasting (voorheffing op inkomstenbelasting) regelt. Bevat de regels voor pensioenopbouw via de werkgever en fiscale grenzen.
De wet die het toezicht regelt op financiële instellingen en de bescherming van de consument in de financiële sector.
Wet die vanaf 2023 het Nederlandse pensioenstelsel fundamenteel hervormt van uitkeringsovereenkomsten naar premieregelingen met een vlakke premie van 30%.
Wet uit 2023 die de regels voor het werknemerspensioen ingrijpend hervormt: van uitkeringsovereenkomst naar premieovereenkomst met vaste premie van maximaal 30% van de pensioengrondslag.
Standaard erfopvolging bij overlijden van een gehuwde of geregistreerde partner met kinderen. De langstlevende krijgt alle goederen, de kinderen krijgen een vordering op de langstlevende.
Pensioen dat bij overlijden van de werknemer wordt uitgekeerd aan minderjarige kinderen, en onder voorwaarden tot 25 jaar als studerend kind.
De vakbekwaamheidsmodule onder de Wet op het financieel toezicht voor advies over hypothecair krediet. Vereist voor adviseurs die over hypotheken willen adviseren.
De onderscheiden kennismodules van de Wet op het financieel toezicht, zoals Basis, Consumptief Krediet, Hypothecair Krediet, Vermogen en Pensioen.
De vergunning die een hypotheekadviseur nodig heeft om te mogen adviseren over hypotheken. Wordt afgegeven door de AFM.
Financieel dienstverlener met een vergunning van de AFM om te mogen adviseren of bemiddelen in financiële producten zoals hypothecair krediet.
Wet homologatie onderhands akkoord. Maakt het mogelijk voor ondernemers om met schuldeisers een akkoord af te sluiten buiten faillissement om.
Het moment waarop een wijziging in de hypotheek, zoals een nieuwe rente, ingaat. Meestal aan het einde van een rentevasteperiode.
Recht van kinderen om bij hertrouwen van de langstlevende ouder of bij diens overlijden goederen of geld uit de nalatenschap op te eisen ter waarde van hun vordering.
Het fiscale inkomen van een zelfstandig ondernemer, basis voor hypotheekbeoordeling bij ondernemers.
De fiscale winst van een onderneming over de afgelopen drie jaren, basis voor de hypotheektoets. Sommige geldverstrekkers accepteren al één jaar (jonge ondernemer).
Risico dat een financieel product of dienst wordt gebruikt om crimineel verkregen vermogen in het legale financiële stelsel te brengen. Voorwerp van Wwft-toezicht.
Aanduiding voor beleggingsverzekeringen met excessieve kostenstructuur uit de jaren 1990-2008. Onderwerp van massaprocedures en Kifid-uitspraken.
Een woning die nog niet is opgeleverd. Wordt gefinancierd via termijnbetalingen uit een bouwdepot, met bouwrente tot aan oplevering.
Constructie waarbij een ouder een woning aan een kind schenkt of verkoopt om vermogen door te schuiven. Vaak gecombineerd met vruchtgebruik voor de schenker.
Het uitgangspunt bij OHA en betalingsproblemen: gedwongen verkoop voorkomen door een passende oplossing. NHG hanteert specifieke woningbehoudregels.
Door NHG beschikbaar gestelde instrumenten om gedwongen verkoop te voorkomen, zoals woonlastenfaciliteit, aanpassing van de lening en andere maatwerkoplossingen.
Stichting die bouwgaranties afgeeft voor nieuwbouwwoningen, waaronder herstelkosten bij gebreken in de eerste jaren na oplevering.
Vergelijkbare garantie als SWK, verstrekt door Woningborg N.V. Beschermt kopers tegen risico's van faillissement van de aannemer en gebreken na oplevering.
De doelstelling van de overheid voor het aantal op te leveren woningen. Sterk politiek onderwerp dat op de lange termijn de marktprijzen beïnvloedt.
De markt voor koop- en huurwoningen. Wordt beïnvloed door rentestand, economische situatie, bouwproductie en overheidsbeleid.
De kwartaal- en jaarcijfers over verkochte woningen, prijsontwikkeling en aanbod, onder meer gepubliceerd door NVM, CBS en Kadaster.
Drijvend bouwwerk bestemd voor wonen. Financiering kent eigen kenmerken: doorgaans geen reguliere hypotheek maar speciale leningen of woonboothypotheken.
Algemene verzamelterm voor hypotheken op een eigen woning, in tegenstelling tot bijvoorbeeld een belegger- of bedrijfshypotheek.
Toets of de hypotheek- en woonlasten op een verantwoord niveau zijn ten opzichte van het inkomen, conform de Wft-zorgplicht en de Nibud-financieringslastnormen.
Een verzekering die je maandlasten overneemt bij arbeidsongeschiktheid of werkloosheid. Vrijwillig af te sluiten.
Een specifieke woonlastenverzekering bij arbeidsongeschiktheid, vaak afgesloten in combinatie met een hypotheek.
Een woonlastenverzekering voor werkloosheid, meestal met beperkte uitkeringsduur en strikte voorwaarden.
Fiscale fictie in de Successiewet waarbij iemand die binnen tien jaar na emigratie overlijdt of schenkt, geacht wordt nog in Nederland te wonen. Voorkomt belastingontwijking via emigratie.
Het percentage van je bruto inkomen dat aan woonlasten wordt besteed. Wordt gebruikt bij de bepaling van de maximale hypotheek.
Maximale hypotheek berekenenHet percentage van het netto-inkomen dat aan vaste woonlasten wordt besteed. Volgens Nibud verantwoord tot rond de 25-30% afhankelijk van inkomen en huishoudsituatie.
Bezwaar tegen de jaarlijkse WOZ-beschikking van de gemeente. Bij toekenning kan de WOZ-waarde naar beneden worden bijgesteld, met effect op OZB en eigenwoningforfait.
De waarde die de gemeente jaarlijks vaststelt voor je woning op basis van de Wet waardering onroerende zaken. Wordt onder meer gebruikt voor de berekening van het eigenwoningforfait en de onroerendezaakbelasting.
Onder NHG en bij sommige geldverstrekkers mag de WOZ-waarde worden gebruikt als marktwaarde voor herfinanciering of verhoging, mits niet ouder dan 12 maanden.
Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen. Een wettelijk traject voor particulieren om onder toezicht van een rechter-commissaris van schulden af te komen.
Wettelijke schuldsaneringsregeling natuurlijke personen waarbij iemand onder rechterlijk toezicht zijn schulden kan saneren over een periode van drie jaar.
De overgangsfase tot en met 2036 waarin werkgevers hun pensioenregeling moeten aanpassen aan de Wet toekomst pensioenen. Compensatie voor afschaffing leeftijdsstaffel mag plaatsvinden.
Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme. Verplicht financiële instellingen tot klantonderzoek en melding van ongebruikelijke transacties.
Juridisch beginsel waarbij een goed dat in de plaats komt van een ander goed dezelfde status krijgt als het oorspronkelijke goed (bijvoorbeeld privé of gemeenschappelijk).
Variant van de uitsluitingsclausule die uitsluitend werkt bij echtscheiding en niet bij overlijden. Kan fiscaal gunstiger zijn door twee heffingsmomenten.
Een recht op een goed dat tegen iedereen werkt, zoals eigendom, hypotheek, erfpacht of opstal.
Een recht op een goed, zoals hypotheek of pand, dat zekerheid biedt bij niet-nakoming van een vordering en dat volgt als het goed wordt overgedragen.
De marktconforme rente die bij een familielening voor de eigen woning moet worden afgesproken om hypotheekrenteaftrek te behouden. Belastingdienst gebruikt vergelijkingsrente plus 25%-marge.
Het onderpand of de garantie die je aan de geldverstrekker biedt, meestal de woning zelf.
De verplichting dat een nieuwe eigenaar zelf in de woning gaat wonen, opgelegd door gemeentelijke opkoopbescherming of in koopovereenkomsten.
Een aan de opkoopbescherming gekoppelde plicht om de woning zelf te bewonen. Overtreding kan tot boetes leiden.
Lokaal opgelegde plicht om de woning zelf te bewonen, vaak gekoppeld aan de opkoopbescherming. Overtreding kan leiden tot boetes.
Een verklaring dat je de woning zelf gaat bewonen. Vaak vereist bij het afsluiten van een reguliere hypotheek met NHG of fiscale aftrek.
Bouwgrond bestemd voor particuliere zelfbouw. Financiering verloopt anders dan reguliere nieuwbouw: bouwclaim, bouwdepot en specifieke voorwaarden.
De rol van de adviseur als professional die niet alleen klantwensen volgt, maar zelfstandig beoordeelt wat passend is. AFM benadrukt dit als kern van goed advies.
Een fiscale aftrekpost voor ondernemers die aan het urencriterium voldoen. Beïnvloedt het fiscaal inkomen en daarmee de maximale hypotheek.
Installatie voor opwekking van zonne-energie. Investering kan onder voorwaarden via het energiebespaarbudget of een duurzaamheidslening worden meegefinancierd.
De salderingsregeling waarbij zelf opgewekte zonnestroom verrekend wordt met afgenomen stroom. Wordt vanaf 2027 stapsgewijs afgebouwd, wat verdienmodel beïnvloedt.
De wettelijke verplichting van financiële dienstverleners om in het belang van de klant te handelen en passend advies te geven.
Een bijdrage aan de zorgpremie voor lagere inkomens. Telt niet mee als inkomen bij de hypotheektoets.
De algemene verplichting van een adviseur om in het belang van de klant te handelen en zorgvuldig tot zijn advies te komen.
Het aanvaarden van een nalatenschap zonder enig voorbehoud, waarbij de erfgenaam met privévermogen aansprakelijk is voor de schulden van de nalatenschap.
Mechanisme waarbij bij executieverkoop lagere hypotheekinschrijvingen op het onderpand vervallen, zodat de koper een schoon pand verkrijgt.
Clausule in de hypotheekakte op grond waarvan de geldverstrekker bij executie bepaalde lasten en rechten van derden (zoals huur) kan laten vervallen.
Advies dat de klant alleen tegen zijn uitdrukkelijke wens kan afwijzen. De adviseur moet de afwijking schriftelijk vastleggen.
Een hypotheek voor zelfstandig ondernemers zonder personeel. De geldverstrekker kijkt meestal naar drie jaar winstcijfers; sommige aanbieders rekenen al vanaf één jaar ondernemerschap.
Maximale hypotheek berekenenEen verklaring van een accountant of boekhouder over de winstontwikkeling van een ondernemer, die banken gebruiken als onderbouwing van het toetsinkomen.